← Het huis dat zijn grond verloor
Inhoudsopgave · hoofdstuk 22 van 22
  1. 1. De lade die niet dichtbleef
  2. 2. Los
  3. 3. Een ander uitzicht
  4. 4. Onder de brug
  5. 5. Fara’s boot
  6. 6. Eten aan de verkeerde kant
  7. 7. Niet door mijn wilgen
  8. 8. De baan door de weide
  9. 9. Alles aan één kant
  10. 10. De straat vaart mee
  11. 11. Achter de gesloten poort
  12. 12. Fara gaat
  13. 13. De hoek die bleef steken
  14. 14. Een kamer lager
  15. 15. Niet alleen mijn huis
  16. 16. Wat er weg mag
  17. 17. Zes ritten later
  18. 18. Recht genoeg
  19. 19. De vloer komt vrij
  20. 20. Bovenwater
  21. 21. De dingen die nog moeten
  22. 22. De eerste passagier

Hoofdstuk 22 van 22

De eerste passagier

Fara stond met twee reddingsvesten voor de loods. Ze droeg droge schoenen. Haar haar was opnieuw vastgemaakt, zodat er geen losse plukken langs haar ogen hingen. Ze hield het grote vest voor oma tegen haar eigen vest en keek of de banden nergens gedraaid zaten.

Suze lag op haar knieën bij de boot. Die dreef nu aan de lage steiger. Ze trok even aan de lijn, duwde de rand voorzichtig opzij en keek naar de houder van de riem. Daarna stond ze op.

‘Je mag.’

Fara knikte. Ze bleef nog even staan met het vest in haar handen.

Aan de straatkant kwam oma aanlopen. Ze had een blik bij zich dat ze recht voor haar buik vasthield. Ties zag aan haar gezicht dat ze zich voorgenomen had het nergens tegenaan te laten tikken.

‘De cake is gelukt,’ zei ze. ‘Of hij smaakt weet ik pas als ik hem openmaak.’

Suze nam het blik aan. Fara hielp oma met het vest. Ze stelde de banden kleiner en trok eraan. Oma liet haar doen en hield haar kin omhoog zodat het niet aan haar sjaal bleef haken.

Ties stond naast de stapel lege schragen. Hij bood niet aan de boot vast te houden. Suze hield hem al. Hij zorgde alleen dat het cakeblik niet half over de rand van de bank stond waarop ze het had neergezet.

Fara ging eerst in de boot en ging op haar eigen plek zitten. Toen kwam oma. Ze pakte de hand van Suze, zette haar voet waar Fara wees en zakte langzaam op het bankje. De deken lag eronder, glad en droog.

‘Zo?’ vroeg ze.

Fara keek langs haar heen naar de lijn. ‘Ja. Zit je goed?’

‘Ik zit heerlijk. Maar ik heb nog niet gevaren.’

Fara nam de riemen. Suze maakte de lijn los en hield het eind even in haar hand. Toen duwde ze de boot rustig van de steiger.

De eerste haal kwam wat te dicht langs de kant. Fara hield in en zette opnieuw aan. Haar oma draaide haar hoofd om de loods van deze kant te zien. De boot schoof verder, een eindje van de steiger vandaan.

Ties liep met Suze langs de vaste kade mee. Fara keek niet voortdurend naar hen. Ze keek naar haar oma en af en toe over haar eigen schouder naar de richting waarin ze voeren. Soms bracht ze de ene riem verder uit dan de andere. Er was geen geknars.

Fara roeit met haar oma als eerste passagier; Ties en Suze kijken vanaf de kade.

‘Mooi,’ zei Suze.

Ze zei het zo zacht dat Fara het niet kon horen.

Aan het einde van de kade bleven ze staan. De boot maakte een ruime bocht. Oma zei iets en wees naar de hoek van de haven. Fara keek, lachte en roeide een paar halen verder voordat ze terugdraaide.

Ties dacht aan gisteren, toen hij door het schuurtje naar haar had staan kijken. Als zij nog een kwartier bij zijn huis gebleven was, was die pen niet rechter geworden. Hij had dat nu niet tegen haar hoeven zeggen. Zij zat in haar boot en had het druk genoeg.

De terugweg ging een beetje scheef. Oma zei weer iets. Fara schudde haar hoofd en corrigeerde met een korte haal. Bij de steiger haalde ze de bladen uit het water voordat Suze de lijn aannam. De boot tikte zacht tegen de stootrand.

Oma bleef zitten totdat alles vast lag.

‘Je opa kwam meestal eerst aan de andere kant terecht,’ zei ze. ‘Dit was een heel korte reis voor mij.’

Fara keek over haar schouder. ‘We kunnen straks nog een stukje.’

‘Eerst cake,’ zei oma.

Ze aten op de bank voor de loods. De cake was stevig genoeg om een hoek af te breken zonder kruimels over iemands schoot te strooien. Fara had een natte plek op haar mouw. Ze stak haar hand uit naar Ties om haar stuk even vast te houden terwijl ze het water eruit kneep.

Hij hield de cake op twee vingers. Er viel niets af.

‘Je huis thuis?’ vroeg oma.

‘Ja. Helemaal.’

Ze knikte en nam een hap cake.

Toen de cake op was, ruimden ze samen de bekers op. Fara hing oma’s vest uit en streek de deken glad. Ze zou straks met Suze nog een rondje doen om zelf te oefenen. Ties zei haar gedag en vroeg of ze zondag zin had zijn kamer te komen bekijken.

‘Als jij mijn boot niet weer een bankje noemt,’ zei ze.

‘Doe ik niet.’

‘Dan wel. In de middag.’

Hij knikte. Ze legde de deken op de goede plek terug en ging naar haar riemen.

Thuis klonk de boormachine boven. Ties liep sneller over de loopplank dan de bedoeling was en kwam zijn vader tegen halverwege de trap.

‘Niet begonnen zonder jou,’ zei Elias meteen. ‘Ik heb alleen getest of de accu vol was.’

Ties ging hem voor naar de dakkamer. De lat die zijn vader eerder had geleend, lag op de tafel. Renske had twee steunen mee naar boven genomen. Ze zaten nu nog los tegen de plank, zodat Ties zelf kon aanwijzen hoe ver hij zijn knieën eronder wilde hebben.

Ze pasten, tekenden af en schroefden vast. Ties hield de plank terwijl zijn vader de eerste schroef indraaide. Daarna wisselden ze. De tweede schroef ging een beetje stroef. Hij draaide hem terug, zette hem rechter en probeerde opnieuw.

Toen de plank vastzat, ging hij eraan zitten. Er was ruimte om op te staan zonder dat hij meteen zijn hoofd tegen de schuine balk stootte. De lade van het oude kastje bleef bereikbaar naast zijn bed. Hij schoof haar open. Binnen lag het schuurpapier met de donkere vouw.

Elias ruimde de boormachine op. Renske riep van beneden dat de koffie deze keer echt op de goede plek stond. Zijn vader bukte onder de balk en verdween.

Ties haalde de boeken van zijn bed. Hij zette er een paar op de lage plank onder het dak en legde de grote dierenatlas onder zijn nieuwe werkblad. De mok met de potloden kwam links. De gebroken rand wees naar de muur.

Buiten tikte een druppel van de dakgoot op het teruggebrachte emmertje. Ties deed het raam dicht, trok zijn stoel naar voren en schoof het eerste boek op de nieuwe plank.

Einde van het verhaal

Nog eens vanaf het begin lezen

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.