Hoofdstuk 18 van 22
Recht genoeg
De nieuwe pen zat erin en de riem had het gehouden. Dat vertelde Fara voordat Ties over het huis kon beginnen. Ze had alleen een klein rondje langs de kade geroeid, terwijl Suze vanaf de steiger toekeek. Niet tot de brug en ook niet de hele haven rond. Alleen heen, keren en terug naar dezelfde plek.
‘Hij knarste niet meer,’ zei ze. ‘En het bankje bewoog niet.’
Ties keek naar de tas aan haar schouder. Er stak een droog shirt uit.
‘Ben je nat geworden?’
‘Ik heb met het blad op het water geslagen toen ik dacht dat ik hem omhoog haalde.’
‘Hard?’
‘Hard genoeg voor mijn eigen gezicht.’
Ze veegde met haar mouw langs haar wang, hoewel ze nu droog was. Ties moest lachen. Ze lachte mee en liet hem toen het bleke plekje op haar hand zien waar de riem had geschuurd.
‘Oma komt nog steeds om vier,’ zei ze.
‘Ik weet het.’
‘Je mag dan niet ineens zeggen dat er nog een huis iets nodig heeft.’
‘Ik ga het niet vragen.’
Ze keek hem aan om te zien of hij het meende. Toen zette ze haar tas tegen de kist en trok haar handschoenen aan. Het ene vingeruiteinde was nog vochtig.
Op het pad lag het meetlint uitgerold. De twee gele stokken stonden nu in een rechte lijn met nog twee verderop. Daarachter glansde de vlak gemaakte baan. Ties kon geen droge rug meer zien op de plek waar de voordeur langs zou komen. Er staken aan de zijkant nog wel hogere stukken uit. Die hoefden niet weg; het huis ging daar niet overheen.
Nelle liep met Jet langs de markeringen. Renske stond bij de voorste lijn. Bram keek aan de achterzijde naar de borging. Ze hoefden niet nog een keer te bespreken waar de kast stond. Die was al gezekerd en Ties’ boekendozen lagen laag bij de vloer. Zijn moeder ging alleen even naar binnen om de banden en deuren na te lopen.
Door het keukenraam zag Ties haar naar de kast lopen. Daarna kwam ze terug op het bordes en stak haar hand op. Alles binnen stond nog zoals ze het hadden neergezet.
Hij pakte de kleine kruiwagen om hem van het pad te halen. Er lag een tak onder het wiel. Fara tilde het voorste eind op terwijl hij de tak wegschoof. Samen zetten ze hem achter de kist.
‘Dat ding is ook op reis geweest,’ zei zij.
‘Verder dan ik wilde.’
Ze keek naar zijn bemodderde broek. ‘Dat zie ik.’
Elias kwam terug met het witte emmertje. Er zaten nu droge bekers in. Hij haalde er twee uit en schonk water uit de fles. Ties had dorst zonder dat hij het gemerkt had. Hij dronk zijn beker in één keer leeg en kreeg nog wat.
Nelle wees een plek aan de buitenkant van het hek aan waar de kinderen konden staan zonder achter iemand te moeten kruipen. Vandaar konden ze de hele achterrand zien. Niet de onderkant, wel de lijn waar zwart hout en water elkaar raakten. Ze moesten wegblijven van de plaats waar Bram zijn lijn had liggen.
Ties liep naar de plek en keek terug. Het huis stond een beetje schuin ten opzichte van de nieuwe baan. De voorste lijn zou het eerst rechter leggen. Dat zag hij nu doordat Jet de hoek met haar hand aanwees en Bram aan de andere kant een stuk lijn verlegde.
Fara kwam naast hem staan. ‘Ik dacht vroeger dat je zo’n huis gewoon aan een boot bond en dan ging het.’
‘Dat dacht ik tot donderdag nog.’
Ze keken naar de dikke tros. Bram had de losse lussen buiten het looppad gelegd. Ties was blij dat hij niets zwaars vast hoefde te houden. Hij had vanmorgen na zes kleine kruiwagens al moeten zitten.
Een telefoon ging. Renske nam op, luisterde en liep een paar stappen van de lijn vandaan. Ties kon nog net horen dat het over de gebroken verbinding ging. Ze zei dat de delen bewaard bleven en dat iemand ze volgende week kon bekijken. Daarna vroeg ze of de afspraak op papier kon komen.
Ze stak haar telefoon weg en keek even naar de kaart op de kist. Haar mond stond strak. Toen ze bij Ties kwam, veranderde dat.
‘Alles klaar?’ vroeg hij.
‘Voor dit stuk wel.’
‘En dat telefoontje?’
‘Dat gaat verder als wij weer thuis zijn.’
Ze trok de capuchon uit zijn kraag, waar die half dubbel zat. Hij liet haar begaan. Hij had haar sinds donderdag heel veel zien doen. Er was weinig bij geweest dat ophield zodra zij haar handen ervan afhaalde.
Jet gaf een teken aan Nelle. Nelle keek naar de laatste maat op de stok. Ze liep over de vaste rand naar de poort en kwam terug zonder een opening aan te raken. Er hoefde geen water bij.
Bram controleerde of zijn lijn vrij lag. Elias haalde de tas met eten verder van het hek. Fara stopte haar handschoenen weg omdat haar handen er toch niet warm in werden.
Ties zette zijn beker in het emmertje. Hij ging met beide voeten naast elkaar staan en hield het hout van het hek niet meer zo hard vast als gisteren.
Vanuit het stuurhuis stak Jet haar hand op.
Zijn moeder antwoordde. De motor begon laag te draaien.