Hoofdstuk 8 van 20
Het lege midden
Thuis maakte Saar een nieuwe map. Niet B. Niet A. Losse stukken.
Ze sleepte de opnamen van Jules erin. Hij kwam aanlopen, bleef staan, keek naar de deur. Hij knoopte zijn jas dicht en liep weer weg. Ze kon daar een film van maken. Iemand die ergens niet naar binnen durfde. Daar hoefde Lotte niet eens in.
Ze zette de eerste beelden achter elkaar. Het begin werkte. De jongen kwam dichterbij. Aan de andere kant van de ruit brandde warm licht. Hij legde zijn hand bijna op de deur. De ingebeelde stemmen van Bilal kwamen uit het lokaal.
Daarna moest er iets gebeuren.
Saar liet de jongen wachten. Ze liet het licht een beetje donkerder worden. Dat kon met een schuifje, maar de muur werd er ook groener van. Ze zette het terug. Ze haalde de stemmen weg en zette er een lage brom voor in de plaats, opgenomen aan het begin van de middag toen er nog niemand praatte. Nu leek het alsof hij voor een heel onaangenaam gebouw stond.
Ze lachte kort, zonder dat ze het wilde. Het was net een waarschuwing om je fiets daar niet te parkeren.
Haar vader riep van beneden of ze boodschappen wilde halen. Ze zei dat ze even bezig was. Vijf minuten later kwam hij boven. Hij had zijn werkschoenen nog aan. De ene veter was los en er zat een zwart streepje op zijn pols dat hij nog niet had weggeveegd.
‘Je moeder heeft al gehaald,’ zei hij. ‘Ik had het briefje niet gezien.’
Saar knikte zonder haar koptelefoon af te zetten.
‘Hoe was dat gesprek?’
‘Ik moet het anders doen.’
Hij keek naar het scherm. Jules stond weer met zijn hand vlak voor de deur. ‘Is dit hem?’
‘Een ander begin.’
‘Mag ik kijken?’
Ze wilde nee zeggen. Ze wilde ook iemand horen zeggen dat er nog iets in zat. Ze schoof de koptelefoon van haar oren en gaf hem aan haar vader. Hij trok hem op zijn hoofd zonder te vragen welke kant links was. Saar zette de film aan.
Het duurde achtenveertig seconden. Aan het eind liep Jules weg, omdat dat het enige einde was dat ze van hem had.
Haar vader hield de koptelefoon nog even op. ‘Komt er nog wat?’
‘Nee.’
‘O.’
‘Je vindt het dus niks.’
Hij zette de koptelefoon neer. ‘Ik snap niet helemaal waarom hij weer weggaat.’
‘Hij durft niet naar binnen.’
‘Dat kan.’
‘Je moet ook zelf iets invullen.’
Haar vader keek naar haar. ‘Ik probeer het.’
Saar pakte de koptelefoon terug. Dat antwoord had hij niet op een vervelende manier gezegd. Ze kon er nergens goed boos op worden. Hij stond nog even in de deuropening, streek met zijn duim langs het zwarte streepje op zijn pols en zei toen dat ze over een halfuur aten.
Toen hij weg was, zette Saar de stemmen terug. Een jongen die buitengesloten werd, had iemand nodig die hem buitensloot. Als de camera de persoon niet liet zien, kon die nog steeds iets zeggen. Ze kon haar eigen stem opnemen. Ze kon Bilal iets laten doen. Ze zou het verhaal veranderen, naar een broer die niet thuis was of een vriend die niet wilde opendoen.
Ze pakte haar telefoon en nam een zin op.
‘Ga maar weg.’
Het klonk alsof ze een duif uit de keuken joeg.
Ze probeerde het opnieuw, zachter. Ze probeerde het met meer lucht tussen de woorden, toen zonder te fluisteren. Bij de vierde poging lachte ze er zelf doorheen. Ze legde de telefoon op het bed en luisterde naar de opnamen. Haar eigen stem was hoger dan ze dacht. Ze had tussen twee woorden door haar neus gesnoven. Dat ging ze er niet uit krijgen zonder dat er een gat in de zin viel.
Beneden dekte haar vader de tafel. Saar liep met haar telefoon in haar hand de trap af. Hij zette drie glazen neer, schoof er eentje terug naar de kast en keek op toen ze binnenkwam.
‘Je moeder eet bij een collega. Dat stond ook op het briefje.’
Saar ging zitten. Er waren pannenkoeken, van het beslag dat nog in de koelkast had gestaan. Haar vader had de eerste gegeten, zei hij, om de schade te beperken. De andere lagen onder een deksel.
Ze at er twee. Bij de tweede vertelde ze dat Lotte niet meer in de film wilde, ook niet in de oude versie. Ze vertelde het zo feitelijk mogelijk. Haar vader hoefde niet te weten hoe Lotte had gekeken toen Saar over de shortlist begon.
‘En nu?’ vroeg hij.
‘Dat weet ik niet.’
Hij draaide het deksel om zodat de waterdruppels niet op het tafelkleed kwamen. ‘Je kunt toch nog iets anders maken?’
‘In vier dagen.’
‘Ja, dat is kort.’
Ze had liever gehad dat hij zei dat het onmogelijk was. Dan kon ze uitleggen dat hij er niets van wist. Hij at door en liet de strooppot tussen hen in staan.
Na het eten hielp Saar met afwassen. Haar vader waste, zij droogde af. De pan wilde niet meteen schoon. Hij zette hem opnieuw in het water en pakte een glas.
‘Ik heb hem wel veranderd zonder het te vragen,’ zei Saar.
Haar vader keek niet op. ‘Dat had ik begrepen.’
‘Ik wist niet dat het zó zou worden.’
Ze wist niet precies wat ze met zo bedoelde. De gesloten speler. Lotte op een andere stoel. Haar vader die de goede vraag niet kon beantwoorden omdat er op het scherm geen antwoord meer stond.
Boven sleepte ze de telefoonopnamen naar de prullenbak van het montageprogramma. Niet van de hele laptop; alleen uit dit project. Het lege midden bleef over.
Ze maakte de map dicht. Op het bureaublad stonden A en B naast elkaar, twee bijna identieke plaatjes van dezelfde deur. Ze zette geen van beide aan.