Hoofdstuk 16 van 22
Rafs handen
Raf legde het papier plat. Het wilde meteen weer oprollen.
Hij zette zijn linkerhand op de ene hoek en zijn rechter op de andere. Het midden kwam omhoog. Cato hield er één vinger op. Hij liet haar.
‘Hier lag de hoes,’ zei hij.
Er lag niets. Cato keek naar de lege plek tussen hun handen.
‘Dat snap ik.’
Hij bewoog zijn vinger langs een denkbeeldige rand. ‘Niet dwars. Eerst wel, maar toen kwam het papier niet over elkaar.’
‘Ik zag je hem draaien.’
‘Het papier.’
‘Ja. Het papier met de hoes erop.’
Raf knikte. Farida stond aan het uiteinde van de tafel. Ze hield haar lijst onder haar arm en keek toe. De echte hoes en de verkeerde kijker waren nog steeds in de blauwe krat bij Anja; Raf had alleen een nieuw vel gepakt.
Hij vouwde de twee zijkanten naar binnen, zonder iets in het papier te stoppen. Het werd een slappe lege vouw. Met zijn vingertop hield hij de flap vast waar het blauwe strookje had gezeten.
‘Het kaartje zat hierbuiten. Anders kon mama het niet zien.’
‘Dat zag ik ook.’
‘En Sander had de rits al dicht. Ik kon niet door die hoes heen kijken.’
Cato liet het vel los. De flap kwam weer omhoog. Raf hield hem niet opnieuw tegen.
Ze keek naar zijn handen. Er zat een oud krasje op zijn rechterduim. Op vrijdag had er tape aan zijn mouw gezeten. Het waren niet ineens andere handen geworden omdat hij achter een balie stond.
‘Ik dacht gewoon…’ begon ze.
Ze stopte. Hij wachtte.
‘Als jij hem gezien had, was het niet meegegaan.’
‘Als ik gisteren met jou had gekeken, misschien. Maar ik wist van dat driehoekje niet eens waar het zat.’
‘Onder links.’
‘Ja. Nu.’
Cato knikte. Ze hoefde hem dat niet nog een keer aan te wijzen.
Farida trok een lege kruk een stukje opzij, zodat iemand bij de stapel dozen kon. Ze zei tegen de voorbijlopende vrijwilliger dat de andere kant van de tafel vrij was. De kinderen hoefden hun papier niet op te ruimen, maar ze konden ook niet de hele ruimte innemen.
Cato schoof dichter naar Raf.
‘Wat zag je toen hij die tas openmaakte?’ vroeg ze.
Raf keek naar de haak. Hij wees niet. Zijn hand bleef op de rand van het papier liggen.
‘Hij had hem daar hangen. Hij deed zijn hand erin en haalde een kijker eruit. Met zo’n middenstuk tussen de twee kanten. Niet een hoes.’
‘Hoe hield hij hem?’
Raf pakte geen ander toestel om het voor te doen. Hij hield zijn lege rechterhand voor zich, met zijn duim en vingers om een denkbeeldig voorwerp. Hij tilde hem een klein stukje op en draaide zijn pols.

‘Zo. Ik liep naar de zakken. Ik zag niet wat hij daarna met hem deed.’
‘En je weet niet of er witte spatjes op zaten.’
‘Nee.’
Hij zei het zo beslist dat Cato even stil was. Ze wilde graag dat hij ze gezien had. Dat zou alles minder glibberig maken. Maar zijn hand bewoog niet verder en hij verzon er niets bij.
‘Ik heb het meteen gezegd toen Anja vroeg of ik de rits had opengemaakt,’ voegde hij eraan toe.
‘Ik hoorde het.’
Ze zag dat hij op een antwoord van haar wachtte dat over iets anders ging dan de tas.
‘Ik had het niet zo bij die mevrouw moeten zeggen.’
Raf wreef met zijn handpalm over het papier. ‘Nee.’
‘Sorry.’
Hij keek naar de balie. Lotte hield een doosje omhoog voor een koper die niet groot genoeg was om eroverheen te kijken. Ze kwam naar de zijkant en liet hem daar zien wat ze bedoelde.
‘Ik wil gewoon helpen,’ zei Raf. ‘Niet de hele tijd horen dat ik ergens niet aan gedacht heb.’
‘Ik ook niet.’
Dat kwam er vanzelf uit. Raf keek haar aan en trok één mondhoek op, heel even.
Farida legde de lijst op de tafel. Ze sloeg de hoek om waar een vlekje koffie op zat.
‘Jullie hebben allebei verteld wat je zag,’ zei ze. ‘Nu kijken we wat daar wel en niet tussen past.’
Cato wees naar de kant van de tafel waar de kijker met de witte spatjes had gelegen. Daar stond nu een kartonnen doos zonder deksel. De kijker had niet op dezelfde plek gelegen als de hoes van zeventien. Hij had een eindje verder naar de deur gestaan.
‘Hier zag ik hem,’ zei ze. ‘Toen we dat losse papier terugbrachten. U had het onder uw arm.’
Farida keek naar de stapel naast de grote rol.
‘Toen we van mijn lamp kwamen.’
‘Ja.’
Ze tikte met haar vinger op haar eigen lijst. ‘Negen.’
Raf liet het lege vel liggen. Cato keek van de lijst naar de doorgang en daarna naar het podium, waar haar vader had gezeten.
Ze dacht aan de lamp. Het gele licht op Anja’s rode vest. Farida die haar hand twee keer omhoogstak. En daarna de onderzetters op tafel, terwijl ze zelf alweer naast haar vader zat te wachten.