Hoofdstuk 17 · 10 minuten lezen
De rekening van vroeger
Jasper zei niet dat hij de afgelasting had gezien. Hij vroeg waarom ze de deur aan het poetsen was terwijl er belangrijker werk lag. Hester liet hem wachten tot de tweede plakstrook van het glas was. Toen hield ze de doek omhoog.
'Omdat er anders een afgelasting blijft hangen op de plaats waar ons programma hoort.'
'Ik hoorde dat het niet doorging.'
'Van wie?'
'Fleur stuurde een bericht.'
'Fleur stuurde dat een onbevoegd bericht is verwijderd.'
Hij knikte op een manier die het verschil niet belangrijk maakte. Hester liep naar binnen en zette de fles op de balie. Fleur was net naar de drukker vertrokken om een alternatief paneel te bekijken. Ze zouden niet opnieuw geld uitgeven zonder te weten wat geleverd kon worden. Jasper keek naar de opgerolde stof op de schragen.
'Nog meer weggegooid geld.'
'Dat doek wordt niet weggegooid. Het wordt niet gebruikt.'
'Met het geld doen we verder vast iets leuks.'
Hij liep naar de deur tussen foyer en hal en hield die voor haar open, hoewel zij nog niet had besloten met hem mee te gaan. Ze pakte haar map en volgde hem. Het gesprek moest toch plaatsvinden. Er waren lijsten voor morgen, er was een mede-eigenaar die feiten verlangde, en er was een man die haar wel de rekening van een ingreep kon voorhouden maar niet wilde vertellen wat hij van de vorige ingreep wist.
In de hal stonden de drie lege panelen inmiddels op hun nieuwe plek. Jasper duwde met twee vingers tegen de rand van het eerste, proefde de stevigheid en zei dat het wel kon. Hester vroeg hem ervan af te blijven zolang de voeten niet definitief stonden.
'Je praat tegen me alsof ik hier voor het eerst ben.'
'Je duwt tegen iets dat nog niet vaststaat.'
Hij liet zijn hand zakken. Ze gingen aan de lange tafel zitten. Hij had een dikke envelop bij zich met rekeningen van leveranciers. Ze waren niet voor haar, zei hij meteen. Zijn mede-eigenaar had vragen over uitgaven die hij voorgeschoten had. Hester schoof een stoel bij zodat hij de papieren droog kon neerleggen; op het tafelblad lag nog een natte afdruk van haar doek.
'Ik heb hem over het bericht gesproken,' zei ze.
'Dat zei hij. Hij zei ook dat je nogal bezorgd was.'
'Ik was aan het vaststellen of het van de organisatie kwam. Dat kwam het niet.'
'Weet je wat een onzekere zondag doet met een verkoopgesprek?'
'Nee. Dat is jouw werk.'
Hij keek op. Dat zij de verantwoordelijkheid zonder strijd bij hem liet, bracht hem zichtbaar uit zijn ritme. Hij sorteerde drie facturen op datum. De grootste legde hij onderop.
'Het is ook jouw werk om hier een normale bijeenkomst van te maken.'
'Een bijeenkomst die kan doorgaan zonder mensen een onwaar programma te verkopen.'
'Dan maak je het dus klein. Terugkijken, koffie, mensen naar huis. Geen tribunaal.'
'Wie heeft het over een tribunaal?'
'Je weet wat ik bedoel.'
'Ik weet dat jij Ruben onder druk hebt gezet. Dat is niet hetzelfde als een programma aanpassen.'
Jasper keek naar de ingang. 'Hij heeft je natuurlijk alles verteld.'
'Wat hij mij vertelde is zijn keuze. Wat jij deed, is de jouwe.'
'Ik heb gezegd dat hij niet overal hetzelfde gezeik moest gaan vertellen. Dat is geen misdaad in drie bedrijven.'
Hester deed haar map niet open. Ze wilde niet dat dit eruitzag als een verhoor met aantekeningen waar hij omheen moest praten. 'Dan zeg je hem dat zelf. En je laat hem voortaan met rust.'
Hij wreef over zijn wenkbrauw, een snelle beweging die ze van vroeger kende. Jasper had altijd een geïrriteerde plooi in zijn gezicht gehad wanneer een opdracht twee keer moest. Marjan had hem dan een schouderklop gegeven en gezegd dat hij de enige was die het goed kon. Hij was gaan glimlachen, meestal. Hester vroeg zich af of hij daar ooit voor betaald was geweest.
'Wie had toen de balustrade losgemaakt?' vroeg ze.
Zijn hand bleef liggen. 'Ik. Het decor kon anders niet langs de trap.'
'En waarom bleef die los?'
'Omdat er nog meer naar boven moest. Omdat iedereen tegelijk iets van me wilde. Omdat ik een idioot van vierentwintig was die dacht dat hij de boel later wel afmaakte. Wil je er eentje kiezen?'
'Ik wil weten wat jij weet.'
Hij keek naar de houten trap. Het oppervlak was in de jaren daarna geschuurd en opnieuw gelakt.
'Het was onveilig,' zei hij. 'Dat weet ik. Dat wist ik toen ook al. Ik had het moeten afschermen. Ik ben niet trots op dat werk.'
'Heeft iemand je gezegd dat Brecht daardoor viel?'
'Dat was wat er werd gezegd.'
'Door wie?'
'Je moeder. En daarna iedereen.'
Dat laatste was handig, vond Hester. Iedereen kon niet antwoorden. Zij kon zich herinneren dat het woord ongeluk dezelfde avond al op allerlei manieren was gebruikt. Ze wist niet meer wie het het eerst in haar aanwezigheid had uitgesproken. Ze vroeg wat Jasper zelf had gezien.
Hij keek haar nu recht aan. 'Niet de val.'
'Waar was je?'
'Beneden. Ik was met spullen bezig. Je wilt vast een precies punt, maar dat heb ik niet voor je.'
Hester wachtte. Hij haalde een sleutel uit zijn broekzak en legde hem naast de facturen. De sleutel hoorde bij het huidige gebouw; dat zei niets over toen, maar toch had het iets uitdagends. Hij bezat een deel van de plek waar zij vragen stelde.
'We kunnen wel iets met die balustrade,' zei hij. 'In het programma. We zeggen dat er destijds onveilig is gewerkt en dat we dat betreuren. Niet het hele verhaal opnieuw. Dat kan ik dragen. Ik heb daar ook een rol in gehad.'
'Dat jij iets kunt dragen, maakt het niet het hele verhaal.'
'Maar het is waar.'
'Een deel kan waar zijn en gebruikt worden om de rest niet te vragen.'
Jasper keek langs haar naar het podium. 'Ik had je al kunnen zien aankomen toen Fleur jouw naam noemde. Nog steeds alles recht willen leggen. Alsof je daarmee niemand raakt.'
Ze had hem kunnen vertellen hoe lang ze juist scheef had laten staan wat haar goed uitkwam. Ze deed het niet. Dat gesprek zou ze voeren met wie de leugen had gehoord, niet als argument om van Jasper een antwoord te krijgen.
'Je hoeft geen verhaal voor mij te maken,' zei ze. 'Vertel wat je zelf hebt gedaan en gezien aan Ellen. Zij moet beoordelen wat dat betekent.'
'Je hebt mijn naam genoemd?'
'Ik heb verteld over de druk op Ruben. Ik heb geen verklaring over jouw werk toen afgelegd, want die had ik niet.'
Hij pakte zijn sleutel terug. Buiten reed een vrachtwagen over de putdeksel. Het metaal klonk door de hal. Jasper schrok niet, maar hij keek wel om, en Hester vroeg zich af hoeveel gewone geluiden deze week al vergelijkingen waren geworden met de klap van die avond.
'Ik heb ook een gezin,' zei hij.
Ze wist het. Op het startscherm van zijn telefoon had zij een foto gezien van zijn dochter bij een diploma-uitreiking. Zijn trots was haar oprecht voorgekomen. Ze kon dat niet gebruiken om hem klein te krijgen. Evenmin kon hij ermee zorgen dat alles wat hij had gedaan buiten beeld bleef.
'Dan vertel je hun wat je wilt vertellen. Ik ga ze niet benaderen.'
'Dat zeg je zo makkelijk.'
'Nee.'
Hij liet de facturen liggen en stond op. Hij wilde buiten roken. Hester zei dat zij nog een bericht moest schrijven en dat hij via de voordeur kon. De achtertuin was geen verboden plek, maar ze wilde niet dat hij haar gesprek ontwijkend veranderde in een rondgang waar zij achter hem aan moest.
Toen hij naar buiten was, belde zijn mede-eigenaar. Die wilde weten of de grote panelen met een ingeklapte voet gestald konden worden na zondag. Hij had foto's van de zaal nodig voor een andere huurder. Hester gaf de praktische informatie en zei dat er inhoudelijk een kleiner programma werd voorbereid. Hij vroeg of Jasper dat wist. Ze zei dat ze dat zojuist bespraken.
'Wij kunnen over de verhuur beslissen,' zei hij. 'Dat wil ik helder houden. Niemand krijgt van mij opdracht om een privégeschiedenis voor het verkoopdossier uit te zoeken.'
'Dat heb ik ook niet aangenomen.'
Hij noemde een afspraak voor vrijdag waarop hij en Jasper de verzekeringspapieren zouden nalopen. Hester vroeg of de publieke toegang tot de trap expliciet uitgesloten kon blijven in het locatieplan. Dat kon, zei hij. Ze bevestigden het per mail.
Toen Jasper terugkwam, lagen zijn facturen nog in dezelfde volgorde. Hij leek daar bijna teleurgesteld over. Ze zei dat de plattegrond voor zondag beneden bleef en dat boven niet voor bezoekers open zou gaan.
'Er is boven niets te zien,' zei hij.
'Dan mist niemand iets.'
Hij ging zitten en pakte de envelop. 'Als jij iets vertelt, vertel dan ook dat we allemaal voor die plek werkten. Niet alsof één iemand het werk deed en de rest stond te kijken.'
'Brecht schreef dat ze niet voor alles betaald kreeg.'
'Ik ook niet.'
'Dat maakt haar ontwerp nog niet van iemand anders.'
Hij sloeg de flap van de envelop dicht. Hester zag dat hij antwoord wilde geven en het verwierp. Even meende ze dat hij iets zou zeggen over de trap, een detail dat hij had overgeslagen. In plaats daarvan vroeg hij of Fleur zaterdag een extra medewerker nodig had. Hij kon iemand uit zijn ploeg vragen.
'Alleen via de bestaande planning,' zei Hester. 'Ik neem niemand aan die niet weet wat hier wel en niet open is.'
'Ik probeer te helpen.'
'Dan stuur je een naam en beschikbare uren aan Fleur.'
Hij liep met haar mee naar de foyer. Daar pakte hij de jas die hij over de balie had gelegd. Hij bleef staan bij de deur waar het afgelastingsvel had gehangen. Op het glas zat een heldere rechthoek tussen de vegen.
'Je moeder wil echt niet dat het weer misgaat,' zei hij.
'Heeft ze je dat gezegd?'
'Daar hoef je niet voor geleerd te hebben.'
Het antwoord zei niets over wie er had gesproken. Hester deed de deur voor hem open zonder er opnieuw naar te vragen. Hij liep naar zijn bus, keek op zijn telefoon en reed pas weg nadat hij een bericht had getypt.
Binnen kwam een mail van de drukker binnen. De nieuwe bijschriften waren ontvangen; de levering kon doorgaan. Fleur had Hester in de kopie gezet. Onder haar korte bevestiging stond dat er geen doek meer geleverd hoefde te worden. Ze had de oude bestelling niet ongedaan kunnen maken, alleen de volgende fout gestopt.
Hester ging aan de tafel zitten en opende haar eigen urenoverzicht. Ze schreef het gesprek met Jasper niet weg als overleg over techniek. Ze zette erbij wat het voor het werk was geweest: risico en programma. De woorden zagen er te keurig uit voor wat ze hadden gedaan, maar het was geen politieverbaal. Ze hoefde niet elk vel de hele waarheid te laten dragen.
Daarna maakte ze een bericht voor de zeven mensen die maandag aan tafel hadden gezeten, met Marjan afzonderlijk erbij. Ze wilde vanavond iets rechtzetten wat zij zelf had gezegd. Geen bijeenkomst die door Fleur was besteld. Geen verplichte aanwezigheid. Ze konden haar om acht uur in De Werf vinden; wie niet kon, zou dezelfde tekst rechtstreeks krijgen. Ze herlas het bericht voordat ze het verstuurde en schrapte de zin dat zij hoopte dat iedereen begrip kon opbrengen.
Ruben antwoordde als eerste. Hij zou niet komen. Dat was niet uit onwil, schreef hij, maar omdat hij geen tweede keer naast mensen wilde zitten om naar zijn eigen oude verdenking te luisteren. Hester typte dat zij het begreep. Toen ze haar telefoon neerlegde, was de stoel tegenover haar nog ingeschoven. Ze zette hem niet alvast klaar.