Hoofdstuk 36 · 10 minuten lezen
Een eigen plaats
In maart liet Hester haar telefoon op kantoor liggen toen ze naar de opening ging. Niet met opzet. Ze merkte het bij de tramhalte en berekende of ze nog terug kon. Het kon, als ze rende, en dan kwam ze pas na Robins korte welkomstwoord binnen. Ze bleef staan. Het adres stond op de kaart in haar tas. Het was niet nodig onderweg iemand haar aankomst te laten volgen.
De kaart was deze keer rechtstreeks door Robin gestuurd, met haar eigen naam op de voorkant. Op de achterkant stond een handgeschreven verzoek of Hester een kwartier eerder wilde komen: een van de sokkels was te hoog en er moest nog iets worden gekozen. Ze was een betalende bezoeker noch een ingehuurde kracht, maar iemand wiens oog Robin kennelijk kon gebruiken. Hester had teruggeschreven dat ze er zou zijn en dat haar voorkeur voor lage sokkels geen officiële norm was.
De expositieruimte lag in Rotterdam, in een smal voormalig winkelpand met een breed raam. Binnen stonden kleine modellen op sokkels. Daartussen rees één installatie op ware grootte, met halve deuropeningen, muren die niet helemaal doorliepen en houten voorwerpen die zich pas vanaf een bepaalde plek tot kamers voegden. Op het raam stond Robin Boon, even groot als de titel. Brechts werk was niet de aanleiding voor deze tentoonstelling. Robin had ruimtes ontworpen waarin mensen samen moesten wachten zonder elkaar te hoeven aankijken. Hester had de proeven op foto's gezien, maar pas hier begreep ze waarom de afstand tussen twee wanden zo belangrijk was.
Robin stond in sokken op een laag krukje en schoof een lichtbron een paar centimeter opzij. Ze keek over haar schouder toen Hester binnenkwam. 'Daar ben je. Zeg eens iets onaardigs over die grote.'
Hester hing haar jas aan een haak bij de deur en liep om de sokkel heen. Bovenop stond een model met een smalle gang, open aan de kant van het raam. 'Ik kan er niet inkijken zonder op mijn tenen te gaan.'
'Dank je. Dat zei ik ook.' Robin stapte van het krukje en wees een lege plek op de vloer aan. 'Daar staat de lage. We moeten even het gewicht verdelen.'
Ze tilden het model samen, op de plaatsen waar Robin aanwees. Hester voelde het hout meegeven en hield haar handen stil tot Robin tevreden knikte. De lage sokkel bleek een splinter te hebben aan de achterkant. Robin plakte er een stukje tape over, schreef het op een lijstje en schoof het model tot de randen gelijk lagen. Daarna trok ze haar schoenen aan.
'Je hebt geen telefoon,' zei ze toen Hester in haar tas naar de kaart zocht.
'Vergeten.'
'Wat heerlijk. Dan kan ik niet vragen of je nog een foto maakt.' Ze gaf haar een gedrukt blad. 'Deze foto's zijn al gemaakt. Door iemand die ervoor betaald is, wat mij een uitstekend systeem lijkt.'
Hester las de eerste regels. Robin had iets over haar materiaalkeuze geschreven, helder en kort, zonder de dood van haar moeder als oorsprongsverhaal te gebruiken. Helemaal onderaan stond een dankwoord aan de mensen die hadden geholpen. Hester stond ertussen, achter de timmerwerkplaats en vóór Else. Ze wees op haar naam.
'Jij hebt gezegd dat die eerste gang te klein was om iemand langs te laten,' zei Robin. 'Dat bleek waar. Ik vermeld graag wie er heeft meegedacht.'
Er kwamen mensen binnen die Hester niet kende. Een vrouw met een rolmaat in haar jaszak vroeg Robin naar de verbinding tussen de houten panelen. Twee studenten wilden weten of ze in de grote installatie mochten stappen. Robin beantwoordde de praktische vragen eerst en zei daarna dat ze over tien minuten zou vertellen waar het werk begon. Ze had haar grootmoeders jas al over een stoel gelegd. Else was in de kleine ruimte achterin, waar een bevriende maker een kruk voor haar had gezocht.
Hester ging haar begroeten. Else had haar jas naast zich over de stoel gelegd. Ze wees Hester op een foto aan de muur waarop Robin aan een werkbank stond, met een zaag in haar hand. 'Hier lijkt ze op haar moeder. Zo kwaad als iemand een foto maakt terwijl je probeert iets recht te houden.'
'Ik dacht dat ze naar de zaag keek.'
'Ze heeft me verteld dat de fotograaf haar naam verkeerd uitsprak. Vijf keer.' Else verschoof haar tas van de stoel naast zich. 'Ga even zitten. Je loopt alsof je nog aan het werk bent.'
Hester ging zitten. Ze kwam uit een overleg over een buurtfestival waar de begroting niet groot genoeg was voor alle plannen. Ze had een betaalde assistent voorgesteld in plaats van te beloven dat ze het zelf wel zou opvangen. De opdrachtgever had eerst nee gezegd, daarna het programma kleiner gemaakt. Ze had het werk gehouden. Dat was nog nieuw genoeg om aan te wennen: een grens die niet meteen tot verlies leidde, maar ook geen garantie was dat iemand haar aardig bleef vinden.
Op kantoor lag haar telefoon naast een map met een brief over het onderzoek. Die was vorige week gekomen. Het onderzoek naar Brechts dood en de gebeurtenissen van september was niet afgerond; er was nog geen beslissing over vervolging meegedeeld. Marjan was gehoord, getuigen hadden aanvullende vragen gekregen. Hester kende haar moeders rol niet uitsluitend uit dat formele traject. Merel had haar verteld wat ze had gezien, en op de overloop had Marjan de duw zelf niet meer kunnen ontkennen. Wat daarvan juridisch bewezen kon worden en welke beslissingen erop volgden, was nog niet bekend.
Else vroeg niet naar de brief. Ze had haar eigen contact en wist wat voor haar van belang was. Ze vertelde dat ze de tekeningen opnieuw had laten opbergen, niet in een schuur maar in platte dozen boven in haar kledingkast. Eén kleine schets hing nu in haar gang. De te grote lamp, met het kleine mens eronder. Ze liep er elke ochtend langs als ze de post uit de bus haalde.
'Ik vind hem nog steeds grappig,' zei ze. 'Dat wist ik even niet meer, dat ik iets van haar ook gewoon grappig kon vinden.'
Merel kwam binnen met een rode envelop. Ze droeg een jas die Hester nog niet kende en had haar haar korter laten knippen, gewoon omdat de oude lengte voortdurend in haar eten hing. Ze omhelsde Else, gaf Hester een duw met haar schouder en legde de envelop bij Robins blad neer. Er zat een cadeaubon voor een bouwmarkt in, zei ze. Bloemen vond ze lastig in een ruimte waarin alles vooral níét op een vensterbank moest staan.
Hester vroeg hoe de nieuwe woensdaggroep ging. Merel trok een gezicht en vertelde over een deelnemer die bij alles meer boter wilde. Daarna liet ze een foto zien van haar eigen nieuwe werkblad, met wielen eronder. Ze had het uit het budget van het programma kunnen betalen. Bram had geholpen het thuis in elkaar te zetten; ze had zelf bepaald waar het moest komen. Ze vroeg Hester niet of ze er verstandig aan had gedaan, en Hester gaf geen ongevraagd advies over de hoogte.
Toen Else naar een bekende aan de andere kant van de ruimte zwaaide, ging Merel naast Hester zitten. 'Ik heb mam geschreven dat ik voorlopig niet langskom,' zei ze. 'Voor Pasen ook niet. Ik vertel je dat zodat je het weet, niet zodat jij daar iets mee doet.'
'Dat begrijp ik.'
'Ik ga ook geen gezamenlijk antwoord op haar brief maken. Die aan mij was anders dan die aan jou.'
Hester knikte. Ze hadden hun moeders woorden lang met elkaar vergeleken alsof er ergens één geheime gebruiksaanwijzing in verborgen zat. Nu had ieder recht op een eigen antwoord, ook op geen antwoord. Hester had Marjan in februari één keer gezien, op een neutrale plek, met iemand erbij. Ze was na veertig minuten vertrokken toen haar moeder begon over wat Merel volgens haar verkeerd had begrepen. Sindsdien hield ze het contact schriftelijk en beperkt. Ze had haar moeder niet tot een vreemde gemaakt. Ze had haar evenmin weer toegang gegeven tot alle kamers van haar leven.
'Ik had vandaag niet over haar willen beginnen,' zei Merel.
'Je hebt twee zinnen gezegd.'
Merel telde op haar vingers en schudde haar hoofd. 'Vier.' Ze stond op om Robin de envelop te geven. Hester bleef nog even zitten en lachte om de correctie. Het was de eerste keer in maanden dat een gesprek over hun moeder met iets anders kon eindigen dan de vraag wie er nu moest bellen.
Bij de ingang lag tussen de tentoonstellingsbladen één dun boekje over De Werf. Het was niet door Robin als onderdeel van haar werk neergelegd; Fleur had een paar exemplaren meegenomen voor mensen die naar de achtergrond vroegen. Hester pakte er een. De herkomst van de oude werken was opnieuw uitgezocht. Brecht stond als maker onder de ontwerpen die van haar waren, andere namen waren behouden of open gelaten waar geen zekerheid bestond. De begeleidende tekst was gepubliceerd met Robins toestemming. Hesters eigen correctie stond er met haar naam onder: ze had in 2004 ten onrechte verklaard dat Merel bij haar in de keuken was. Dat had ze nu teruggenomen. Het boekje vertelde ook dat Rubens vertrek via de achterzijde door afzonderlijke herinneringen en het bewaarde beeldmateriaal werd ondersteund; de oude sociale verdenking was geen vastgestelde toedracht geweest.
Ze had het stuk na publicatie naar de mensen gestuurd met wie Ruben het had willen delen. Zijn zus had teruggeschreven dat ze het bewaarde. Twee anderen hadden niets gezegd. Eén man had beweerd dat hij Ruben altijd al had geloofd. Hester was daar niet op ingegaan. De tekst bleef bereikbaar, ook op de plaats waar vroeger het prettige verhaal over de stichting had gestaan. Er was geen nieuwe groepsfoto bij gezet. Fleur had haar naam onder haar aandeel gezet en het niet alsnog Hesters formulering genoemd toen er kritiek op kwam.
Ruben kwam binnen terwijl Hester het boekje teruglegde. Hij had zijn jas nog dicht en hield een klein pakje vast. 'Ik heb geen plant gekocht,' zei hij. 'Daar gaan jullie allemaal over struikelen.'
'Merel heeft ook al praktisch gedacht.'
'Dan ben ik te laat origineel.' Het pakje bevatte een goed potlood en een slijper, uitgezocht op advies van Robin zelf. Hij legde het bij de envelop en hing zijn jas op. Sinds die eerste wandeling op donderdag zagen ze elkaar af en toe. Soms spraken ze een week niets, soms aten ze op een dinsdag samen omdat ze toevallig allebei in Rotterdam waren. Hester wist waar hij woonde, hij wist welke werkdagen zij geen ruimte had. Het was genoeg werkelijke nabijheid om niet steeds over vroeger te hoeven praten.
'Heb je al gegeten?' vroeg hij.
'Na afloop kan ik nog iets.'
'Ik ook. Maar eerst wil ik weten of ik daar doorheen mag.' Hij wees naar de grote houten installatie. 'Er staat geen verbodsbord.'
Hester lachte en zei dat hij het aan de maker moest vragen. Hij deed het. Robin wenkte hem naar de brede opening en liet zien waar je hand niet tussen moest komen. Daarna klapte ze één keer in haar handen om ieders aandacht te vragen. Ze zei haar naam, bedankte de mensen van de werkplaats en vroeg de bezoekers vooral vanaf verschillende kanten te kijken. Het welkomstwoord duurde korter dan een liedje. Toen ging iedereen weer bewegen.
Else wilde de grote installatie ook van binnen zien. Robin schoof een paneel opzij zodat ze niet om de smalle kant heen hoefde. Hester stond al op, maar bleef even wachten tot ze zag waar haar handen nodig waren. Robin wees naar het uiteinde van de wand. Hester pakte het daar vast. Samen hielden ze het paneel stabiel terwijl Else door de opening naar binnen stapte en aan de andere kant verrast begon te lachen.
Vanuit haar stoel had het een gang geleken. Vanuit deze hoek bleek er een tafeltje te staan, met een klein krukje ernaast. Else vroeg of ze erop mocht zitten. Robin zei dat het krukje onderdeel van het werk was en niet geschikt om op te zitten; achter de deur stond een stevig exemplaar. Hester haalde het en schoof het met één poot over een kier in de vloer tot het stevig stond. Else ging zitten, legde haar tas eronder en wenkte hen om ook eens vanaf haar plek te kijken.
Einde

