← Bieden op nummer zeventien
Inhoudsopgave · hoofdstuk 2 van 22
  1. 1. Nog één keer kijken
  2. 2. Raf staat achter de tafel
  3. 3. Nummer zeventien
  4. 4. Niet alvast verkocht
  5. 5. Een hand die vanzelf omhoog wil
  6. 6. De lamp van Farida
  7. 7. Mijn bod
  8. 8. Het blauwe strookje
  9. 9. Deze draait niet
  10. 10. Geen tas voor die klant
  11. 11. Nog eens proberen
  12. 12. Hier blijft hij
  13. 13. Niet voor iedereen
  14. 14. Even buiten
  15. 15. Wat Anja al weet
  16. 16. Rafs handen
  17. 17. Nummer negen was eerder
  18. 18. Aan de haak
  19. 19. De kijker onder het papier
  20. 20. Wat er geruild is
  21. 21. Opnieuw uit de hoes
  22. 22. Wie zag hem eerst

Hoofdstuk 2 van 22

Raf staat achter de tafel

Raf deed de deur open met een strook schilderstape aan zijn mouw.

‘Je bent vroeg,’ zei hij.

‘Het begon om drie uur.’

‘Ik ben er sinds één.’

Hij trok zijn groene capuchontrui recht. De tape trok mee. Cato wees ernaar, maar hij keek al langs haar heen naar Dorus.

‘Mama is achter. Je kunt je jas daar ophangen. Niet aan die haak, die zit los.’

De buurthal rook naar natte jassen, hout en een beetje naar de soep die iemand in het keukentje opwarmde. Cato kwam er soms voor een filmavond. Dan stonden de stoelen in rijen en had iedereen chips die harder klonk dan de film. Nu liepen er mensen tussen tafels met allerlei spullen. Op het kleine podium stond een lege lessenaar.

Raf stapte opzij voor een vrouw met een rieten mand. Hij wees met zijn hele arm waar ze langs kon. De vrouw liep de andere kant op.

‘Het is hier nog niet helemaal klaar,’ zei hij.

‘Dat zie ik.’

‘Dat is niet erg. Het is kijkmiddag. Je mag overal nog omheen lopen.’

Cato vroeg waar nummer zeventien stond.

Raf knipperde. ‘Dat weet ik niet uit mijn hoofd.’

‘Jij bent hier toch al sinds één?’

‘Ik heb niet alle nummers opgegeten.’

Dorus lachte en tikte tegen de tape op Rafs mouw. Raf keek omlaag, trok het strookje los en vouwde het met de plakkanten tegen elkaar.

‘Kom maar. Eerst even dit.’

Hij ging voor hen uit door de zaal. Cato moest om een stoel heen die met zijn poten op een tafel stond. Aan de rug hing een kaartje met een nummer. Ze bukte om het te lezen en botste bijna tegen haar vader op, die voor een broodtrommel was blijven staan.

‘Die hebben wij niet nodig,’ zei ze.

‘Dat weet je nog niet. Misschien zitten er boterhammen in.’

Hij lichtte het deksel op. Leeg. Hij zette het zorgvuldig terug.

Achter de zaal lag een kleinere werkruimte. De deur stond open. Er was een lange tafel met rollen papier, lege dozen en een houder waar de brede tape in vastzat. Aan de wand ernaast hing een groene canvas tas. De rits stond een klein eindje open. Er staken opgevouwen vellen papier uit.

Een man met licht haar dat in een kort staartje zat, zette een doos op de tafel. Zijn mouwen waren opgerold. Hij had een potlood tussen twee vingers en probeerde daarmee tegelijk een flap van de doos terug te duwen.

‘Sander,’ zei Raf. ‘Dit is Cato. En haar vader.’

Sander keek op. ‘Kom je wat brengen of wat halen?’

‘Kijken,’ zei Cato.

‘Dat is voorlopig het goedkoopst.’

Hij gaf haar een kort knikje en schoof de doos verder van de rand. Raf pakte een leeg, plat doosje van de vloer en zette het bij de andere. Er gleed een strook papier uit. Sander hield zijn voet ervoor.

‘Morgen wordt het hier ingepakt,’ zei Raf. ‘Wat verkocht is. En wat ingepakt moet worden, want je gaat geen tuinstoel in papier draaien.’

‘Dat zou ik wel willen zien,’ zei Dorus.

Raf wees door een tweede brede doorgang naar een balie aan de zijkant van de zaal. Daar stond zijn moeder. Haar blauwe hoofddoek had kleine witte stipjes. Ze praatte met een vrouw die een stapel nummervellen in haar handen hield.

‘Daar krijg je het mee. Dus niet hier zomaar iets pakken omdat je hebt betaald.’

‘Ik pak niks,’ zei Cato.

‘Ik leg het uit.’

Hij liep naar de balie en bleef achter zijn moeder staan. Farida legde een hand op zijn schouder zonder haar gesprek te onderbreken. Toen de andere vrouw weg was, draaide ze zich om.

‘Daar zijn jullie.’

Ze gaf Dorus een hand. Cato zag dat er op haar vingers een beetje inkt zat.

‘Raf zei dat hij helpt,’ zei Dorus.

‘Ja. Als hij mij ook nog wat laat doen.’

Raf rolde met zijn ogen. Hij zorgde dat Cato het zag.

Farida tikte op het papier voor haar. ‘Hij kan straks de nummers mee nakijken. Het tillen, het geld en de laatste controle zijn voor ons. Maar bij kleine pakjes is een extra paar ogen handig.’

‘Ik weet al hoe het moet,’ zei Raf.

‘Dat geloof ik. Morgen laten we het rustig zien.’

Cato keek naar de stapel vellen. ‘Krijg jij dan betaald?’

‘Nee,’ zei Farida.

Raf zei tegelijk: ‘Ik help gewoon mama.’

Hij trok zijn bril omhoog met één vinger tegen de brug. Cato wist niet waarom hij zo klonk. Ze had alleen een vraag gesteld.

‘We helpen met een groep,’ zei Farida. ‘De opbrengst is voor de hal. Het dak bij het keukentje moet gemaakt worden.’

Boven de koffieautomaat stond inderdaad een emmer. Er viel nu niets in. Cato dacht aan de vier euro tachtig die thuis nog naast haar blauwe spaarhond lag.

‘Als die kijker heel duur wordt, kunnen ze misschien twee daken doen,’ zei ze.

‘We hopen op een paar pannen,’ zei Farida. ‘Dat is al genoeg.’

Ze boog zich weer over een vel. Raf schoof een kruk naar achteren. Hij ging niet zitten, maar legde zijn handen op de balie alsof die nu ook een beetje van hem was.

Raf staat met zijn handen op de uitgiftebalie bij Farida; Cato en Dorus kijken rond in de buurthal.

‘Mag ik morgen iemand helemaal zelf helpen?’ vroeg hij.

Farida keek naar hem. ‘Samen met mij. Je kunt het nummer vragen, het strookje vergelijken en zeggen welk pakje erbij hoort.’

‘En het geven?’

‘Een licht pakje. Als ik het heb nagekeken.’

Hij knikte. Eén keer maar.

Cato tikte tegen het nummervel. ‘En als ik zeventien koop, mag ik dan bij jou?’

‘Dat beslis ik niet.’

‘Je zou toch mijn nummer kunnen bewaren?’

Raf haalde zijn handen van de balie. ‘Je moet eerst nog bieden.’

Ze trok haar hand terug. Dat wist ze zelf ook wel.

Farida wees de zaal in. ‘De kijker staat bij de kleine spullen. Niet naast de vazen, nog een tafel verder. Anja loopt daar ook. Vraag haar straks even naar het bieden met je vader.’

Dorus was opnieuw naar de broodtrommel aan het kijken. Cato pakte hem bij zijn mouw.

‘We zijn voor iets anders.’

‘Ik kan best naar twee dingen kijken.’

Bij de kleine spullen stond een rij zwarte hoesjes tussen een wekker en een stapeltje schaaltjes. Cato telde de kaartjes. Veertien. Vijftien. Zestien.

Ze bleef voor het laatste hoesje staan. Aan het hengseltje hing een wit kaartje met een koordje.

Zeventien.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.