Hoofdstuk 26 · 9 minuten lezen
Een moeder die helpt
De stoelen kwamen op een wagen met een achterklep die niet helemaal open kon. Hester stond met de chauffeur in de zijstraat en telde stapels, terwijl een bestelbus achter hen bleef toeteren. Het getal klopte pas toen ze de zes stoelen in de cabine meetelde. Ze tekende voor ontvangst op een scherm vol oude handtekeningen en liet de chauffeur voor de deur van De Werf uitgaan. Binnen had Fleur twee beschilderde panelen tegen de muur gezet. Eentje stond precies waar de eerste stapel moest komen.
'Die moeten we straks samen bekijken,' zei Fleur. 'Ik weet niet wie ze heeft gemaakt.'
'Dan zet ik ze nog niet op een ezel.' Hester schoof de panelen naar een lege wand en controleerde of de achterdeur vrij draaide. Buiten lag de tuin er nat bij. Het hek naar het jaagpad was dicht, de doorgang ernaartoe leeg. Ze schreef in haar map dat de deurmat bij regen moest worden vervangen. Door iets zo gewoons op te schrijven kon ze weer zien wat ze aan het doen was.
Marjan stond bij de balie toen ze terugkwam. Ze droeg een beige regenjas en had haar sjaal in de mouw gestopt. Aan haar voeten stond een kartonnen doos. Er staken geen zware ordners uit, alleen een rol inpakpapier en wat lijsten. Fleur begroette haar zoals ze iedereen begroette die onverwacht met bruikbaar materiaal kwam: eerst een glimlach, daarna een blik op Hester.
'Ik heb het zelf maar gebracht,' zei Marjan. 'Dan zijn we van die hele auto af.'
Hester zette haar map neer. 'Fleur bepaalt wat er mee kan in het programma.'
'Natuurlijk. Ik heb haar al gezegd dat ze alles mag houden wat bruikbaar is. De rest gaat thuis bij het oud papier.' Marjan legde haar hand kort op Fleurs onderarm. 'Ik wil het jullie juist gemakkelijker maken.'
Fleur nam de doos mee naar de tafel met de panelen. Ze bleef binnen gehoorsafstand, al deed ze alsof ze een prijskaartje probeerde te lezen. Hester was haar daar dankbaar voor en ergerde zich tegelijk aan haar eigen dankbaarheid. Ze wilde niet dat iedereen vanaf nu haar moeder in de gaten moest houden omdat zij dat vroeger nooit had gedaan.
'Je ziet er moe uit,' zei Marjan. 'Zullen wij even een rondje lopen? Gewoon vijf minuten, dan ben ik weer weg.'
'Ik heb hier nog werk.'
'Dan blijf ik hier. Je hoeft me niet naar buiten te sturen.' Ze ging op een van de bezorgde stoelen zitten zonder te vragen of de vloer al droog was. Het plastic kraakte onder haar. 'Ik heb geen zin in nog een telefoongesprek waarin je halverwege ophangt.'
Hester bleef staan. Ze voelde hoe die houding hun gesprek al tot een scène maakte, de dochter die weigerde te zitten bij haar oude moeder. Ze trok daarom een stoel bij, op voldoende afstand om haar benen niet onder die van Marjan te hoeven vouwen. In de foyer gingen mensen langs het raam; niemand zou naar binnen hoeven komen om te weten dat ze hier waren.
'Ik hing op omdat ik klaar was met dat gesprek.'
'En ik had nog iets willen zeggen. Ik denk dat je zondag kleiner moet maken. Geen groot verhaal over vroeger. Een paar werken, een korte ontvangst. Niemand die bij een microfoon moet gaan staan.'
'Dat is al in bespreking.'
Marjan glimlachte bijna. 'Zie je. We denken hetzelfde. Ik begrijp ook dat die uitnodigingen iets hebben losgemaakt. Dat meisje had er goed aan gedaan eerst te vragen hoe het toen voor de mensen hier was.'
Hester keek naar haar moeders schoenen. Een halve zool was met een andere kleur lijm gerepareerd; ze kende de schoenmaker die dat deed. Alles aan Marjan was herkenbaar gebleven. Dat was het moeilijkste. Ze zat niet tegenover een onbekende vrouw op wie ze haar ontzetting kon richten. Ze zat tegenover degene die haar ooit met een op maat gezaagd bed had geholpen toen Finn een eigen kamer kreeg.
'Robin heeft een naam,' zei ze. 'En ze heeft uitgelegd waarom ze die kaarten stuurde.'
'Dat weet ik. Maar een dochter hoort andere dingen in zo'n geschiedenis. Else heeft haar grootgebracht. Else heeft nooit iets goeds van mij willen aannemen.'
'Brecht wilde weg bij De Werf.'
Marjan trok haar jas over haar knie. 'Iedereen wilde weleens weg. Jij ook. Soms kwamen ze twee weken later weer binnen en vroegen of ik misschien toch een klus voor ze had.'
'Ze wilde met haar eigen ontwerpen verder.'
'Dat heb ik niet verboden.' Haar moeder keek langs haar heen naar Fleur. 'Ik heb geholpen met materialen, met mensen die konden betalen. Dat is makkelijk vergeten als iemand jong doodgaat. Dan blijft er één mooie naam over en alles wat de rest deed wordt ineens verdacht.'
Fleur tilde een lijst uit de doos en zette hem weer terug. Hester vroeg zich af hoeveel van dit gesprek later een aardig bedoeld verhaal zou worden: Marjan had alleen maar geholpen, ze had zelfs nog spullen gebracht. Het zou niet eens gelogen zijn. Ze had geholpen. Ze had ook geduwd, had haar jongste dochter gezien en haar tweeëntwintig jaar laten denken dat spreken het ergste was wat ze kon doen.
'Wat deed jij boven toen Brecht viel?' vroeg Hester.
Marjan keek haar nu recht aan. 'Dat heb ik destijds verteld.'
'Je vertelt heel vaak wat anderen deden. Wat deed jij?'
'Ik was in het kantoor. We hadden een gesprek dat niet prettig verliep. Daar heb ik nooit geheimzinnig over gedaan.' Haar vingers maakten een prop van de voering van haar jas. 'Als je vraagt of ik beter had moeten opletten: ja. Ik was verantwoordelijk voor een gebouw waarin van alles half af was. Ik was ook maar een mens.'
Hester voelde de verleiding van die woorden. Een mens, een fout, een ongeluk. Een versie waarin haar moeder kon blijven zoals ze was en Merel het verkeerd had gezien. Die versie zou haar een avond geven waarop ze weer ergens zonder te wegen de telefoon kon opnemen. Ze schoof haar stoel een paar centimeter naar achteren.
'Ik vraag niet om een algemene verantwoordelijkheid. Er komen gesprekken met de politie. Ook over wat er voor en na de val is gebeurd.'
'Jasper heeft het je dus verteld.'
Hester antwoordde niet meteen. Ze wist niet wat haar moeder dacht dat Jasper had verteld. Het had geen zin dat gat te vullen met een nieuwe beschuldiging. 'Wie iets weet, moet dat zelf vertellen.'
'Die jongen is altijd bang voor zijn eigen rekening geweest. Hij heeft aan dat hekwerk gezeten. En Ruben had ruzie met haar. Is dat nu ineens allemaal verdwenen omdat iemand een oude foto heeft gevonden?'
'Een foto bewijst niet hoe Brecht is gevallen. En een ruzie bewijst dat ook niet.' Ze liet haar handen op haar knieën liggen.
Marjan bewoog haar hoofd nauwelijks. 'Hoe ze is gevallen.'
'Daar wordt naar gekeken.'
'Door jou?'
'Door mensen die dat moeten onderzoeken.'
Haar moeder keek naar de entree, toen weer naar Hester. 'Je moet oppassen met wat je overneemt. Zeker bij Merel. Jij weet hoe ze vroeger kon verdwalen in wat er van haar werd verwacht. Ze wil iedereen tevreden houden. Bram, jou, die dochter van Brecht.'
Hester schoof de stoel verder naar achteren en stond op. Het hout stootte tegen een andere stoel; een hard, onbeduidend geluid. 'Je gebruikt haar niet meer als verklaring voor wat jij niet wilt beantwoorden.'
'Dus ik mag niets meer over mijn eigen kind zeggen.'
'Je mag met haar praten als zij dat wil. Je gaat haar niet via mij klein maken.'
Marjan ging ook staan, langzamer. Ze zette even een hand op de zitting om haar knie te strekken. Hester zag dat en bleef waar ze was. Hester kende die beweging van hun wandelingen, de korte pauze voordat haar moeder verder kon.
'Je zult merken dat het erg eenzaam wordt als je voor iedereen bepaalt wie er nog deugt,' zei Marjan. 'Ik heb dat vroeger geprobeerd. Daarom ben ik milder geworden.'
Fleur kwam naar hen toe. Ze hield een map met vergeelde rekeningen vast. 'Marjan, dank je. Hier staat volgens mij niets bij dat voor morgen nodig is. Ik stuur je volgende week wat we bewaren. Als je nog werk hebt liggen, wil ik graag vooraf foto's en een lijst, anders nemen we het niet in ontvangst.'
'Dat is goed, Fleur.' De opgewekte toon was meteen terug. 'Hester en ik waren toch klaar.'
Ze raapte haar tas op en trok een handschoen uit de ene jaszak, toen de andere. Bij de deur draaide ze zich om. 'Als Merel vanavond wil eten, kan ze bellen. Zeg haar dat tenminste.'
'Ik breng geen boodschappen over.'
Marjan zette haar kraag recht en ging naar buiten. Ze wachtte niet op een knik. Hester bleef kijken tot ze tussen de geparkeerde fietsen was verdwenen. Toen pas merkte ze dat Fleur nog met de map in haar hand stond.
'Moet ik weten wat dat was?' vroeg Fleur.
Hester haalde haar eigen map van de balie. Ze had geen recht op alle details van Merels afspraak, maar Fleur had wel recht op een uitvoerbaar programma en een eerlijke risicoafweging. 'Er komt vandaag een nieuw gesprek bij de politie. Ik ga niet vertellen wat iemand anders moet verklaren. Wel wil ik vastleggen dat mijn moeder geen afspraken over dit evenement kan wijzigen, geen materialen zonder overleg brengt en niet naar boven gaat met bezoekers.'
'Dat laatste mag niemand.'
'Precies. Ook zij niet.'
Fleur legde de rekeningen neer. 'Ik zet het bij de instructies. Maar Hester, als er reden is om de bijeenkomst te stoppen, wil ik dat nu weten. Geen brave dochter die me vertelt dat het allemaal wel gaat.'
Hester keek haar aan. Het was geen vriendelijk verzoek en daardoor kon ze het aannemen. 'Voor morgen maken we het plan met beperkte toegang en voldoende mensen. Als de situatie verandert, stoppen we. Jij en de mede-eigenaar krijgen het op papier.'
Ze liepen samen naar de stoelen. Er moesten er twintig terug naar de wagen van de verhuurder, die om de hoek nog zijn lunch at. Hester hield de deur open terwijl Fleur de eerste stapel pakte. Ze waren te duur als ze ongebruikt bleven staan. Ze telden ze samen, één voor één, en Fleur verbeterde haar toen ze er een oversloeg.