Hoofdstuk 10 · 5 minuten lezen
Zaterdagweer
Paps nieuwe deurbel speelde een deuntje.
Ik had er meteen een hekel aan. Dat was onredelijk. Die deurbel was niet uit ons huis vertrokken, had geen ander huis gehuurd en had geen bank gekocht zonder te vragen of ik er ooit op zou willen zitten. Het was gewoon een knop met te veel zelfvertrouwen.
Ollie drukte er drie keer op.
‘Hou op,’ zei ik.
‘Ik vergelijk hoe het eindigt.’
Tess deed open met Pip op haar heup. Mijn halfzusje was negen maanden oud en leek telkens verbaasd dat andere mensen nog steeds bestonden.
‘Kom binnen,’ zei Tess. ‘Je vader maakt ruzie met de houtskool.’
Ollie liep meteen de tuin in. Ik nam Pip over terwijl Tess een kom van de rand van het aanrecht redde. Pip greep mijn haar vast met de doelgerichtheid van iemand die een moeilijke klimopdracht had gekregen.
‘Dat zit vast,’ vertelde ik haar.
Ze lachte.
‘Mooi. We begrijpen elkaar.’
Tess gaf me een hydrofiele doek. Ze was aardig op een manier die het lastig maakte een hekel aan haar te hebben. Het was eenvoudiger geweest als ze dingen had gezegd om me pijn te doen. Meestal vroeg ze of ik thee wilde en onthield ze welke koekjes Ollie lekker vond.
De keukenkastjes waren crèmekleurig. Thuis waren ze blauw. Ik opende het verkeerde kastje voor een glas en zag bakjes met bijpassende deksels. Zelfs de opbergspullen leken erop vooruit te zijn gegaan sinds pap was vertrokken.
‘Links van de gootsteen,’ zei Tess.
‘Weet ik.’
Ik wist het niet. Ze verbeterde me niet.
In de tuin zwaaide pap met een tang naar de barbecue. Een rookwolk trok over zijn hoofd en ging verder naar de buren, met een zelfstandigheid die ik bewonderde.
‘Hoi, lieverd.’
‘Hoi.’
Hij kuste me boven op mijn hoofd en nam Pip over. Die probeerde meteen zijn shirt op te eten.
‘Alles goed in de winkel?’
‘We hebben gezorgd dat het zich niet verspreidt.’
‘Je oma voelt zich er vreselijk over.’
‘Zij heeft de voering niet dichtgenaaid.’
‘Nee, maar ze vindt dat ze alles in de kist had moeten lezen voordat ze hem opstuurde.’
Blijkbaar hadden we de verantwoordelijkheid over drie generaties verdeeld zonder dat de jas er minder nat van werd.
Ik vertelde hem over de foto en Mae. Hij herinnerde zich eerst de zangeres en daarna het meisje. Toen hij mam leerde kennen, deed Agnes al het grootste deel van het dagelijkse werk in de winkel. De familieverhalen die hij kende, draaiden om de versie die iedereen toen van zichzelf was.
‘Ik heb dat andere blik meegenomen,’ zei hij. ‘Wat notitieboekjes. Een paar dingetjes die ik niet herkende.’
‘Dank je.’
‘En ik hoor dat je een toelatingsgesprek hebt.’
Ik keek hem aan.
‘Agnes?’
‘Mam, eigenlijk. Ze was blij.’
Ik was ook blij. Alleen was dat gevoel begraven geraakt onder al het werk dat ik dacht te moeten doen voordat ik het veilig kon toegeven.
‘Het is in Beckford.’
‘Geweldig.’
‘Je zou kunnen komen kijken naar wat ik maak.’
Tot mijn verbazing waren die woorden zonder een grapje uit mijn mond gekomen.
Pap legde Pip op zijn andere arm. ‘Natuurlijk. Neem het mee als je weer langskomt.’
‘Ik bedoelde dat je naar de winkel kon komen.’
‘O.’
Even had ik spijt dat ik het had gevraagd. In de tuin stonden dingen met duidelijker doelen dan het mijne: stoelen om op te zitten, borden voor eten, een baby die aandacht kon opeisen door haar gezicht tegen zijn schouder te laten zakken.
‘Ja,’ zei hij. ‘Dat lijkt me fijn.’
‘Niet als je toch al iets komt brengen. Alleen om te kijken.’
Tess stond in de deuropening en deed alsof de slakom al haar aandacht nodig had.
‘Zeker,’ zei pap. ‘Zeg maar wanneer.’
De barbecue mislukte op bescheiden schaal. De houtskool leverde indrukwekkend veel rook en bijna geen bruikbare warmte. Tess zette het eten in de oven. We aten toch buiten, onder een hemel die zich uitstekend leek te vermaken zonder aan ons plan mee te doen.
Ollie vertelde over zijn recyclingcentrum. Pap vroeg naar de wapens. Mam zou naar het recyclen hebben gevraagd. Het was fijn dat ik hen allebei kon voorspellen. Minder fijn was dat dat niet meer betekende dat ze in dezelfde kamer zouden zitten.
Na de lunch haalde pap een babydekentje tevoorschijn waarvan één rand loszat.
‘Is dit een snel klusje?’ vroeg hij.
Voordat ik kon antwoorden, nam Tess het van hem over.
‘Nick. Ze is op bezoek.’
‘Ik dacht alleen—’
‘Ze is nog steeds op bezoek.’
Ze zei het niet scherp. Daardoor kon hij het moeilijker met een grapje wegwuiven.
Ik stak mijn hand uit naar het dekentje, maar hield halverwege in.
‘Breng het naar de winkel,’ zei ik. ‘Dan leg ik het bij de reparaties.’
‘Familietarief?’
‘Speciale toeslag voor baby’s die personeel opeten.’
Alsof ze de beschuldiging begreep, stopte Pip haar hele vuist in haar mond.
Pap lachte. Ik ook. Daarna werd de middag makkelijker. Niet omdat ik had besloten blij te zijn met alles aan ons gezin, maar omdat niemand me vroeg te bewijzen dat ik blij was door iets te repareren.
Toen we weggingen, omhelsde hij me zonder Pip tussen ons in.
‘Woensdag?’ vroeg hij. ‘Na mijn werk. Om het frame te bekijken.’
Ik knikte.
Op weg naar buiten probeerde Ollie de deurbel nog één keer. Het deuntje klonk weer. Ik had er nog steeds een hekel aan. Voor één keer was dat alleen maar een gedachte over een deurbel.