Hoofdstuk 19 van 22
De kijker onder het papier
De kijker lag met de bovenkant naar Cato toe.
Geen witte spatjes.
Het rode lusje viel op het tafelblad. De drie witte steken waren van dichtbij ineens heel klein. Cato wist niet waarom ze had verwacht dat iedereen ze nu even duidelijk moest zien als zij.
Anja hield haar handen nog naast de kijker.
‘Is er verder iets wat je wilt laten zien?’ vroeg ze aan Sander.
Hij schudde zijn hoofd. Hij trok de tas iets verder open. Er lag onderin nog een prop papier. Hij haalde de prop eruit en legde hem bij de vellen. Daaronder was alleen de groene bodem te zien.
Cato keek naar haar vader. Hij zag het ook. Dat was prettig en onprettig tegelijk. Er was nu niemand meer die kon zeggen dat ze alleen een rood stukje doek had herkend.
‘Wil je Reinier erbij vragen?’ zei Anja tegen Farida.
Reinier zat nog vlak bij de balie. Hij stond op voordat Farida bij hem was, omdat hij hun gezichten zag. Hij kwam niet gehaast, maar zijn pen bleef in zijn hand. Hij stopte hem pas in zijn borstzak toen hij de kijker op tafel zag liggen.
‘Die komt uit de tas?’ vroeg hij.
Anja knikte.
Sander keek naar het papier naast zijn tas. Hij schoof één vel een klein stukje weg van de rand.
Reinier pakte de kijker niet meteen op. Hij keek naar de lus en naar de plek waar het stof door de bevestiging ging. Daarna keek hij naar Cato.
‘Wat had je onder de buis gezien?’
Ze hoorde haar eigen stem duidelijker dan de stemmen in de rest van de hal.
‘Een grijs driehoekje. Aan de kant van mijn linkerhand als ik erdoor keek.’
Hij knikte, draaide de kijker om en legde hem op zijn handpalm. Daar was het. De gladde grijze plek onder de zwarte buis. Het smalle puntje wees bijna naar het midden.
Cato boog iets naar voren zonder dichterbij de tafel te stappen.
Reinier streek er met zijn duim over.
‘Dat is hem. Deze heb ik gebracht.’

Anja keek zelf naar de onderkant. Ze vergeleek de andere buis en hield hem zo dat Dorus het kon zien.
Haar vader maakte er geen lange inspectie van. Hij keek, knikte naar haar en zette zijn hand weer langs zijn zij.
Cato merkte dat ze glimlachte. Dat voelde op dit moment niet helemaal gepast. Sander stond nog aan de andere kant van de tafel. Raf keek ook niet blij zoals hij had gekeken toen zij zeventien won.
Ze liet haar mond weer stil worden.
‘Deze heeft ook geen witte spatjes,’ zei Anja. ‘De andere blijft bij de hoes in de krat. Die hebben we niet meer verplaatst.’
Farida knikte. Ze hield een hand aan de zijkant van de tafel, niet aan de tas. De lege haak was achter Sander zichtbaar, naast zijn jas.
De vrijwilliger met de boeken wilde langs. Lotte wees hem zwijgend een andere plek. Het werd niet ineens stil in de hele hal. Iemand vroeg of er een verlengsnoer bij een lamp hoorde. Een kind bij de ingang liet een munt vallen. Aan de uitgifte werd een doos verder geschoven.
Cato hoorde het allemaal tegelijk en keek toch alleen naar de kijker.
‘Hij stond dus niet tussen de andere spullen,’ zei ze.
‘Nee,’ zei Anja.
‘En Raf had de verkeerde niet ergens op de balie gepakt.’
Anja keek even naar Raf. ‘We weten dat de hoes van Sander naar Raf ging. En nu weten we waar de goede zat.’
Raf trok zijn schouders een klein eindje op. Hij zei niet dat hij dat al de hele tijd had geweten. Hij had het ook niet geweten.
Reinier zette de kijker op tafel. Hij legde het rode lusje er los naast, niet over het toestel. Het was nog steeds gewoon een stukje stof. Cato kon zich herinneren hoe ze het met haar vingers had geprobeerd en het niet paste.
‘Gaat hij nu weer in een krat?’ vroeg ze.
Anja keek naar Dorus. ‘Ik wil eerst vastleggen wat hier ligt en wat er verteld is. Daarna spreken we af hoe je het juiste gekochte toestel meekrijgt. Je betaling staat er gewoon.’
Cato knikte. Ze had hem liever meteen vastgepakt. Maar ze wilde nu ook niet degene zijn die een ding van de tafel haalde voordat iemand anders wist waar het bleef.
Dorus boog zich een beetje naar haar toe. ‘Kom met Raf even aan de andere kant staan. Dan kunnen zij praten.’
Ze wilde zeggen dat ze al heel netjes uit de weg stond. In plaats daarvan deed ze een stap achteruit. Raf liep met haar mee tot aan de doorgang. Van daar kon ze de tafel nog steeds zien, zonder zo dicht bij Sander te staan.
Hij had zijn handen op de rand gezet. Zijn vingertoppen stonden wit tegen het hout.
Anja schoof haar lijst niet tussen hen in. Ze liet hem naast de kijker liggen.
‘Vertel nu eens wat er werkelijk is gebeurd,’ zei ze.