← Het huis dat zijn grond verloor
Inhoudsopgave · hoofdstuk 19 van 22
  1. 1. De lade die niet dichtbleef
  2. 2. Los
  3. 3. Een ander uitzicht
  4. 4. Onder de brug
  5. 5. Fara’s boot
  6. 6. Eten aan de verkeerde kant
  7. 7. Niet door mijn wilgen
  8. 8. De baan door de weide
  9. 9. Alles aan één kant
  10. 10. De straat vaart mee
  11. 11. Achter de gesloten poort
  12. 12. Fara gaat
  13. 13. De hoek die bleef steken
  14. 14. Een kamer lager
  15. 15. Niet alleen mijn huis
  16. 16. Wat er weg mag
  17. 17. Zes ritten later
  18. 18. Recht genoeg
  19. 19. De vloer komt vrij
  20. 20. Bovenwater
  21. 21. De dingen die nog moeten
  22. 22. De eerste passagier

Hoofdstuk 19 van 22

De vloer komt vrij

Het huis ging eerst achteruit.

Ties had het horen afspreken. Een klein stukje terug van de hoek die rustte, dan recht voor de nieuwe baan. Toch zag het er even uit alsof ze van huis af gingen. De bovenpoort lag aan de andere kant.

Bram liet zijn lijn gecontroleerd vieren. Jet trok maar kort. De zwarte rand schoof terug langs de grasspriet die Ties gisteren zo lang had aangekeken. Er kwam een dun streepje donker water tevoorschijn.

Toen lag de hoek weer los.

Ties voelde het niet onder zijn voeten, want hij stond op het pad. Hij zag het aan het raam. Dat had gisteren een beetje anders ten opzichte van de bovenpoort gestaan. Nu bewoog het mee met de rest van de gevel. Geen hard geluid, geen golf die over de rand sloeg. Alleen een huis dat niet meer op die ene plek bleef hangen.

Renske keek naar Bram. Hij stak zijn hand op.

Jet trok het voorste eind rustig opzij, tot het midden van de gevel naar de ruimte tussen de gele lappen wees. Aan de achterzijde hield Bram de bocht klein. Het huis leek ineens niet scheef naast een pad te liggen, maar recht voor iets waar het doorheen kon.

Fara hield haar handen onder haar oksels. ‘Nu.’

Ze zei het zacht. Ties hoorde het toch.

De voorkant schoof de vlakke baan op. De plek waar Nelle grond had weggehaald, stond al onder water. Daar was geen hogere streep voor nodig geweest. De hele strook onder het huis lag nu lager dan gisteren. Je zag het aan het ontbreken van de harde groene ribbels waar de zwarte rand eerder tegenaan was gekomen.

De eerste gele lap kwam naast het keukenraam. Daarna bij de deur. Ties telde niet hardop, maar hij hield elke kleine verplaatsing bij. Hij zag de kras onder het raam van de voorraadkast, het haakje van de buitenlamp, de hoek van het balkonnetje. Dingen die hij thuis meestal alleen opmerkte als er iets mee moest gebeuren.

Bij de tweede stok hield Jet in. Ties drukte zijn tenen tegen de voorkant van zijn schoenen.

Maar het was de afgesproken wissel. Bram moest de achterste lijn naar de volgende vaste paal brengen. Hij deed dat zonder dat het huis doorvoer. Nelle wees hem een droge plek langs het pad. Renske hield vanaf de andere kant de lijn vrij van een paaltje.

Fara liet één arm zakken en wreef met haar hand over haar mouw.

‘Dat is gewoon even wachten,’ zei Ties.

‘Dat weet ik.’

Hij knikte. Hij had het ook tegen zichzelf gezegd.

Bram liep naar zijn nieuwe plek. Hij keek terug, trok het losse eind recht en gaf een teken. De motor werd iets duidelijker hoorbaar. Onder de rand ontstonden kleine rimpels.

De achterste hoek naderde nu het stuk waar het gisteren niet verder had gekund. Ties boog naar voren, tot hij met zijn buik tegen het hek kwam. Hij kon die hoek vanaf hier beter zien dan zijn moeder. Zij stond verder naar de bovenpoort.

Hij had afgesproken dat hij zou zeggen wanneer de hoek voorbij de gele stok was. Niet roepen dat alles goed ging als hij alleen het raam zag. De zwarte rand moest er echt voorbij.

Hij keek.

Het huis bewoog. De stok stond stil. Het duurde zo lang dat hij bijna zijn eigen adem telde. Achter het huis dreef een los blaadje de nieuwe baan op. Dat ging veel sneller dan het hout.

‘Nog niet,’ zei hij, hoewel niemand het vroeg.

Fara kwam naast hem op haar tenen staan. De hoek schoof verder, een schoenlengte en toen nog een stukje. Nu zag Ties het hele achtereind voorbij de lijn van de stok komen.

‘Voorbij!’ riep hij.

Zijn moeder keek naar hem en daarna naar het huis. Ze stak haar hand op, als antwoord op zijn teken. Hij deed meteen een stap terug van het hek. Zijn vingers tintelden. Hij had niet gemerkt dat hij ze zo hard om het hout had geklemd.

Het huis glijdt over de vlak gemaakte natte baan; Ties meldt vanaf de kant dat de achterhoek voorbij de stok is.

Jet voer niet ineens sneller. Bram hield zijn lijn bij, Nelle bleef bij de jonge rij en Renske liep rustig mee. Het was voor Ties een vreemde ontdekking dat de volwassenen niet ophielden te werken op het moment dat hij opgelucht was.

De hele zwarte onderrand lag nu in water. Er waren geen droge stukjes baan meer onder de plek waar het huis naartoe moest. Verderop werd het vak ruimer. Het huis mocht daar eerst recht liggen voordat de ploeg de bovenpoort ging gebruiken.

Ties liep met Fara langs het buitenpad mee. Ze moesten bij de kist een omweg om de kruiwagens maken. Achter hen stond Elias nog met het emmertje. Hij keek naar het huis en toen naar de jonge wilgen, alsof hij opeens niet wist welke kant hij als eerste moest opruimen.

‘Pap!’ riep Ties.

Zijn vader keek op. Ties wees naar de bovenpoort. Elias pakte de tas en liep achter hen aan.

Bij de vaste bovensteiger in het ruime stuk werd het huis opnieuw vastgelegd. Jet stapte naar de vaste rand. Ze bekeek met Nelle de twee peilstokken aan weerskanten van de bovenpoort. Renske kwam terug naar het hek waar Ties stond.

Ze leunde even met haar handen op haar knieën. Haar haar was losgeraakt rond haar gezicht. Het potlood zat nog achter haar oor.

‘Zo,’ zei ze.

Ties wilde iets zeggen over de achterste hoek, maar zijn moeder sloeg haar armen om hem heen. Haar werkjas rook naar water en warme stof. Hij legde zijn handen op haar rug en merkte dat zijn vingers nog gekruld waren van het vastklemmen aan het hek. Hij ontspande ze één voor één.

‘Je hebt het gezien,’ zei ze toen ze hem losliet.

‘Hij was echt voorbij.’

Ze knikte. ‘Ja.’

Fara pakte haar tas bij de kist vandaan. Ze keek op haar horloge, maar stopte het niet haastig terug. Ties zag het.

‘Om vier uur, hè?’ zei hij.

Ze knikte. ‘Nog tijd.’

Aan de andere kant van de poort klotste het water van de Bovenkom tegen het hout. Ties kon hun lege ligplaats van hieruit niet zien. Er zat nog een hele hoek tussen. Maar het was nu de kant waar de voordeur weer naartoe wees.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.