Hoofdstuk 6 van 22
De lamp van Farida
Farida wilde de lamp zo duidelijk hebben dat ze twee keer haar hand opstak terwijl ze allang de hoogste bieder was.
Anja knikte naar haar. ‘Jij staat er nog, hoor.’
Farida liet haar hand zakken. Raf, aan de zijkant van de zaal, hield een vlakke hand voor zijn gezicht. Cato zag dat hij lachte.
Niemand ging boven Farida’s zeven euro. De lamp bleef even op het podium staan nadat de hamer had geklonken. Het licht van het groene glas viel op Anja’s rode vest. Toen pakte Sander hem op en bracht hem naar de werkruimte.
Farida kwam langs Cato’s stoel. Ze drukte haar eigen afhaalstrookje tegen haar borst.
‘Ik ga even een plekje voor hem zoeken voor ik hem zelf nog omloop.’
‘Mag ik mee?’ vroeg Cato.
Haar vader keek op de lijst. ‘We zijn pas bij tien. Ik blijf hier. Als het sneller gaat dan gedacht, roep ik je.’
Ze schoven tussen de stoelen door naar het buffet. Farida betaalde. De vrijwilliger achter de kassa gaf haar een klein strookje terug met een krabbel erop. Ze stak het niet in haar tas, maar hield het vast tot ze bij de uitgifte waren.
Raf keek meteen op. Hij nam het strookje aan en streek het met één hand glad.
‘Negen.’
‘Dat weet ik,’ zei Farida.
‘Ik moet het nakijken.’
‘Ga je gang.’
De groene kap stak boven een laagje papier uit. Er zat een los vel om de voet gewikkeld. Raf hield het kaartje naast het strookje en keek naar de vrijwilliger die vandaag met Farida achter de balie stond. Ze heette Lotte; haar naam stond met stift op een stukje tape aan haar trui.
Lotte knikte. ‘Die mag mee.’
Farida pakte de lamp stevig bij de voet. Raf hield het papier tegen, zodat de kap nergens achter bleef haken.
‘Je hebt goed geboden,’ zei hij.
‘Ik dacht dat ik voor twee personen moest opsteken.’
Hij schoof haar strookje terug. Ze deed het in haar portemonnee.
In een hoek naast het buffet stond de eigen tas van Farida, onder haar jas. Ze zette de lamp ernaast op een laag kastje waar niemand langs hoefde. Ze haalde voorzichtig het papier van de voet. Ze liet de kap vrij en schoof de voet verder van de rand.
‘Zullen we de vulling terugbrengen?’ vroeg ze.
Cato nam een paar losse vellen van haar aan. Farida hield de rest onder haar arm. Ze liepen langs de uitgifte naar de open werkdoorgang. Raf keek hun kant op en liep een stukje mee, tot Lotte hem iets vroeg.
Aan de inpaktafel was het drukker dan gisteren. Een man bond een koord om een stapel boeken. Verderop stonden een paar schoenen naast een doos met servies. Niet om te verkopen, zag Cato. Iemand had zijn schoenen uitgetrokken om zijn natte sokken bij de verwarming te drogen.
‘Die tellen we niet mee,’ zei Sander toen hij haar blik zag.
Ze glimlachte en legde haar papier op de stapel bij de grote rol. Farida schoof een doos opzij zodat de vellen niet op de vloer zouden glijden.
Cato zag een zwarte verrekijker op de hoek van de tafel liggen.
Er zat geen rode lus aan. Op de bovenkant, bij het midden, stonden twee witte vlekjes. Geen nette rondjes. Eentje had een dun uitlopertje, alsof er ooit verf op was gespat.

Ze keek er even naar. Het was dezelfde soort kijker als zeventien. Misschien had ze de eerste dag niet goed naar de hele lijst gekeken. De zwarte hoesjes naast zeventien waren in elk geval geen kijkers geweest; ze had later nog gezien dat er een radiootje, een tondeuse en een rekenmachine tussen de kleine spullen lagen.
Farida raakte haar elleboog aan. Ze stond in de doorgang.
‘We moeten iemand met een doos langs laten.’
Cato deed een stap achteruit. Een volwassen helper liep met een dichtgebonden doos naar de uitgifte. Ze zag de twee witte vlekjes nog één keer langs de rand van het papier. Toen legde Sander er een groot vel naast en draaide zich naar een koper die iets over een houten rekje vroeg.
Raf kwam tot de deur. ‘Mama, wil jij straks ook even naar dat kleine klokje kijken?’
‘Niet voor jezelf kopen omdat je erbij helpt,’ zei Farida.
‘Voor de balie. Hij loopt achter.’
Farida keek naar de klok boven de doorgang. De wijzers stonden een beetje scheef, maar Cato wist niet of dat betekende dat hij verkeerd liep.
‘Dan gebruiken we onze telefoons,’ zei Farida. ‘Ga maar terug naar Lotte.’
Raf keek naar Cato. ‘Zeventien is nog niet.’
‘Ik weet het.’
Vanuit de zaal klonk Anja’s stem. Een stapel schaaltjes werd omhooggehouden. Cato keek door de doorgang langs de tafel. Ze kon het podium net zien als ze opzij ging staan.
Haar vader hief zijn koffiekopje. Niet zijn hand. Ze liep naar hem toe.
‘Lamp binnen?’ vroeg hij.
Ze knikte en ging zitten. Er stond inmiddels een ander ding op het podium. Ze had niet gemerkt hoe snel de nummers tussendoor konden gaan.
‘Heb jij gekeken?’ vroeg ze.
‘Naar mijn kopje. Af en toe naar Anja.’
‘Of we niet al bij zeventien zijn.’
Hij schoof zijn lijst naar haar toe. Zijn vinger lag bij twaalf. Daar stond een set onderzetters. Cato hield haar eigen blad ernaast om te zien of het hetzelfde was.
Ze hoorde iemand vijf euro zeggen. Er kwam meteen een hoger bedrag overheen. Haar hand bleef onder haar knie geklemd.