← Bieden op nummer zeventien
Inhoudsopgave · hoofdstuk 14 van 22
  1. 1. Nog één keer kijken
  2. 2. Raf staat achter de tafel
  3. 3. Nummer zeventien
  4. 4. Niet alvast verkocht
  5. 5. Een hand die vanzelf omhoog wil
  6. 6. De lamp van Farida
  7. 7. Mijn bod
  8. 8. Het blauwe strookje
  9. 9. Deze draait niet
  10. 10. Geen tas voor die klant
  11. 11. Nog eens proberen
  12. 12. Hier blijft hij
  13. 13. Niet voor iedereen
  14. 14. Even buiten
  15. 15. Wat Anja al weet
  16. 16. Rafs handen
  17. 17. Nummer negen was eerder
  18. 18. Aan de haak
  19. 19. De kijker onder het papier
  20. 20. Wat er geruild is
  21. 21. Opnieuw uit de hoes
  22. 22. Wie zag hem eerst

Hoofdstuk 14 van 22

Even buiten

Dorus had twee boterhammen in een papieren zakje. Hij hield Cato er één voor.

‘Kaas of kaas?’

‘Wat een keuze.’

Ze nam de boterham. De kaas was bij de rand een beetje droog. Ze duwde hem tussen het brood en nam een hap.

Haar vader zette zijn eigen tas bij zijn voeten. Het was de platte bruine fietstas die hij ook meenam als ze gingen wandelen. Hij deed de broodtrommel erin en haalde zijn eigen kijker eruit, met de brede zwarte band om de groene buizen.

‘Je had hem bij je?’

‘Ik dacht dat we straks misschien nog langs het pad zouden gaan.’

Cato slikte. Ze had hetzelfde gedacht. Haar nieuwe kijker en die van hem naast elkaar, geen haast met doorgeven. Misschien had ze Raf gevraagd om mee te gaan als hij klaar was.

Dorus legde de band over zijn knie en nam eerst zelf een hap. Hij keek niet stiekem naar het raam om te zien of Anja al naar hen zwaaide.

‘Wil je even?’ vroeg hij.

Ze schudde haar hoofd.

Hij legde de kijker naast zich. Ze aten een tijdje zonder iets te zeggen. In het gras bij het hek hopte een klein vogeltje naar een struik. Cato volgde het met haar ogen. Het bewoog veel sneller dan ze wilde.

‘Nu wel,’ zei ze.

Haar vader hield de band omhoog. Ze stak haar hoofd erdoor en pakte de buizen vast. Het vogeltje zat half achter een takje. Ze hield haar ogen eerst op die plek, bracht de kijker omhoog en zag alleen een donkere stam.

Ze liet hem een beetje zakken om opnieuw te zoeken.

‘Waar ging hij heen?’

‘Ik kijk niet door jouw ogen.’

Ze keek opzij. Haar vader hield zijn boterham vast en wees met zijn kin.

‘Daar, achter dat stukje wit aan het hek.’

Deze keer kwam de tak bijna op de goede plek in haar beeld. Ze draaide een beetje aan het wiel. Haar ellebogen hingen los in de lucht. Ze drukte ze dichter tegen haar lijf. Het beeld trilde minder.

Toen zag ze het vogeltje. Niet helemaal, maar zijn kop, een oog en het randje van een vleugel tussen de twijgen.

‘Ik heb hem.’

‘Mooi.’

Hij vroeg niet meteen om de kijker terug. Cato bleef kijken tot het vogeltje achter de struik naar beneden sprong.

Ze liet de buizen zakken. Er zat een kruimel op haar lichtgrijze jasmouw. Ze veegde hem met haar vrije hand weg.

‘Het gaat niet alleen om sneller zijn,’ zei ze.

Dorus knikte met volle mond. Hij slikte voordat hij antwoord gaf. ‘Ik zit ook vaak naar de verkeerde tak te kijken.’

Ze geloofde hem. Vanmorgen had hij de broodtrommel zo aandachtig bekeken dat hij niet eens had gemerkt dat zij met Farida wegliep.

Een stel kwam de hal uit met een spiegel tussen zich in. Ze droegen hem met de glazen kant naar binnen. Cato zag hun schoenen in de onderste hoek bewegen. De man deed een stap opzij om een plas te vermijden en trok de vrouw daardoor bijna juist die plas in.

‘Rustig,’ zei de vrouw.

‘Dat doe ik.’

Ze zetten de spiegel even neer en begonnen opnieuw. Cato hield haar laatste hap in haar hand en keek hoe het nu wel lukte.

‘Ik wil nog steeds die van zeventien,’ zei ze.

‘Dat mag.’

‘Niet alleen omdat ik heb betaald.’

Haar vader streek een kruimel van zijn broek. Cato keek naar de struik. Het takje waar de vogel had gezeten, bewoog nog. Ze had willen blijven kijken toen hij naar beneden sprong.

Ze maakte de band los en gaf zijn kijker terug. Dorus wikkelde de band er los omheen en deed hem in de bruine tas.

Cato keek naar haar lege handen.

‘Die witte spatjes,’ zei ze. ‘Ik zag ze echt op de tafel. Bij dat papier.’

‘Dat heb je verteld.’

‘Ja.’

Ze duwde met haar duim tegen een klein korstje aan haar wijsvinger. Ze had het vorige week opgelopen bij het openen van een blik. Het viel haar nu pas op hoeveel ze met haar vingers deed als ze ergens over nadacht.

‘Ik weet alleen niet waarom die kijker daar was.’

‘Dat is een andere vraag,’ zei Dorus.

Hij stond op en nam de lege papieren zakjes mee naar de afvalbak. Cato liet het korstje met rust. Toen hij terugkwam, schoof ze haar schoenen verder onder het bankje zodat hij langs kon.

‘Gaan we weer naar binnen?’ vroeg ze.

‘Als jij klaar bent.’

Ze knikte. Haar boterham was op. Haar handen waren warm genoeg. En binnen stond nog steeds die blauwe krat, met haar hoes erin en iets wat er niet in hoorde.

Bij de deur hield ze haar hand even op de klink. Ze had geen zin dat Raf weer zo strak naar haar keek.

Dorus wachtte achter haar.

Cato drukte de klink omlaag.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.