Hoofdstuk 8 van 22
Het blauwe strookje
Raf keek eerst naar haar strookje en toen naar haar gezicht.
‘Gekocht?’
Cato knikte zo hard dat er haar voor haar ogen viel.
‘Zesentwintig.’
‘Dat is onder je dertig.’
‘Ja.’
Hij glimlachte. Het was de eerste keer die ochtend dat hij niet ondertussen naar een ander pakje keek.
‘Dan heb je nog geld over.’
Cato had ineens weer zin om hem alles te vertellen. Hoe de vrouw vijfentwintig zei, hoe ze zelf eerst niet durfde en hoe weinig geluid die hamer had gemaakt. Maar Lotte schoof een afhaalstrookje over de balie en Raf keek omlaag.
‘Jouw nummer komt zo,’ zei hij. ‘Sander heeft die kleine spullen net meegenomen.’
Farida stond een eindje verder met een klant bij een houten rekje. De klant had gedacht dat het plat in zijn fietstas kon. Farida hield twee handen langs de zijkanten en liet zien waar het hout juist niet kon buigen.
Cato legde haar eigen strookje op de balie. Ze streek het heel voorzichtig glad. Raf had dat bij de andere strookjes ook gedaan.
In de werkruimte werd een doos opengevouwen. Iemand trok met een lang scheurend geluid een stuk tape van de rol. Cato keek door de doorgang en zag het dienblad op de tafel staan.
De zwarte hoes van zeventien lag ervoor. Sander had één hand erop. Zijn andere arm verdween achter een stapel papier. Ze kon niet zien wat hij daarmee deed. Een man met een doos voor zijn borst stapte tussen haar en de tafel door.
Dorus kwam naast haar staan met de broodtrommel onder zijn arm.
‘Die hebben we vast,’ zei hij.
‘Heb jij niet hoeven wachten?’
‘Hij stond al klaar.’
Hij deed het deksel open om te laten zien dat er nog steeds geen boterhammen in zaten. Cato duwde het zachtjes dicht. Ze wilde de werkruimte niet missen.
Toen de man met de doos weg was, stond Sander bij een andere hoek. De zwarte hoes lag dicht op tafel. Het witte kaartje hing over de rand.
Raf liep de doorgang in. Farida keek even op van haar rekje.
‘De kleine hoes mag jij doen,’ zei ze. ‘Eerst vergelijken.’
Sander schoof de hoes naar Raf toe en tikte met twee vingers op het kaartje. Raf keek ernaar en hield het naast Cato’s betaalde strookje, dat hij van de balie had meegenomen.
‘Zeventien,’ zei hij.
Cato hoorde hem nauwelijks, maar ze zag aan zijn mond wat hij zei.
Sander knikte en draaide zich naar de stapel achter hem. Aan de haak hing zijn groene tas. Het hengsel zat een beetje gedraaid. Cato keek er alleen naar omdat hij met zijn elleboog langs de tas streek om een rol papier te pakken.
Raf legde een vel bruin papier op het lege deel van de tafel. Hij zette de hoes erop en vouwde de zijkanten naar binnen. De eerste flap kwam niet tot het midden. Hij draaide het hele vel een kwartslag en begon opnieuw.
Cato wilde roepen dat het anders moest. Ze wist niet eens precies hoe anders. Ze hield haar mond en voelde zich daar op dat moment erg goed over.
Raf kreeg de twee kanten wel over elkaar. Hij trok een strook blauwe tape van de houder. Het papier plakte meteen aan zijn linkerduim. Hij maakte het los en drukte het brede blauwe stuk over de naad.

Farida kwam achter hem staan. Ze keek naar het nummerkaartje dat hij onder de bovenste vouw had vrijgelaten, naar het strookje en toen naar het pakket.
‘Goed. Die kan naar voren.’
Raf pakte het met twee handen op en liep naar de uitgifte.
Cato stak haar handen al uit. Hij legde het niet meteen daarin. Eerst keek hij naar Lotte.
‘Deze is betaald en nagekeken.’
Lotte hield haar hand bij de rand, zonder het van hem over te nemen. ‘Dan mag je hem geven.’
Hij schoof het pakje over de balie.
Cato voelde het gewicht door het papier. Het was niet zwaar, maar het drukte echt in haar handen. Gisteren had ze hem moeten terugleggen. Nu kon ze hem op haar arm laten rusten en ermee naar buiten lopen als ze dat wilde.
‘Dank je,’ zei ze.
Raf knikte. Hij schoof haar strookje erbij. Het koordje van het nummerkaartje liep uit de vouw. Zeventien stond half onder zijn wijsvinger.
‘Moet dit allemaal erom blijven?’ vroeg ze.
‘Nee. Het is van jou.’
Hij zei het heel gewoon. Cato glimlachte toch.
Opzij van de balie stond een kleine tafel waar niemand aan zat. Er lagen twee verfrommelde servetjes op. Dorus pakte ze op en deed ze in het bakje eronder. Hij zette de broodtrommel op de vloer bij zijn schoenen.
‘Hier kun je rustig kijken.’
Cato ging niet zitten. Ze hield het pakket tegen haar buik en zocht het begin van de blauwe tape. Eén hoekje zat niet helemaal vast. Ze peuterde het los met haar nagel.
Het papier scheurde een klein stukje mee. Ze stopte even, alsof Raf kon horen dat ze zijn nette pakje alweer stukmaakte.
Toen vouwde ze de bovenkant open.