Hoofdstuk 13 van 20
Een andere hoofdrol
Op donderdag had Saar een uur eerder uit. Ze wist het al sinds maandag, maar had er niets voor bedacht. De middag lag voor haar als een lege kamer waar ze nog niet naar binnen wilde.
Ze ging naar de mediatheek om het boek terug te brengen dat al een week in haar kluis lag. Het was een dik boek over zeereizen. Ze had het nodig gehad voor een opdracht en daarna steeds niet mee naar beneden genomen. De mediathecaris schoof het over de lezer en zei dat de zee het vast had gemist.
Achterin hoorde Saar Lotte.
‘U zit aan míjn deurbel.’
Saar draaide zich om. Lotte stond voor de twee kartonnen muren. Bilal hield zijn telefoon omhoog. Jules zat op een stoel met zijn handen over zijn mond, duidelijk bezig niet te lachen. Op tafel lag het mannetje met de lange armen.
‘Nog eens,’ zei Bilal. ‘Maar alsof je deze man al de hele week hoort bellen.’
Lotte keek hem vernietigend aan, wachtte een seconde en zei dezelfde zin. Ze liet een kleine opening voor het laatste woord, alsof zelfs deurbel een begrip was dat de man nog uitgelegd moest krijgen.
Jules schoot toch in de lach.
‘Dat gaat zo moeilijk,’ zei Bilal. ‘Die arm kan niet elke keer langer worden omdat jij zit te piepen.’
‘Ik piep niet.’
‘Dat zegt de opname wel.’
Saar bleef bij de kast met tijdschriften staan. Lotte zag haar en stak kort een hand op. Bilal wees naar de vrije stoel, maar Saar schudde haar hoofd. Ze kwam alleen haar boek brengen.
Niemand vroeg haar weg te gaan. Dat was het vervelende. Ze had het prettig gevonden als ze kon denken dat ze buitengesloten werd. Dan kon ze zich ergeren aan hen in plaats van aan haar eigen lijf, dat nog steeds wilde dat Lotte haar aankeek en vroeg wat zij van de opname vond.
‘Hij blijkt steeds bij de buurvrouw aan te bellen,’ zei Bilal. ‘Dat is het einde.’
Saar knikte. De lange arm ging onder de tekening van de muur door, tot in de kamer van iemand die het licht helemaal niet aan of uit wilde doen. Het was een goede grap. Er zat geen grote uitleg bij. Je zag het gewoon.
‘Wie doet die stem?’ vroeg Saar, en ze wist zelf hoe dom het klonk.
Lotte keek naar de telefoon. ‘Ik.’
‘Ja. Ik bedoel… heb je die zelf bedacht?’
‘Een beetje. Bilal wilde geen boze koningin.’
‘Die had ik ook nog,’ zei Bilal.
Lotte haalde diep adem en begon met een enorme, plechtige stem over de bel die de grenzen van haar koninkrijk schond. Jules sloeg zijn handen weer voor zijn mond. Saar moest lachen voordat ze besloot of ze wel mocht lachen.

Lotte glimlachte even. Toen vroeg Bilal of ze de gewone stem nog één keer wilde opnemen. Saar schoof een stoel achteruit zodat ze niet in de weg stond. De tweede versie was nog beter. Minder boos, meer vermoeid. Ze hoorde iemand die op sokken naar de deur liep en alvast wist dat er weer niemand zou staan.
Lotte had dus helemaal geen echte ruzie nodig om iets te laten gebeuren. Saar keek naar de smalle kartonnen kamer en het gezicht erboven, naar hoe snel Lotte weer gewoon Lotte kon zijn wanneer de opname stopte.
Bilal luisterde terug. Hij hield de telefoon zo dat Lotte het ook kon horen. Ze vroegen Jules wat hij vond van de laatste pauze. Hij zei dat hij de eerste beter vond omdat ze toen klonk alsof ze de deur weer dicht wilde doen terwijl ze nog praatte.
Saar stond erbij en wist niet wat ze met haar handen moest doen. Ze klemde ze om de schouderbanden van haar tas.
‘Ik heb de oude film teruggetrokken,’ zei ze.
Bilal knikte. Lotte zei dat ze het had gezien. Jules stak zijn duim op. Geen van drieën begon er een gesprek over. Ze gingen verder met de derde poging, alleen voor de zekerheid. Saar ging een stuk verderop aan de leestafel zitten en pakte een willekeurig tijdschrift.
Er stond een artikel over een boom die door een dak groeide. Ze las de eerste alinea drie keer. Haar hoofd bleef bij de stem die zo makkelijk door de mediatheek had geklonken.
Jules kwam na een paar minuten naast haar staan. Hij had zijn potlood tussen zijn vingers, dit keer zonder het onder zijn neus te zetten.
‘Maak jij nog iets?’
‘Weet ik niet.’
Hij knikte naar het tijdschrift. ‘Kun je die boom niet vragen of hij naar binnen wil? Daar heb je al een halve film van.’
Saar keek naar de foto en lachte. ‘Dan moet ik de andere helft heel ver weg draaien.’
‘Dat is ook een probleem, ja.’
Hij schoof de stoel tegenover haar naar achteren en ging zitten. Ze dacht dat hij iets over Lotte ging vragen. Hij tekende alleen een heel klein huis om de boom in de hoek van haar schrift, dat naast het tijdschrift lag. Toen legde hij het potlood neer.
‘Ik vond dat spelen eigenlijk wel leuk. Alleen dat wachten werd op een gegeven moment best lang. Kunnen we niet iets maken waarin ik ook een keer ergens naar binnen mag?’
Saar keek naar hem. Ze wilde meteen ja zeggen. Een camera hadden ze, hij wilde spelen, er was een vrije middag. Ze konden gewoon iets nieuws proberen. Ze voelde haar handen alweer naar het schrift gaan.
‘Ik heb nog geen verhaal,’ zei ze.
‘Ik ook niet. Daarom vraag ik het.’
‘Morgen om zes moet het binnen zijn.’
Jules keek op de klok. ‘Dat is nog meer dan een dag.’
Meer dan een dag. Het klonk veel als hij het zei. Saar sloeg het schrift open op een schone bladzijde. Niet op het oude script. Jules schoof zijn stoel iets dichterbij, zodat hij ook kon zien wat ze opschreef.