← Het huis dat zijn grond verloor
Inhoudsopgave · hoofdstuk 8 van 22
  1. 1. De lade die niet dichtbleef
  2. 2. Los
  3. 3. Een ander uitzicht
  4. 4. Onder de brug
  5. 5. Fara’s boot
  6. 6. Eten aan de verkeerde kant
  7. 7. Niet door mijn wilgen
  8. 8. De baan door de weide
  9. 9. Alles aan één kant
  10. 10. De straat vaart mee
  11. 11. Achter de gesloten poort
  12. 12. Fara gaat
  13. 13. De hoek die bleef steken
  14. 14. Een kamer lager
  15. 15. Niet alleen mijn huis
  16. 16. Wat er weg mag
  17. 17. Zes ritten later
  18. 18. Recht genoeg
  19. 19. De vloer komt vrij
  20. 20. Bovenwater
  21. 21. De dingen die nog moeten
  22. 22. De eerste passagier

Hoofdstuk 8 van 22

De baan door de weide

Het eerste stuk van het lage vak was nog nat. Je zag er kleine gaatjes in het slib en het patroon van een schoenzool die onder een laagje water verdween. Verderop werd de grond hoger. Daar groeide kort gras, met harde pollen die op kleine groene vuisten leken.

Nelle liep langs de rand. Jet zette de meetstok op verschillende plekken neer. Renske schreef getallen op het karton van een lege schroevendoos. Ties vond het een slecht bord om iets belangrijks op te bewaren. Op de voorkant stonden twaalf schroeven getekend, en op de achterkant ontstond nu hun terugweg.

Fara liep naast hem. Af en toe trok ze haar voet met een zacht zuigend geluid uit de modder. Zij droeg hoge schoenen die daarvoor beter geschikt waren. Ties’ linkersok voelde al nat, hoewel hij nog nergens in een plas had gestaan.

‘Er ligt iets in je schoen,’ zei Fara.

Hij tilde zijn voet op. Aan de zijkant stak een wilgenblaadje tussen zijn broek en de schoenrand. Ze trok het eruit.

‘Nu niet meer.’

Voor hen hield Jet haar meetstok schuin. ‘Deze rand is hoger dan ik dacht.’

Nelle kwam naast haar staan. ‘Van de reparatie aan het pad. Die grond hebben we hier even opgebracht. Ik zou hem nog uitspreiden.’

Ties keek naar de lage rug. Hij kon er in drie stappen overheen lopen. Een huis kon dat niet. Hij probeerde zich zijn keuken erboven voor te stellen en zag vooral de tafel onder een heel verkeerde hoek.

‘Hoe diep moet het eigenlijk zijn?’ vroeg hij.

Renske legde haar hand dwars boven de grond. ‘Bij ons veerhout een handbreed. Maar onder het hele huis. Niet alleen onder de voordeur.’

Ties kende de handbreed. Als klein kind had hij in de zomer bij de zwarte rand gehurkt om te kijken of hun huis al kon bewegen. Zijn vader had hem dan aan de achterkant van zijn trui vastgehouden. Maar toen keek hij naar een huis dat op zijn eigen plek stond. Hier lagen ribbels en pollen en een spoor dat nergens recht heen liep.

Jet stak de stok door het gras naast de hoge rug. Hij ging een eindje naar beneden voordat hij stopte.

‘Ernaast is het lager.’

Ze verplaatste hem. Weer een ander getal. Nelle stampte met haar laars op een pol. Er kwam water langs de rand omhoog.

‘Dat gras houdt het lekker verborgen,’ zei ze.

Ze probeerden een baan te vinden die naast de jonge wilgen en langs het laagste deel van de rug liep. Bram kwam aan met twee lange stokken uit de haven. Aan de bovenkanten zaten gele lappen. Hij bracht ook een meetlint. Met Jet liep hij een stuk uit elkaar. Het lint hing tussen hen in.

‘Zo breed,’ zei Jet.

Ties keek van de ene lap naar de andere. Het was veel breder dan de strook waar hij zelf doorheen was gelopen.

Jet en Bram meten de volle breedte van de baan terwijl Ties en Fara vanaf de rand kijken.

‘Dat is ons hele huis?’

‘Jullie huis en wat ruimte ernaast,’ zei Bram. ‘Ik ga niet met de gevel langs de wilgen schuren omdat het lint precies tegen de muur lag.’

Renske pakte het karton steviger vast. ‘Minstens zes en een halve meter vrij. Over de hele baan.’

Nelle liep van de ene stok naar de andere. Toen keek ze langs de jonge rij. ‘Hier moet je dan recht blijven.’

Ties zette zijn voeten in het midden van de denkbeeldige baan. Hij kon de kade niet meer zien. Alleen het dak van de loods en daarachter zijn dakkamer staken boven het riet uit. Het huis leek van hieruit smal. Hij wist nu dat dat niet hielp.

Ze liepen de lagere strook nog een keer af. Op de gemeten plekken leek er bij het hoge eindpeil genoeg water te kunnen staan. Maar Jet trok geen dikke groene streep op de kaart. Ze tekende er korte streepjes naast.

‘Dit blijft een proefstuk. Ik weet niet wat er tussen die pollen onder jullie hele bodem zit.’

‘Kun je dat niet eerst wegmaaien?’ vroeg Ties.

Nelle pakte een handvol gras en trok. Er kwam een kluit aarde mee.

‘Weg is hier niet altijd vlak,’ zei ze. Ze duwde de kluit terug. ‘We kunnen alles meteen uitgraven. Dan ben ik ook mijn pad kwijt.’

Jet legde uit wat ze wel konden proberen. Het veerhout mocht op deze zachte grond rustig even rusten. Daar was het voor gemaakt. Ze zouden niet hard trekken, en niemand zou in het huis blijven wanneer de voorste hoek bij het onzekere stuk kwam. Bram hield vanaf de vaste rand de lijnen bij. Als het niet rustig mee schoof, hielden ze op.

‘Ook als het bijna lukt?’ vroeg Renske.

‘Juist dan.’

Ties bukte en raakte met twee vingers de grond aan. Hij kon zich voorstellen hoe de zwarte rand erop zou komen te liggen. Dat was anders dan een gewone boot die op een steen scheurde. Het huis stond thuis ook weleens op zijn brede onderrand als het water laag was. Alleen wist je daar precies hoe de bodem erbij lag.

‘Dan zitten we hier vast,’ zei hij.

‘Dan ligt jullie huis hier stil,’ zei Jet. ‘Met lijnen eraan, op een plek waar we het kunnen laten liggen. Dat is de afspraak voordat we beginnen.’

Nelle keek naar de jonge wilgen en daarna naar de korte streepjes op de kaart.

‘Een proef,’ zei ze. ‘En als het niet kan, praten we opnieuw over de grond. Niet stiekem toch nog een beetje trekken.’

Jet stak haar hand uit. Nelle trok eerst haar vuile handschoen uit en gaf Jet een hand. Renske maakte een foto van het karton met de aantekeningen en hield het bij zich.

Ties veegde zijn natte vingers af aan zijn broek. Fara keek op haar horloge.

‘We hebben nog tijd voor die kast,’ zei ze.

‘Wat voor kast?’

‘Jullie voorraadkast. Je moeder zei gisteren dat die uit de doorgang moest als we gaan varen.’

Hij keek naar Renske. Zij knikte en vouwde het karton dubbel, met de aantekeningen naar binnen.

‘Daar kunnen jullie met de meelpakken bij helpen.’

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.