Hoofdstuk 14 van 20
Opnieuw beginnen
Ze spraken af bij Saar thuis. Eerst een verhaal, dan pas de camera. Saar zei het zelf. Toch pakte ze onderweg de camera uit het tasje om te controleren of de accu nog geladen was.
Jules zette zijn fiets naast de hare. Hij had zijn lichte hoodie aan en een groen jack dat hij steeds open en dicht deed, omdat hij het niet eens werd met het weer. Saar haalde de sleutel uit haar tas. Op de stoep bleef hij staan alsof hij iemand verwachtte die de deur voor hem open zou doen.
‘Moet je geen aangenaam zeggen?’ vroeg ze.
Jules boog heel even zijn hoofd. ‘Aangenaam. Ik ben de persoon die voor uw voordeur staat.’
Hij stak zijn hand uit naar een bloempot. Saar schoot in de lach en wist op dat moment wat ze wilde maken. Ze riep dat hij dat nog eens moest doen, maar hij had de voordeur al met zijn voet tegengehouden.
In de keuken schreven ze het op. Iemand die voor het eerst bij zijn vriendin thuis ging eten en zich te goed voorbereidde. Bloemen, een heel nette zin, zijn haar in een andere richting dan het wilde. Dan de verkeerde voordeur. Hij gaf de bloemen al af voordat hij doorhad dat hij er niet moest zijn.
‘Ik ga niet doen alsof ik heel knap ben,’ zei Jules.
‘Dat hoeft ook niet.’
Hij keek op van het schrift. Saar voelde haar gezicht warm worden. ‘Ik bedoel dat dat niet de grap is.’
‘Fijn om dat even vast te stellen.’
Ze schreven verder. Jules wilde niet dat zijn personage alleen maar een sukkel was. Hij kon iets goed voorbereid hebben. Op papier schreef hij een hele beleefde kennismaking, met een naam die hij halverwege weer vergat. Saar wilde dat hij de bloemen achter zijn rug hield. Jules zei dat hij ze dan bij iedere draaibeweging in de heg zou slaan.
Dat deden ze een keer zonder camera, met een opgerolde krant als boeket. Hij tikte tegen de deurpost, tegen de fruitschaal en bijna tegen Saars gezicht.
‘De heg wint,’ zei hij.
Saar schreef het op.
Het meisje bij de goede deur hoefde je niet te zien. Hij zou uiteindelijk aanbellen, zijn hele toespraak vergeten en alleen zijn naam zeggen. Van achter de deur kon iemand antwoorden dat ze die al wist. Dan liep hij naar binnen.
‘Ik kan dat wel inspreken,’ zei Saar. ‘Twee woorden.’
‘Vier.’
‘Dat weet ik toch.’ Ze telde op haar vingers. ‘Ja. Vier.’
‘Je moet me dan wel binnenlaten. Dat was eigenlijk mijn belangrijkste voorwaarde.’
Saar tekende een dikke pijl door de deuropening.
Voor de verkeerde buurvrouw hadden ze iemand nodig. Een stem alleen was daar niet genoeg. Je moest zien dat diegene de bloemen overnam en gewoon verderging, zonder te weten hoeveel er voor die jongen van afhing.
Saar dacht aan mevrouw Vink. Aan de brief die ze in de verkeerde brievenbus had gestoken. Ze stelde het voor en belde aan voordat ze kon besluiten dat het te gek was om te vragen.
Mevrouw Vink had een snoeischaar in haar hand. Ze keek van Saar naar Jules en vroeg of er een bal achter de heg was beland.
‘Een film,’ zei Jules.
Saar legde uit wat ze nodig hadden. Een klein stukje bij haar deur. Vrijdagmiddag na school. Maximaal een halfuur, hoopte ze. Ze wilde meteen meer beloven, maar hield het bij hopen.
‘Ik moet om vier uur ergens zijn,’ zei mevrouw Vink. ‘Dan kan ik tot halfvier.’
‘Wij zijn om twee uur klaar op school,’ zei Jules. ‘Dan kunnen we om halfdrie beginnen.’
De vrouw keek naar haar snoeischaar, alsof die ook iets in te brengen had. ‘Ik heb nog nooit in een film gezeten.’
‘Wij pas één keer,’ zei Jules.
Saar vertelde waar de film vertoond zou worden. De slotavond in het filmhuis, voor de deelnemers en hun gasten. Ze vroeg of mevrouw Vink wilde dat haar naam in de aftiteling stond. Die dacht er even over na en zei: ‘Els Vink, graag. Dan weet mijn zus tenminste wie ze gezien heeft.’
Ze spraken af dat ze het scèneblaadje die avond nog even door de bus zouden doen en morgen vooraf samen zouden doorlopen wat ze gingen opnemen. Saar schreef het in haar telefoon, inclusief halfvier. Ze had nu een eindtijd die je niet met een schuifje langer kon maken.
Terug in de keuken bekeek Jules het eerste blad. ‘Het heet toch niet Alleen kijken twee?’
‘Nee.’
‘Aangenaam,’ zei hij. ‘Dat vind ik wel goed.’
Saar schreef de titel bovenaan. De letters stonden een beetje te dicht bij de bovenrand. Er was geen ruimte voor gordijnen of een getekende filmprijs.
Ze stuurden Tessa hun nieuwe plan en de namen van wie meespeelden. Ze zouden mevrouw Vink alleen voor deze korte scène filmen en het gewone programma halen als het lukte. Tessa antwoordde dat camera twee nog beschikbaar was en dat ze vrijdag uiterlijk om halfzes kon helpen met het inleveren, als er iets technisch vastliep. Het echte bestand moest vóór zes uur binnen zijn. Geen plan op papier, geen toezegging dat het bijna af was.
Jules moest om vijf uur weg. Ze namen vóór die tijd zijn oefentoespraak op, alleen als proef op de telefoon. Saar wees hem de plek waar hij zou staan. Hij vroeg waarom hij helemaal tegen de muur moest. Het licht was daar mooier, zei ze.
Hij ging staan en botste met de krant tegen de regenpijp.
‘Als we morgen echte bloemen hebben, zijn ze al dood voor de buurvrouw opendoet.’
Saar keek naar het beeld. Eén stap van de muur was het licht nog steeds goed genoeg. Ze verschoof haar telefoon.
Toen Jules vertrok, liet ze hem niet alleen het geschreven plan meenemen. Ze fotografeerden het voor hen allebei. Dezelfde bladzijde, met dezelfde kleine pijl naar binnen. Saar bracht het derde exemplaar naar nummer tien. Op de envelop schreef ze voor Els, zodat de brief niet nog een rondje door de straat hoefde te maken.