Hoofdstuk 9 van 22
Deze draait niet
Het witte kaartje lag op tafel. Het koordje zat nog om het hengseltje van de zwarte hoes.
Cato trok de rits open en stak haar vingers naast de kijker. Ze verwachtte eerst het rode lusje tegen haar hand te voelen. Er was alleen de gladde zwarte zijkant.
Ze haalde de kijker eruit.
Twee witte spatjes stonden bij het midden op de bovenkant.
Cato draaide hem om. Onder de linker buis zat geen grijs driehoekje. Ze keek voor de zekerheid onder de andere. Ook daar was de verf heel.
‘Pap.’
Dorus had net zijn telefoon uit zijn zak gehaald. Hij keek meteen op.
‘Er zit geen lus aan.’
Hij schoof zijn telefoon terug. ‘Even kijken.’
Ze gaf de kijker niet meteen aan hem. Ze zette hem eerst zelf voor haar ogen. Door de zaal zag ze lichte en donkere vormen. Ze draaide aan het middenwieltje. Dat gaf een klein stukje mee en bleef toen steken.
Ze liet haar vingers los.
‘Deze draait niet.’
Dorus nam hem van haar aan. Hij hield hem even voor zijn ogen, bewoog de buizen een beetje en probeerde het wieltje zonder hard te duwen. Daarna liet hij hem zakken.
‘Ik haal er iemand bij.’
‘Dit is een andere.’
‘Dat kan. We gaan het vragen.’
Cato wees naar de witte spatjes. ‘Die heb ik net gezien. Op de tafel achter. Toen ik met Farida dat papier terugbracht.’
Ze keek naar de rits van de hoes. Het nummerkaartje lag er nog naast. Zeventien. Hetzelfde nummer dat ze al de hele dag kende, en nu hielp het ineens niet.
Raf stond vlak bij de balie. Dorus stak zijn hand op om zijn aandacht te trekken. Cato wilde niet dat Raf dacht dat hij nog iets moest uitleggen over het papier. Ze tilde de kijker een stukje op.
‘Het is een andere.’
Raf kwam naar hen toe. Hij keek eerst naar het kaartje en toen naar de hoes.
‘Dit is zeventien.’
‘De hoes. Maar niet wat erin zit.’
Ze draaide de kijker zodat hij de onderkant kon zien. ‘Hier zat een kale plek. En een rood lusje.’
Raf boog dichterbij. Hij raakte hem niet aan.
‘Misschien is dat lusje eruit gevallen.’
‘En die verf zit er dan ineens weer op?’
Hij keek haar aan. Cato hoorde hoe scherp het eruit was gekomen. Ze wees naar de twee witte vlekjes, zachter nu.
‘Deze stond achter op de inpaktafel. Daar zag ik die vlekjes ook al.’
Farida kwam bij hen staan. Ze had de vrijwilliger achter de kassa een extra pen gebracht en hield de dop nog tussen haar vingers.
‘Wat is er?’
Dorus legde het uit. Hij hield de kijker laag boven het tafelblad. Cato vulde meteen aan dat ze deze al eerder achter had gezien en dat hij niet het driehoekje had. Farida vroeg waar ze dat driehoekje bedoelde.
Cato liet de plek met haar vinger zien, zonder op de buis te tikken.
‘Aan deze kant. Voor mijn linkeroog. Gisteren heb ik daar met mijn duim overheen geveegd.’
Farida knikte en keek naar de inpakruimte. ‘We halen Anja even.’
Ze liep niet weg zonder iets tegen Raf te zeggen. Ze vroeg hem bij hen te blijven. Hij ging naast de tafel staan, op de plek waar Dorus de servetjes had weggehaald.
Cato legde de kijker neer. Het open papier lag eronder met de blauwe strook midden over een gescheurde vouw. Het was het eerste cadeauachtige pakje dat ze ooit zelf had gekocht, en het zag er nu uit alsof iemand de inhoud al niet meer wilde.

‘Ik heb alleen de hoes ingepakt,’ zei Raf.
‘Dat heb ik gezien.’
‘Hij zat dicht toen ik hem kreeg.’
‘Dat weet ik.’
Ze zei het te snel. Hij keek omlaag naar de vouw in het papier.
Anja kwam met Farida terug. Ze had haar hamer niet bij zich. Cato was blij dat die op het podium was gebleven. Er stonden al genoeg mensen om haar kijker heen.
‘Vertel eens,’ zei Anja.
Cato begon bij het testen van gisteren. Het lukte niet meteen om alles in de goede volgorde te zeggen. Het rode lusje kwam vóór de paal, het kale driehoekje ertussendoor. Ze stopte en probeerde het opnieuw.
Anja liet haar uitpraten.
‘En die witte spatjes heb je vandaag eerder gezien?’
‘Ja. Achter op de tafel. Ik wist niet dat er maar één… Ik wist niet hoeveel kijkers er waren.’
‘Dat gaan we nakijken. Raf, heb jij hem uit de hoes gehad?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Sander gaf hem dicht aan mij. Ik heb het kaartje vergeleken.’
Hij keek even naar zijn moeder en zei toen: ‘Sander haalde eerder ook een zwarte kijker uit zijn groene tas. Dat zag ik. Maar ik weet niet of dat deze was. Ik zag alleen dat hij hem eruit pakte.’
Cato draaide haar hoofd naar hem. Hij had dat dus gezien. Ze wilde meteen vragen wanneer, maar Anja was al met haar hand naar de hoes gegaan.
‘Goed dat je dat zegt. We vragen hem ernaar. Laat dit allemaal even bij elkaar liggen.’
Ze keek naar Dorus. ‘Reinier is er. Ik wil hem er even bij laten kijken.’
Dorus knikte. Hij bleef naast de tafel staan. Cato schoof met haar duim de hoek van het papier recht en liet de kijker liggen.