Hoofdstuk 20 van 20
Na de aftiteling
Na de laatste film was de gang te klein voor alle jassen. De zus van mevrouw Vink stond met haar mouw in die van iemand anders. Jules’ broertje had eindelijk popcorn gekregen en hield de bak zo voorzichtig vast dat iedereen er alsnog tegenaan liep.
Saar bleef bij de deur van de filmzaal staan. Vanuit die hoek kon ze het doek nog zien, nu wit en leeg. Iemand liep met een afvalzak tussen de rijen door. De zaal was weer een gewone ruimte geworden.
Haar oma kwam naast haar staan. ‘Ik vond dat aanbellen heel herkenbaar.’
‘De verkeerde deur?’
‘Dat je eerst zoveel verzint om te zeggen.’
Saar keek naar haar. Oma trok haar vest recht en zei dat ze dat nog steeds weleens deed, al hoefde ze meestal geen bloemen meer mee te nemen. Toen moest ze lachen omdat mevrouw Vink haar van de andere kant van de gang vroeg of de buurvrouw overtuigend was geweest.
Saar liet hen praten. Haar vader stond met Jules te kijken naar de verkeerde knoop op diens overhemd, op een foto die Jules’ moeder tijdens de film van het doek had gemaakt. Saar wilde er bijna iets van zeggen. De foto was onscherp, de hele onderkant scheef. Jules zei dat je zo tenminste kon bewijzen dat het echt groter was dan een laptop. Saar liet het gaan.
Ze zocht Bilal. Hij stond bij de waterkan en probeerde met één hand een glas vast te houden terwijl zijn broer de animatie op zijn telefoon terugspoelde. De broer vroeg waarom het mannetje zulke lange armen had.
‘Anders had ik hem een ladder moeten geven,’ zei Bilal.
Saar lachte en zei dat het geluid in de zaal goed had geklonken. Bilal knikte, zichtbaar opgelucht. Hij had thuis de regen op zijn eigen koptelefoon nog eens gehoord en dacht dat hij hem misschien te zacht had gezet. Saar schudde haar hoofd. Hij was precies goed.
Ze wilde nog iets zeggen over die dinsdag in de mediatheek. Dat ze blij was dat ze de muren en het mannetje had gezien. Maar Bilals broer kwam met een nieuwe vraag en de waterkan was leeg. Ze pakte hem op en vroeg Tessa waar ze hem kon vullen.
In het keukentje achter de balie spoelde ze eerst de schenkrand af. De kraan spetterde tegen de bodem. Haar telefoon trilde in haar tas. Ze liet hem zitten en vulde de kan tot de markering. Toen ze terugliep, stond Lotte bij de deur naar buiten.
Saar zette de kan op tafel. Ze had Lotte sinds het applaus alleen van een afstand gezien. Een keer was ze naast Bilal gaan staan toen iemand naar de stem vroeg. Ze had niet naar Saar gekeken om te controleren of die dat hoorde.
‘Ik ga zo,’ zei Lotte toen Saar bij haar kwam.
‘Ik ook.’
Saar keek naar haar ouders. Haar moeder maakte met twee vingers een klein loopgebaar en wees naar oma. Ze zouden haar naar de halte brengen. Saar knikte dat ze het had gezien.
Lotte trok haar jas aan. Een van de mouwen zat binnenstebuiten en ze moest haar hand terughalen om hem recht te trekken. Saar wilde helpen, maar Lotte had hem al.
‘Kunnen we even buiten?’ vroeg Saar.
Lotte keek haar aan. ‘Ja.’
Bij de fietsen was het rustiger. In de goot lag een papieren programmablaadje met een natte hoek. Saar keek er niet op om te zien of het hun bladzijde was. Ze ging bij haar eigen stuur staan en legde haar hand op het zadel.
‘Ik heb je vrijdag laten zeggen dat die versie goed was,’ zei ze. ‘En toen heb ik zaterdag iets anders ingestuurd, omdat ik wist dat je het niet wilde. Dat had ik niet moeten doen.’
Lotte keek langs haar heen naar de deur van het filmhuis. Iemand hield hem open voor een kinderwagen die niet goed door de kleine opening paste.
‘Ik dacht echt dat je het aan mij zou vragen,’ zei ze.
Saar knikte. Ze had kunnen zeggen dat ze bijna had gevraagd. Dat er een zin op haar telefoon had gestaan. Ze wilde hem al bijna citeren. Ze deed het niet.
‘Ja.’
Lotte pakte haar fietssleutel. ‘Ik ben nog wel boos.’
‘Dat snap ik.’
Saar wist niet of ze het helemaal snapte. Ze wist hoe het de afgelopen week voor haarzelf was geweest. Ze had Lotte vaak alleen gezien als iemand die niet terugschreef, niet naast haar zat, niet meer in de film wilde. Ze had niet gevraagd hoe het voor Lotte was om woensdag weer naast haar in die kamer te zitten.
‘Je hoeft er nu niet anders over te doen,’ zei ze.
‘Dat was ik ook niet van plan.’
Ze keken elkaar aan. Saar moest even lachen, heel kort. Lotte glimlachte niet meteen mee, maar haar gezicht werd minder strak.
Vanuit het filmhuis riep Jules dat hij de sokken maandag mee naar school zou nemen. Ze waren speciaal voor de première gewassen, beweerde hij. Saar riep dat hij dan voor maandag nog maar een première moest organiseren. Zijn broertje wilde weten of daar ook popcorn zou zijn.
Toen ze zich weer naar Lotte draaide, had die haar fiets al uit het rek gehaald.
‘Welke kant ga jij?’ vroeg Saar.
‘Langs de school.’
Dat was ook haar route. Saar opende haar slot. Ze liet de sleutel bijna vallen en pakte hem nog net tegen de jas van Lotte aan. Ze zei sorry. Deze keer was het alleen om een sleutel.
‘Ik wil voorlopig geen nieuwe film met je maken,’ zei Lotte.
Saar hield het slot nog in haar hand. Ze had geen film willen voorstellen. Nog niet. Misschien had een deel van haar gedacht dat ze vanzelf weer iets zouden bedenken als ze eenmaal naast elkaar fietsten.
‘Oké,’ zei ze.
Lotte knikte. ‘Maar we kunnen wel samen naar huis.’
Ze liepen de eerste meters, omdat er mensen uit de zaal tussen de fietsen stonden. Saar keek één keer achterom. Het programmablaadje lag nog in de goot. Daarachter brandde de rechthoek van de ingang, geel op de stoep.
Haar telefoon trilde weer. Ze voelde hem tegen het buitenvak van haar tas. Ze zou thuis wel kijken.
Bij het kruispunt stapten ze op. Lottes bel gaf één helder tikje toen er iemand vlak voor hen overstak. Daarna hoorde Saar alleen de banden over de tegels en het zachte geratel van haar eigen ketting.

Bij de volgende straat ging Lotte een beetje langzamer. Saar haalde haar in.