Hoofdstuk 10 van 22
Geen tas voor die klant
Een man met een geruite boodschappentas hield een vel papier voor Rafs neus.
‘Die van mij staat daar.’
Raf deed een stap achteruit om het hele vel te kunnen zien. Farida nam het niet uit de hand van de man. Ze vroeg eerst welk nummer hij bedoelde.
‘Acht. Die met die vierkante deksel.’
‘Mag ik uw betaalde afhaalstrookje?’
De man keek omlaag. Hij had de lijst voor zich die iedereen in de zaal kon krijgen. Bij acht stond een rondje. Verder niets.
‘Dit toch?’
Farida wees naar het buffet. ‘U moet eerst daar afrekenen. Daarna komt u hier met het andere strookje.’
Hij keek naar de rij voor de kassa en zuchtte. Niet heel boos, eerder alsof iemand de deur nét een stukje verder had gezet dan nodig was.
‘Ik ben er toch bij geweest toen het werd verkocht.’
‘Dat geloof ik. We moeten het hier alleen hetzelfde doen voor iedereen.’
Raf draaide het pakje op de balie niet naar hem toe. Hij hield het met één hand op zijn plek. Cato keek naar zijn vingers. Gisteren had ze hem daarmee een vel papier zien gladstrijken. Vandaag hielden ze iets tegen.
De man knikte uiteindelijk en liep naar de kassa. Zijn boodschappentas tikte tegen een stoel. Hij zette de stoel recht voordat hij verderging.
‘Die komt zo terug,’ zei Farida tegen Raf.
‘Ik heb zijn nummer onthouden.’
‘Mooi. Toch weer vergelijken als hij terug is.’
Raf keek een ogenblik naar Cato en toen naar het volgende pakje. Ze wist niet of hij haar iets wilde laten zien. Misschien werkte hij gewoon door.
Dorus had zijn jas over de rugleuning van een stoel gehangen. De broodtrommel stond nog naast zijn voeten. Cato schoof het kaartje van zeventien iets dichter naar de hoes, zodat niemand het voor een los nummertje van een ander pakje aan zou zien.
Aan de overkant van de zaal noemde de vrijwilliger op het podium een nieuw nummer. Anja had de verkoop even overgedragen. Ze stond bij Reinier, een paar stoelen van de nooduitgang vandaan. Hij luisterde, keek hun kant op en pakte zijn eigen spullen van een lege stoel.
Hij was niet kwaad dat iemand over zijn kijker klaagde. Dat had Cato even gevreesd. Alsof ze onbeleefd was geweest tegen een cadeau, terwijl ze hem helemaal niet cadeau had gekregen.
‘Wil je zitten?’ vroeg Dorus.
Ze schudde haar hoofd.
Hij ging wel zitten. De stoel kraakte. Zijn knieën waren nu ongeveer op dezelfde hoogte als de tafel, en Cato kon zien dat hij naar de twee witte spatjes keek.
‘Ik heb die niet verzonnen,’ zei ze.
‘Dat zeg ik ook niet.’
‘Nee.’
Ze leunde met haar heup tegen de rand. Aan de tafel ernaast pakte een vrouw twee losse schaaltjes voorzichtig in. Ze legde de mooie kanten naar binnen en gebruikte haar sjaal ertussen. Dat vond Cato ineens erg slim. Als er een verkeerde schaal in een doos zat, kon je dat zien. Bij haar had een hoes al genoeg geleken.
Farida kwam even bij hen staan. Ze legde de pen met de losse dop op tafel.
‘Anja heeft je nummer en je betaling. Dat komt niet zoek.’
‘Het nummer is het probleem niet,’ zei Cato.
‘Nee. Maar je geld is ook niet zomaar weg.’
Cato knikte. Ze keek naar haar vader, die hetzelfde deed. Zij hadden het blijkbaar al over terugkrijgen. Zijzelf dacht nog aan de schroef in het plankje.
De man met de geruite tas kwam terug. Hij hield nu een klein strookje omhoog en liet het andere papier in zijn tas zitten.
Raf boog erover. Cato kon hem horen lezen. Hij vergeleek de cijfers, keek naar Farida en schoof het juiste pakje dichterbij.
De man bedankte hem. Niet alleen Farida, echt hem.
Raf kreeg een rechte rug. Cato zag het zo duidelijk dat ze bijna moest glimlachen. Ze keek snel omlaag om te voorkomen dat hij het verkeerd zou begrijpen.
‘Mooie trommel,’ zei de man toen hij langs Dorus liep.
Haar vader keek naast zijn schoenen. ‘Dank u. Zelf uitgezocht.’
De man lachte. Cato trok de lege stoel een stukje van de doorgang af. Er liep alweer iemand met een doos langs. Het gewone afhalen ging door, ook terwijl er op hun kleine tafel een verkeerde verrekijker lag.
Reinier kwam naar hen toe. Hij bleef naast Cato staan en keek eerst naar haar, niet naar het toestel.
‘Laat maar eens zien wat er gebeurt.’
Ze legde haar hand op de rand van het papier. Haar vader schoof zijn stoel naar achteren om ruimte te maken.