← Het huis dat zijn grond verloor
Inhoudsopgave · hoofdstuk 4 van 22
  1. 1. De lade die niet dichtbleef
  2. 2. Los
  3. 3. Een ander uitzicht
  4. 4. Onder de brug
  5. 5. Fara’s boot
  6. 6. Eten aan de verkeerde kant
  7. 7. Niet door mijn wilgen
  8. 8. De baan door de weide
  9. 9. Alles aan één kant
  10. 10. De straat vaart mee
  11. 11. Achter de gesloten poort
  12. 12. Fara gaat
  13. 13. De hoek die bleef steken
  14. 14. Een kamer lager
  15. 15. Niet alleen mijn huis
  16. 16. Wat er weg mag
  17. 17. Zes ritten later
  18. 18. Recht genoeg
  19. 19. De vloer komt vrij
  20. 20. Bovenwater
  21. 21. De dingen die nog moeten
  22. 22. De eerste passagier

Hoofdstuk 4 van 22

Onder de brug

Renske liet de twee stukken van het kettingoog op tafel liggen. Bram had ze in een ondiep bakje meegenomen. Waar het metaal vanbuiten nog grijs was, zat vanbinnen een donkere, korrelige plek.

‘Hier was hij al bijna door,’ zei ze. Ze tikte met haar nagel tegen de rand. ‘Dat kon je van buiten niet zien.’

Ties pakte niets aan. Het leek hem niet prettig om iets vast te houden dat hun huis niet had kunnen houden.

‘Komt de steen weer boven?’ vroeg hij.

‘Later. Hij ligt nog onder onze steiger. Maar voor het huis maakt het niet uit welke steen we gebruiken. Wel hoe we hem vastmaken.’

Ze schoof het bakje opzij toen Jet haar kaart uitvouwde. Niet een mooie kaart met kleuren en plaatsnamen. Een vel met de kom, de rivier, de haven en een paar dikke lijnen. Jet tekende er met een stomp potlood een vierkantje bij.

‘Jullie zitten hier.’

‘Dat is een nogal klein huis,’ zei Elias.

‘Ik kan hem groter tekenen. Dan krijg ik hem niet meer door de sluis.’

Ties boog over de tafel. De kaart lag voor hem zoals de plaats vanaf de brug te zien was. De Bovenkom bovenaan, de rivier onderaan. Links zat de overloop. Van daar was het huis eerst omlaag en toen met de stroom mee naar rechts gegaan. De lage retourbrug lag ongeveer in het midden.

‘Dan kunnen we toch hier terug?’ Hij volgde met zijn vinger de smalle vaart onder de brug.

Jet knikte. ‘Dat is de gewone weg. Eerst wil ik kijken hoe hoog dat kamertje van jou zit.’

Daarvoor hoefden ze niet ver. Jet en Renske maten vanaf de buitenkant van de zwarte platformrand naar de kap. Daarna moest Ties binnen naar de dakkamer om een meetlint langs het open raam naar beneden te laten zakken. Het metalen lipje bleef aan een spijker hangen. Hij trok het voorzichtig vrij. Beneden hield zijn moeder het lint strak, terwijl Jet naar de stand van het huis in het water keek.

‘Niet aan trekken,’ riep Renske.

‘Dat doe ik niet.’

‘Je hoeft hem ook niet te laten vieren.’

Hij hield het lint zo stil mogelijk. Dat bleek juist moeilijker te zijn zodra iemand ernaar keek.

Toen ze klaar waren, liep hij met zijn moeder en Jet terug naar de brug. Elias bleef bij het huis. Fara was naar de loods, waar haar tante wilde weten waarom er ineens een woning voor hun deur lag.

Onder de brug tikte het water tegen de stenen. Op het bord bij de boog stond hoeveel ruimte er boven het normale water was. Drie meter zestig. Ties keek van het bord naar de onderkant van de brug. Het zag er ruim uit voor een mens. Voor hun huis was dat geen goede maat.

‘De gewone kap zit op drie meter dertig boven het water,’ zei Jet. ‘Die gaat eronder.’

Ties wist inmiddels wat er zou komen.

‘De dakkamer komt tot vier meter veertig.’

Hij staarde naar de boog. Het scheelde niet een klein balkje of de punt van de schoorsteen. Zijn kamer zou tegen de brug botsen terwijl de keuken nog gewoon door kon varen.

‘Kunnen we het water lager doen?’

Renske keek naar Jet, die haar hand op het bord legde.

‘Zelfs als de kom helemaal tot het rivierpeil kon zakken, krijg je er nog niet genoeg ruimte bij. En die brug staat aan de komkant. De sluis houdt het hogere water daar vast.’

Ties trok met zijn schoen langs een kier tussen twee straatstenen. Naast hem was de plek waar hij vanmorgen met zijn moeder over de brug was gelopen. Hij had geen seconde naar de onderkant gekeken.

Ties, Renske en Jet bekijken de vaste lage retourbrug vanaf de kant.

‘De overloop dan?’

‘Die is alweer te ondiep,’ zei Renske. ‘En beneden ligt de rivier nu lager. Je kunt het huis niet terug omhoog trekken over stenen waar geen water meer over staat.’

Op weg naar de brug hadden ze het al kunnen zien. Het riet stond rechtop. De grote natte baan van vanmorgen was een smaller stroompje geworden. De klep werd weer dichtgezet om het water in de kom te houden. Als je die zomaar open liet, liep de Bovenkom leeg voordat de rivier hoger werd.

‘Wanneer komt er weer zoveel water?’ vroeg Ties.

‘Dat kunnen we niet bestellen,’ zei Jet.

Ze bleven nog even op de brug staan. Er voer een open boot onderdoor, met een opgerolde tuinslang en een hond die over de rand keek. De hond hoefde niet te bukken.

Terug in de keuken schoof Elias een bord opzij voor de kaart. Renske ging zitten en trok haar werkjas uit.

‘Er zijn drie mogelijkheden,’ zei ze. ‘We kunnen hier blijven liggen en later groot vervoer regelen. Hijsen, of over de weg. Dat gaat niet deze week en het is duur. We kunnen het dakdeel van de kamer afnemen, bewaren wat kan en door de vaart terug.’

‘Nee,’ zei Ties.

Zijn moeder wachtte.

Hij keek naar de kaart. ‘Wat is de derde?’

Jet draaide het vel een beetje naar hem toe. Aan de rechterkant van de kom lag een lang rechthoekig stuk land met twee brede openingen aan de uiteinden.

‘De Buitenweide. Nelle gebruikt het lage vak soms om hout naar de kom te brengen. Rivierpoort dicht, water erin, hoger uitvaren. Een grote, langzame sluis.’

Ties kende de weide. Hij had er in het voorjaar takken geholpen sjouwen. De natte strook in het midden had hij altijd een onhandige plek gevonden voor een pad. Hij wist wel dat de twee poorten open konden. Hij had er nooit een huis tussen gedacht.

‘Waarom doen we dat dan niet?’

‘Omdat het Nelles grond is,’ zei Renske. ‘Omdat er jonge wilgen staan. Omdat we moeten meten of het kan. En omdat we ook dat werk moeten betalen.’

Jet zette met haar potlood een vraagteken in het rechthoekige vak. Ze tekende er geen pijl doorheen.

Ties leunde achterover. Door het zijraam zag hij de onderkant van de brug in de verte. Hij kon zijn kamer niet lager denken. Dat had hij nu wel geprobeerd.

‘Gaan we Nelle vragen?’ zei hij.

Renske pakte haar telefoon. ‘Dat ga ik nu doen.’

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.