Hoofdstuk 13 van 22
Niet voor iedereen
‘Waarom heb je niet in de hoes gekeken?’
Raf had het blauwe balletje tape net tussen duim en wijsvinger gekregen. Hij hield het stil.
‘Omdat ik het kaartje moest nakijken.’
‘Maar dan weet je toch nog niet wat je geeft?’
Een vrouw naast de balie keek op. Ze had een klein doosje aan haar pink hangen en was bezig haar handschoenen terug in haar tas te stoppen.
Raf legde het balletje tape neer.
‘Ik kreeg de hoes van Sander. Dicht. Dat heb ik net gezegd.’
‘Dat weet ik. Maar je had even de rits—’
‘Cato.’
Ze stopte. Hij had haar niet hard onderbroken. Daardoor hoorde ze juist hoe strak zijn stem klonk.
‘Je kijkt naar zo’n papiertje,’ zei ze, zachter maar nog hoorbaar, ‘en dan geef je gewoon iets anders mee.’
De vrouw met het doosje bleef even staan. Raf keek heel kort haar kant op. Zijn vingers verdwenen onder de rand van de balie.
Farida sloeg haar lijst dicht.
‘Raf heeft gedaan wat wij hadden afgesproken. Als er eerder iets verkeerd in de hoes is gegaan, ligt dat niet ineens aan zijn controle.’
Cato keek naar de blauwe krat. Ze wist niet wat ze moest zeggen om haar eigen zin weer terug in haar mond te krijgen. Ze had hem ook nog steeds een beetje bedoeld. Als Raf had gekeken, dan had ze het eerder geweten.
‘Ik zeg niet dat hij het expres deed.’
Raf trok zijn bril van zijn neus, poetste hem aan de zoom van zijn groene trui en zette hem weer op. Hij keek haar nu recht aan.
‘Doe dan ook niet alsof ik dom ben. Hier. Voor iedereen.’

Cato voelde dat Dorus naast haar kwam staan. Ze wilde niet dat hij haar nu meenam als een kleuter die te veel lawaai maakte. Ze wilde evenmin nog een zin zeggen waar Raf zo van keek.
Een klant stak zijn afhaalstrookje op. Farida wenkte hem naar het andere einde van de balie. Raf liep mee. Hij liet het blauwe balletje tape liggen.
Dorus raakte Cato’s elleboog aan.
‘Kom even.’
‘Ik ben niet klaar.’
‘Daarom.’
Hij pakte de broodtrommel van de stoel en zijn jas van de leuning. Cato bleef nog een ogenblik naar Rafs rug kijken. Hij had zijn mouwen weer een stukje omhooggetrokken. De vrouw met het doosje liep door naar de uitgang.
‘Hij heeft toch ook een kijker uit die tas zien komen?’ zei ze tegen haar vader, toen ze de balie niet meer in hun rug hadden.
‘Ja. Dat heeft hij verteld.’
‘Dus ik verzin het niet allemaal.’
‘Nee.’
Hij bleef bij de jassen staan en keek haar aan. Cato had liever gehad dat hij doorliep. Dan kon ze achter hem boos blijven.
‘Maar hij weet niet alles wat jij gisteren hebt gezien,’ zei Dorus. ‘En jij weet niet alles wat hij achter die tafel deed.’
Cato trok aan de rand van haar lichtgrijze jasmouw. Er stak een klein lusje draad uit. Ze liet het zitten, omdat het waarschijnlijk een gat zou worden als ze eraan trok.
Ze hoorde Farida lachen om iets wat een klant zei. Ze hoorde Raf niet.
‘Ik wilde niet dat die mevrouw het hoorde.’
‘Dat geloof ik.’
Dorus duwde de buitendeur open met zijn schouder. Cato liep naar buiten. Het geluid van de zaal werd meteen doffer. Er reed een fiets over het plein. De ketting tikte tegen iets bij het achterwiel.
Haar vader hield de deur nog even open voor een vrouw met een manke houten stoel. De vrouw liep langzaam, met de stoelpoten ver van haar eigen benen af. Cato pakte niet zomaar een poot vast. Ze stapte alleen opzij.
Toen de deur dichtviel, bleef ze met haar handen in haar jaszakken staan.
‘We hoeven niet weg,’ zei Dorus.
Ze keek naar zijn broodtrommel. Hij had hem onder zijn arm geklemd alsof hij zojuist een belangrijk document had opgehaald.
‘Dat ding kan toch in je tas?’
‘Ja. Daar ligt eten in. Dan gaan we dat eerst eens opeten.’
Hij wees naar het bankje bij hun fietsen. Cato liep erheen en ging op de uiterste rand zitten. Er lag een nat blad naast haar. Ze veegde het met haar schoenzool van de plank af.
Door het raam kon ze de zijkant van Raf zien. Hij hield een strookje naast een kaartje. Daarna liet hij Farida kijken. Ze stak haar duim op, niet naar hem maar naar de klant.
Cato keek snel weg.
Haar vader zette de broodtrommel tussen hen in. Ze zaten allebei een beetje scheef om hem niet in de modder onder het bankje te laten vallen.