Hoofdstuk 29 · 5 minuten lezen
Het andere huis
Zaterdag kwam Pap me ophalen zonder te vragen of ik nog reparaties wilde meenemen.
Het viel me op. Hij zag dat het me opviel en zei: ‘Tess heeft de deken in beslag genomen totdat we leren met een orderboek te werken.’
Ik glimlachte een beetje.
Ollie was naar een vriend, dus ik was alleen. Zonder zijn commentaar voelde de auto anders. Pap zette de radio zacht en liet hem zo staan. Daardoor hoorden we iedere kleine stilte die we tussen ons in lieten vallen.
‘Ik hoorde van donderdag,’ zei hij.
‘Iedereen heeft het gehoord.’
‘Alleen de mensen die wilden vragen hoe het was gegaan.’
Ik keek naar de winkels waar we langs reden.
‘Ik heb het niet per ongeluk gemist.’
Hij wachtte.
‘Ik had er kunnen komen. Ik heb die mogelijkheden niet gebruikt.’
‘Dat zal moeilijk zijn om te zeggen.’
‘Het had meer geholpen als ik het niet had hoeven zeggen.’
Hij knikte. We stopten voor een verkeerslicht. Naast ons hield een fietser een zak brood op één stuurhelft in evenwicht. Hij leek daar rustiger onder dan ik onder wat dan ook.
‘Weet je nog die avondcursus waar ik aan begon toen je een jaar of tien was?’ vroeg Pap.
‘Die met de spreadsheets?’
‘Ja. Na twee maanden ging ik niet meer. Ik zei dat ik het te druk had op mijn werk. Het was ook druk, maar ik vond het vooral vreselijk om degene te zijn die in de les het traagst begreep welke vraag hij moest stellen.’
‘Ben je teruggegaan?’
‘Nee.’
Ik draaide me naar hem toe.
‘Ik wou dat dit verhaal een beter einde had waar jij iets aan had,’ zei hij. ‘Dat heeft het niet. Ik wou dat ik terug was gegaan.’
Bij het huis stond Tess op het punt met Pip te gaan wandelen. Ze vroeg of ik mee wilde. Ik zei misschien later. Ze nam daar genoegen mee en maakte er geen test van om te zien of ik mijn zusje wel leuk vond.
Pap zette thee. Hij wist waar de mokken stonden. Ik nog steeds niet.
In de kleine slaapkamer stond een bed waar ik soms sliep, een bureau met zijn oude printer en een kast die deels vol babyspullen lag. Ik bleef in de deuropening staan terwijl hij het blik met opa’s notitieboeken haalde dat ik bij mijn eerdere bezoek was vergeten.
‘Wat is er?’ vroeg hij toen hij mijn gezicht zag.
‘Niks.’
Hij zette het blik neer.
‘Ik probeer dat tegenwoordig niet meer te snel te geloven.’
Ik ging op het bed zitten. De sprei was schoon en onbekend, zo neutraal gekozen dat de kamer niet echt van iemand leek.
‘Je hoeft van mij niet alles te laten zoals het was,’ zei ik. ‘Ik weet dat je hier nu woont. Ik weet dat Pip ruimte nodig heeft. Ik wil alleen niet het gevoel hebben dat ik alles zo netjes moet achterlaten dat niemand kan zien dat ik er ben geweest.’
Hij keek naar de kast.
‘Ik noemde het jouw kamer.’
‘Ja.’
‘Maar ik heb hem halfvol gezet met spullen die jij aan de kant moet zetten.’
Ik knikte.
Hij ging naast me zitten en liet genoeg ruimte tussen ons om me niet verplicht te voelen tegen hem aan te leunen.
‘Het spijt me.’
‘Ik hoef geen grote verbouwing van mijn kamer. Dat zou raar zijn.’
‘Wat zou helpen?’
De vraag was zo eenvoudig dat ik bijna iets koos wat voor hem makkelijk zou zijn.
In plaats daarvan keek ik naar het bureau.
‘Een la die van mij is. En dat je soms naar mij toe komt zonder iets te bezorgen of ons op te halen. Woensdag kwam je wel. Dat vond ik fijn.’
‘Ik ook.’
‘Doe dat dan nog eens.’
‘Dat zal ik doen.’
Ik wilde een belofte die groot genoeg was voor elke keer dat hij het misschien zou vergeten. Wat hij aanbood was kleiner en bruikbaarder, zolang hij het bleef doen.
We verplaatsten de printer. Zonder grote gebaren. Hij ging naar Paps eigen werkhoek, waar hij volgens hem maanden geleden al had moeten staan. Ik koos een la en legde het extra notitieboek uit mijn tas erin. In zijn eentje leek het weinig voor te stellen. Toch liet ik het liggen.
Toen Tess terugkwam, sliep Pip en miste ze één sok. Pap droeg haar naar boven. Tess bleef bij me in de keuken en at boven de gootsteen een koekje.
‘Hij leert het,’ zei ze.
‘Is dat je officiële beoordeling?’
‘Dat is mijn beoordeling van de meeste mensen. Ook van mezelf.’
Ik keek naar de gang waar de kinderwagen stond.
‘Ik vind het hier niet vervelend.’
‘Dat hoef je niet te bewijzen door iedere minuut fijn te vinden.’
‘Ik weet het.’
Ze trok een wenkbrauw op.
‘Sorry,’ zei ik. ‘Er is me verteld dat ik dat als leesteken gebruik.’
We lachten. Gewoon een lach, niet het begin van een nieuw gezin dat ineens magisch perfect was. Ik vond Tess leuker als ik niet hoefde te bedenken wat dat over Mam zei.
Na de lunch bracht Pap me naar oma in plaats van naar huis. We zouden zondag de rest van de papieren ophalen, maar ze was thuis en zei dat ze thee zou zetten. Hij vroeg of ik wilde dat hij bleef.
‘Help maar even met het blik,’ zei ik. ‘Daarna wil ik haar wat vragen.’
Hij droeg het naar de deur, kuste mijn wang en vertrok zonder mij verantwoordelijk te maken voor de vraag of hij zich betrokken voelde.
Oma keek zijn auto na.
‘Je vader ziet er moe uit.’
‘Hij heeft een baby.’
‘Die heb ik ook ooit gehad. Het verklaart dingen. Het lost ze niet op.’
Ze nam het blik van me over en ging me voor naar binnen.