← Het huis dat zijn grond verloor
Inhoudsopgave · hoofdstuk 11 van 22
  1. 1. De lade die niet dichtbleef
  2. 2. Los
  3. 3. Een ander uitzicht
  4. 4. Onder de brug
  5. 5. Fara’s boot
  6. 6. Eten aan de verkeerde kant
  7. 7. Niet door mijn wilgen
  8. 8. De baan door de weide
  9. 9. Alles aan één kant
  10. 10. De straat vaart mee
  11. 11. Achter de gesloten poort
  12. 12. Fara gaat
  13. 13. De hoek die bleef steken
  14. 14. Een kamer lager
  15. 15. Niet alleen mijn huis
  16. 16. Wat er weg mag
  17. 17. Zes ritten later
  18. 18. Recht genoeg
  19. 19. De vloer komt vrij
  20. 20. Bovenwater
  21. 21. De dingen die nog moeten
  22. 22. De eerste passagier

Hoofdstuk 11 van 22

Achter de gesloten poort

De poort ging langzamer dicht dan Ties had verwacht. Het ene blad kwam eerst, het andere pas daarna. Een kluit plantenresten bleef ertussen zitten. Bram viste die met een lange haak weg. Toen sloten de houten kanten met een zware, korte dreun tegen elkaar.

Ties stond met Fara op het vaste buitenpad. Door de spijlen van het hek konden ze de werkboot zien. Jet keek nog één keer naar de lijnen voordat ze naar de bovenkant van het vak liep. Renske ging met haar mee. Elias haalde de boterhammen uit zijn tas.

‘Hoe lang duurt dit?’ vroeg Ties.

‘Tot het water hoog genoeg staat,’ zei zijn vader.

‘Ik bedoel in tijd.’

‘Dat weet Jet. Ik weet dat we moeten eten.’

Hij gaf hem een trommel met twee boterhammen en een halve appel. Fara kreeg de andere helft. Haar boterhammen zaten in een eigen zakje. Ze keek in de trommel van Ties en hield haar zakje dichterbij zich, alsof zijn kaas er onverwacht in kon springen.

‘Ik heb pindakaas,’ zei ze.

‘Dat rook ik.’

Ze gingen op een lage houten balk zitten die buiten het natte vak lag. Vanaf die plek zagen ze hun huis van voren. Ties’ raam stond dicht. De voordeur ook. Het leek alsof niemand thuis was, en dat klopte nu.

Bij de bovenpoort begon water te ruisen. Eerst dacht Ties dat ze die poort al openden. Maar er gingen alleen kleine openingen naast de grote deuren open. Het water kwam daar rustig doorheen. Nelle stond ernaast met de paal waarop het eindpeil was aangegeven. Jet belde iemand en keek af en toe naar de Bovenkom aan de andere kant.

‘Ze kunnen het water niet sneller uitgieten,’ zei Fara.

‘Ik heb niks gevraagd.’

‘Je zat met je boterham mee te duwen.’

Hij keek naar zijn hand. De kaas was achteruit uit het brood geschoven. Hij duwde hem terug en nam een hap.

Na een poosje mochten ze naar de peilstok bij de vaste steiger. Er liep een veilig plankier langs het eerste stuk van de rand. Bram wees aan waar ze moesten blijven. Ties zag het water tegen de streepjes staan. Een dun takje zat op de grens van nat en droog geplakt.

‘Dat takje gaat zo omhoog,’ zei hij.

Fara keek. ‘Of het blijft vastzitten en het water gaat eroverheen.’

Ze wachtten. Het water ging over het takje heen.

Ties en Fara kijken vanaf het vaste plankier hoe het water bij de peilstok stijgt.

Aan de overkant verdween langzaam een strook donkere aarde. Eerst werden de laagste grassprieten nat. Toen lagen ze plat. Een los blad draaide erheen en bleef in een pol steken. Ties kon eindelijk zien dat er iets veranderde. Alleen niet zo snel als wanneer je een bad liet vollopen.

Hij vroeg zijn vader of de kom aan de andere kant dan niet leeg zou raken. Elias riep het naar Renske, die op de bovenrand liep.

‘Daarom is de aanvoer afgesproken,’ antwoordde ze. ‘En daarom blijven zij daar ook meten.’

Nelle wees naar de brede bovenkant van de kom, waar het gewone water binnenkwam. Er stond al iemand bij het kleine huisje op de rand. Ties had hem vanmorgen niet gezien. De man hief even zijn arm en ging weer naar binnen.

‘Dit is geen emmer uit jullie keuken,’ zei Nelle. ‘Maar ik wil hem ook niet zomaar leegscheppen.’

Ze ging verder langs de jonge rij. Eén van de gele lappen hing slap tegen zijn stok. Nelle maakte hem los en bond hem wat hoger. De lege vlakte waarover Ties hun huis had zien glijden, kreeg nu steeds minder vaste randen. Hij kon niet meer overal zeggen waar het pad ophield en de lagere grond begon.

Fara trok haar mouwen over haar handen. De lucht was lichter geworden, maar er kwam geen zon. Uit de loods aan de havenkant klonk een hoge fluittoon. Er draaide een machine. Fara keek er meteen naartoe.

‘Suze is met die pen bezig,’ zei ze.

‘Kun je dat horen?’

‘Nee. Maar dat zou ze nu doen.’

Ze keek op haar horloge en vouwde het lege boterhamzakje op. Ze had een hoekje pindakaas op haar duim. Ze veegde het met een laatste stukje brood weg.

Ties vroeg wat haar oma eigenlijk van roeien vond. Fara haalde haar schouders op.

‘Dat weet ik niet. Ze voer vroeger met mijn opa. Ze zegt dat hij altijd zo krom roeide dat ze meer van de oever zagen dan nodig was.’

‘Dan moet je recht varen.’

‘Ik wil eerst dat ze goed zit. Recht varen kan daarna nog.’

Ze stond op om haar benen te strekken. Ties bleef zitten. Hij had willen aanbieden dat hij zaterdag wel even kon helpen. Maar als het huis dan nog hier stond, wist hij niet eens waar hij zelf zou zijn.

Aan de bovenkant klonk een stem. Jet wees naar de peilstok bij de poort. Het ruisen werd zachter en hield op.

Renske kwam over het pad terug. ‘We zijn op de afgesproken stand. Nu eerst kijken hoe de baan erbij ligt.’

Ties sprong op. Zijn voet bleef achter de lage balk hangen. Hij ving zichzelf op, maar zijn lege trommel schoot uit zijn hand en viel met een harde klap op het pad.

Iedereen keek.

‘Lunch afgelopen,’ zei Elias.

Ties raapte de trommel op. Er zat een deukje in het deksel. Hij drukte erop. Het sprong niet terug.

In het vak bewoog hun huis heel licht aan de lijnen. Boven het water stak nog een punt van de rug uit. Ernaast liep de lagere baan waar Jet haar streepjes had gezet. De waterlaag glansde glad, zodat Ties er niet meer aan kon zien hoe ver het onder die glans naar beneden ging.

Jet liet de lijnen voorlopig zitten. Ze ging niet op haar kaart af, maar stak de meetstok opnieuw in het water.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.