Hoofdstuk 20 van 22
Wat er geruild is
Sander keek naar Reinier en daarna naar de groene tas.
‘Die oude is van mij,’ zei hij.
Anja wachtte.
‘Die met dat witte erop. Ik had hem eens gekocht om weer op te knappen. Maar dat is niet gelukt.’
Raf stond zo dicht naast Cato dat hun mouwen elkaar raakten. Hij duwde haar niet opzij om beter te horen. Ze hoefden niet eens naar voren te buigen.
‘Je hebt je eigen toestel hierheen gebracht,’ zei Anja.
Sander knikte kort.
‘Ik zag gisteren dat het precies hetzelfde model was. Dezelfde vorm. Dezelfde hoes kon erom.’
Cato keek naar de blauwe krat achter de uitgifte. Het kaartje zat daar nog aan de zwarte hoes. Zeventien was niet van zijn koordje gegaan. De hoes had alleen niet meer bevat wat ze ervoor had betaald.
‘En toen heb je ze omgewisseld,’ zei Anja.
Sander veegde met zijn hand over het tafelblad. Er zat een klein papierstofje aan zijn wijsvinger. Hij wreef het eraf.
‘Ik had de mijne al op de tafel gelegd. Voor ik jouw hoes kreeg. Daarna heb ik hem daarin gedaan.’
‘En deze?’ Reinier wees niet beschuldigend met zijn vinger. Hij keek naar het toestel dat hij zelf had gebracht.
‘Die heb ik in mijn tas gedaan.’
Hij zei het zo zacht dat Cato hem bijna niet verstond. Ze zag de beweging van zijn mond en hoorde toen pas de woorden.
‘Waarom?’ vroeg Reinier.
Sander trok één schouder op. ‘Daar kon ik nog iets voor krijgen. Ik dacht dat de koper er pas thuis achter zou komen dat die andere niet goed was.’
Hij keek even naar Cato. Ze keek terug, maar ze had geen zin dat hij tegen haar ging vertellen waarom het allemaal anders bedoeld was.
Dorus stond nog naast Anja. Hij deed geen stap naar Sander toe. Zijn gezicht was wel veranderd. Cato kende dat gezicht van de keer dat iemand op het fietspad vlak langs haar was gereden en haar vader daarna iets tegen die fietser had gezegd.
Anja legde haar hand op haar lijst.
‘Je hebt dus niet per ongeluk iets verkeerd ingepakt.’
Sander schudde zijn hoofd.
Dat was genoeg. Anja vroeg hem met Henk even in het kleine kamertje naast het buffet te gaan zitten. Niet om daar verder te werken. Ze zou de handelingen en de verklaringen opschrijven en dit melden. Ze wilde ook zijn contactgegevens nog een keer controleren.
Henk kwam uit de doorgang. Hij keek niet naar Cato, vroeg niet wie het had ontdekt en riep niets door de zaal. Hij liep met Sander mee naar het kamertje. De deur bleef op een kier.
De groene tas bleef open op de inpaktafel, bij het papier en de goede kijker. Anja vroeg Farida de tafel vrij te houden. Daarna liep ze naar de balie om haar telefoon te pakken.
Cato voelde dat er ruimte in haar borst kwam voor iets anders dan de kijker. Ze was opgelucht. Ze was ook boos, maar die boosheid wist niet goed waar ze heen moest nu niemand meer beweerde dat ze zich vergiste.
Raf wreef over zijn neus.
‘Ik zag dus wel een kijker,’ zei hij.
‘Ja.’
Hij knikte en keek naar de plek waar de tas had gehangen.
‘Ik dacht niet dat hij de goede erin zou stoppen.’
‘Ik ook niet.’
Cato had de groene tas gezien op vrijdag. Papier, een rits, een hengsel. Ze had Sander horen vragen of ze kwam brengen of halen. Hij had de hele tijd normaal tegen hen gepraat.
Farida kwam naar hen toe. Ze legde geen arm om Raf heen, maar raakte even zijn schouder aan.
‘Je hoeft hem niet meer in te pakken,’ zei ze.
Dat was precies zo’n gewone zin dat Raf een klein beetje lachte. Hij ademde uit door zijn neus en maakte zijn bril schoon met een doekje dat hij nu pas uit zijn zak haalde.
‘Die had ik de hele tijd,’ zei hij tegen Cato.
‘Dat zie ik.’
Ze keek naar de afdruk op zijn brillenglas, die eindelijk verdween.
Dorus kwam bij hen staan. Hij vroeg Cato of ze even water wilde. Ze wilde zeggen dat ze geen water nodig had, maar haar mond was droog.
Ze knikte.
Bij het buffet vulde hij drie bekers. Raf kreeg er ook een. Ze bleven aan het uiteinde staan, weg van de mensen die hun koffie wilden afrekenen.
Anja sprak een eindje verder aan de telefoon. Ze noemde rustig de naam van de hal en vroeg hoe ze de gebeurtenis het beste kon melden. Cato hoefde niet alles te kunnen horen. Haar vader bleef in de buurt voor als Anja nog iets wilde vragen.
‘We gaan niet weg zonder met Anja af te spreken wat er met je koop gebeurt,’ zei hij.
‘Dat weet ik.’
Hij dronk zelf ook een slok. Er hing een druppel aan de punt van zijn snor. Cato wees ernaar. Hij veegde langs de verkeerde kant en toen langs de goede.
Raf keek naar de deur van het kleine kamertje. Er was geen lawaai. Henk stond in de kier met een vel papier in zijn hand. Sander was niet te zien.
Cato keek weer naar de inpaktafel. De kijker lag nog op de plek waar Reinier hem had neergezet. Ze kon het rode lusje zien, maar het kale driehoekje niet. Dat lag aan de onderkant.
Ze dronk haar beker leeg en wachtte met de twee anderen bij het buffet.