Hoofdstuk 9 van 22
Alles aan één kant
De eerste twee pakken meel stonden midden op de keukentafel. Er kwamen er nog drie bij, toen een pot met iets dat volgens het etiket havervlokken was en volgens Fara net zo goed zaagsel kon zijn.
‘Niet proeven,’ zei Elias. ‘Dan hebben we straks geen vloer meer voor je boot.’
Fara zette de pot naast de pakken. Ties dook met zijn hoofd in de voorraadkast. Achterin stonden twee lege jampotten, een zak rijst en een schaal die hij al heel lang niet gezien had. Hij had zich afgevraagd of die bij een bezoek was achtergebleven. Zijn moeder zette er elk jaar oliebollen in. Kennelijk kon een schaal ook gewoon een heel jaar achter rijst wonen.
Hij trok de schaal naar voren en gaf die aan Fara. Zij hield hem ondersteboven boven de tafel. Er kwam één verdroogde rozijn uit.
‘Die heeft zijn eigen feestje gehad,’ zei ze.
Het leegmaken van de kast ging sneller dan Ties had verwacht. Het verplaatsen niet. Renske maakte de bevestigingen aan de muur los en legde de schroeven in een leeg botervlootje. Elias en Bram tilden elk een kant net genoeg op om er een lage rolplank onder te leggen. Daarna moesten ze stoppen, omdat een achterpoot achter het randje van het vloerkleed bleef haken.
Ties pakte het kleed.
‘Wacht,’ zei zijn moeder. ‘Eerst neerzetten.’
De kast zakte terug. Pas daarna kon hij het kleed eronder vandaan trekken. Hij rolde het op en legde het in de gang, waar hij er onmiddellijk over struikelde toen hij terugliep.
Fara verschoof het naar de bank.
Ze rolden de kast door de brede opening tussen keuken en woonkamer. Er zat geen deur in die opening; Ties was daar nu erg blij mee. Bij de tafel moesten de mannen achteruit bewegen. Renske hield de lege deurtjes dicht met een band. Het botervlootje met de schroeven schoof over het tafelblad, tot Fara het met haar elleboog tegenhield.
‘Zo’n kast lijkt kleiner als hij op zijn plek staat,’ zei Bram.
Elias blies een lok haar uit zijn gezicht. ‘Dat dacht ik ook toen we hem kochten.’
In het midden van het huis lag nu een vrij stuk vloer. De kast kwam daar op een dunne houten plaat te staan, dicht bij de lijn waar de vloerplanken elkaar ontmoetten. Renske haalde de rolplanken weg en zette de kast opnieuw vast. Ties hoorde de boormachine door het hele huis. De losse schroeven in het botervlootje dansten mee.
Aan de rechter keukenwand bleef een lichte rechthoek achter. Er zat een stofnest onderaan dat eruitzag alsof het haast had om zich weer te verstoppen.
Ties pakte stoffer en blik. Fara kwam naast hem op haar knieën zitten en hield het blik vast. Samen haalden ze een knikker, drie elastiekjes en een boodschappenbriefje uit het stof. Het briefje was van zijn vader. Er stond alleen KOFFIE op.
‘Hij had het al eens geprobeerd,’ zei Ties.
Elias nam het briefje aan. ‘Dat helpt. Dan weet ik wat ik vergeten ben.’
Toen de spullen terug moesten, wilde Fara alles precies neerzetten zoals het uit de kast was gekomen. Ties begon met de koekjes op ooghoogte. Hij hoefde geen afspraak te maken met zichzelf om dat te onthouden.
‘Zware pakken onderin,’ zei Renske.
Ze keek niet alleen naar de kast. Jet stond in de deuropening en hield buiten een korte lat tegen een merkje op de zijkant van het huis. Ze kwam een paar keer heen en weer. Het huis helde nog een beetje naar rechts. Niet veel, maar genoeg om het te kunnen meten. Ties keek naar de pot bieslook. Die stond gewoon recht op zijn schoteltje. Met alleen je ogen was het verschil lastig te zien.
‘Voor dit stuk water is het goed,’ zei Jet. ‘Bij de ondiepe baan kijken we opnieuw. Geen losse spullen meer erbij.’
‘Ook geen ontbijt?’ vroeg Elias.
Jet keek naar het meel. ‘Ik geloof dat jullie dat ruim genoeg aan boord hebben.’
Ties liep naar boven. Hij wilde controleren of zijn koekblik dicht was. De trap naar de dakkamer draaide scherp bij de laatste trede. Met een grote doos in je handen zag je die trede niet. Hij nam zich voor dat vooral niet te gaan proberen als zijn moeder straks iets naar beneden wilde.
Boven pakte hij zijn potloden uit de gebroken mok en legde ze in de lade. Toen dacht hij dat de mok zelf ook kon omvallen en zette hem in een lege doos. Hij haalde het schuurpapier uit zijn broekzak. Het was in de haven nog natter geworden en had een donkere vouw. Hij spreidde het op tafel uit.
In de deuropening verscheen zijn vader.
‘Kan dit zo mee?’
Ties knikte naar de doos. ‘De losse dingen zitten daar.’
Elias keek langs de wand. De boeken stonden in een lage rij onder het schuine dak. Daarachter lagen nog twee dozen. Ties had ze nog niet uitgepakt, omdat hij eerst de kast af wilde hebben.
‘Die houden we in de gaten,’ zei Elias. ‘Ze staan aan dezelfde kant.’
‘Ze zijn niet zwaarder dan toen ze beneden stonden.’
‘Nee. Maar wel ergens anders.’
Zijn vader pakte geen doos op. Hij keek even naar de doorgang langs het bed en zette één doos wat verder van het trapgat. Daarna bukte hij weer onder de balk.
Ties voelde zich onredelijk opgelucht dat alles nog boven stond. Hij wist dat de boeken niet van hem afgepakt zouden worden. Toch had hij ze zaterdag eindelijk zelf op hun plek kunnen zetten. Hij wilde niet alweer een plank hebben waarvan iemand anders zei dat het een handige tijdelijke plek was.
Beneden hoorde hij Fara iets over haar handen zeggen. Hij ging kijken. Op allebei haar mouwen zat een bleke meelstreep.
‘Je lijkt op een bakker,’ zei hij.
‘En jij hebt een stofweb op je oor.’
Hij veegde. Ze wees naar het andere oor.
Jet stak haar hoofd naar binnen. ‘Wij zijn zover. Kom je moeder halen.’