Hoofdstuk 25 · 4 minuten lezen
De handregistratie
Die nacht schuilden ze in de lege zomerhut van een herder. Ze hadden toestemming gekocht van een vrouw voor wie het belangrijker was of ze het dak heel zouden laten dan waarom ze op reis waren.
Pella nam de eerste wacht. Ze deelde het mee als een besluit, niet als een aanbod, en ging naar buiten met het bundeltje van haar grootvader binnen in haar jas.
Ada ging bij het kleine vuur zitten en opende het kistje met haar handregistratie.
Cal keek op terwijl hij de snee op zijn eigen knokkel schoonmaakte.
“Wil je hulp?”
“Nee.”
Ze probeerde met haar linkerhand de omtrek van haar rechterhand te tekenen. Het resultaat leek op een dier waarvan ze zich de vorm slecht herinnerde.
Cal wachtte.
“Ja”, zei ze uiteindelijk.
Hij kwam naast haar zitten, dichtbij genoeg om het blad te zien zonder haar knie aan te raken. Ze gaf hem de houtskool.
“Alleen de omtrek.”
Hij tekende zorgvuldig terwijl ze haar hand plat hield. Daarna testte ze haar huid met de stompe naald. Druk, lichte aanraking, het verschil tussen het ene punt en het andere. In de meeste vingers voelde ze het. De top van haar duim bleef ver weg, alsof die bij een handschoen hoorde die ze niet kon uittrekken.
Cal arceerde het gebied dat ze beschreef.
“Komt het gevoel terug?” vroeg hij.
“Soms wel. Soms niet.”
“Wat zei Ysra?”
“Dat ik gevoelloosheid geen moed moest gaan noemen.”
Hij keek naar het blad.
“Het klinkt alsof je haar moeilijk kunt tegenspreken.”
“Dat klopt.”
Ada bewoog haar hand. Haar duim bewoog normaal. Dat maakte het ontbrekende gevoel nog vreemder. Een deel van haar kon nog gehoorzamen zonder haar te kunnen vertellen wat het aanraakte.
“Ik wist wat het zou kosten”, zei ze.
“Ja.”
“En ik zou het opnieuw doen.”
“Dat betekent niet dat je die prijs prettig hoeft te vinden.”
Ze keek naar hem. Het vuurlicht bewoog langs het litteken bij zijn kaak.
“Weeg je alles wat je zegt af voordat je het zegt?”
“Meestal. Het is een onaangename gewoonte.”
“Wat zou je zeggen als je die niet had?”
Hij keek even naar de deur en toen weer naar haar.
“Dat ik bang was toen jij nog aan het schrijven was en het platform begon te vallen. Dat ik je weg wilde trekken voordat je klaar was, hoewel ik zag dat er nog mensen op de helling stonden. Dat ik het niet fijn vond om te ontdekken welk deel van mijn moed vooral theorie was.”
Ada’s keel trok samen.
“Je bleef.”
“Jij ook.”
Buiten praatte Pella zacht tegen de muilezel. Het dier antwoordde met een geluid van diepe ontevredenheid.
Ada moest glimlachen.
Cal keek naar haar glimlach en er veranderde iets in zijn gezicht. Niet opvallend. Genoeg om haar de handregistratie even te laten vergeten.
“Wat?” vroeg ze.
“Ik probeerde niet zo naar je te kijken.”
“Hoe?”
Hij lachte zacht, bijna ongelovig. “Dat weet je.”
Dat wist ze. Daardoor leek de kleine hut warmer en op een heel andere manier minder veilig.
Hij had de opdracht gekregen haar in de gaten te houden. Dat was tussen hen in blijven staan, ook nadat ze de officiële weg hadden verlaten. Nu was zijn bevoegdheid opgeschort, haar beoordeling beëindigd, en geen van hen kon de ander een bevel geven waardoor de Hal hen welwillend naar huis zou brengen.
“Zou je ook zijn meegegaan”, vroeg ze, “als niemand je had opgedragen naast me te lopen?”
Cal antwoordde meteen.
“Ja.”
Ze legde de stompe naald neer.
“Doe dan niet zo je best om niet te kijken.”
Hij boog zich zo langzaam naar haar toe dat zij de afstand ook kon kiezen. Ada raakte met haar goede hand de voorkant van zijn jas aan. De eerste kus was zacht en kort, eerder een vraag dan een aanspraak.
Ze antwoordde door hem nog eens te kussen.
Een paar ademhalingen lang was het koninkrijk kleiner dan de warmte van zijn mond en de hand die hij licht op haar middel liet rusten. Toen knapte het vuur en riep Pella door de deur dat wie vergat te eten, de volgende ochtend geen medelijden hoefde te verwachten.
Ada trok zich terug en lachte zacht. Cal keek blij en verbijsterd tegelijk, alsof hij over een weg was gegaan waarvan hij niet had durven vertrouwen dat die ergens uitkwam.
“Dit maakt niets hiervan eenvoudiger”, zei hij.
“Nee.”
“Goed. Ik was bang dat ik een regel had gemist.”
Ze legde haar voorhoofd even tegen het zijne.
“Niet alles wat goed is hoeft een oplossing te zijn.”
Ze gingen wat uit elkaar toen Pella binnenkwam. Die keek naar de ruimte tussen hen, de handregistratie en Cals gezicht.
“O, eindelijk”, zei ze, en ze ging in de pot roeren.
Ada sloeg haar handen voor haar gezicht. Toen dacht ze aan haar gevoelloze duim en liet ze weer zakken.
De prijs bleef. De warmte ook.
Voordat ze ging slapen, schreef ze de datum onder de omtrek van haar hand.