← Een tent voor twee
Inhoudsopgave · hoofdstuk 9 van 20
  1. 1. De kleine tent
  2. 2. Ontbijt voor twee
  3. 3. Nog één keer van de glijbaan
  4. 4. Er liep iemand langs
  5. 5. Maandagochtend
  6. 6. Twee ijsjes
  7. 7. Op woensdag het bos in
  8. 8. Aan tafel bij de tent
  9. 9. Waar het zand begon
  10. 10. Aan de andere kant van de heuvel
  11. 11. Zand en haren
  12. 12. Alles even naar binnen
  13. 13. Twee matjes
  14. 14. Vrijdag aan het hek
  15. 15. De laatste cursusdag aan tafel
  16. 16. Boven de bomen
  17. 17. Mila voorop
  18. 18. Niet alles mee
  19. 19. De tent hoorde alles
  20. 20. Nog even blijven liggen

Hoofdstuk 9 van 20

Waar het zand begon

Fen had haar rugzak drie keer lichter gemaakt en hij voelde nog steeds zwaar. Eerst had ze haar boek eruit gehaald. Daarna het vest dat ze ook om haar middel kon knopen. Nu hield ze de fles water in haar hand, maar Judit schudde haar hoofd.

‘Die gaat gewoon mee.’

Fen stopte hem terug. Hij paste schuin naast haar trommel. Ze trok de rits dicht en zette de rugzak bij de caravandeur.

Op het veld was het rustig. Mila was al op de manege. Michiel zat onder de luifel te lezen en maakte af en toe een aantekening op de achterkant van een kassabon. Romy was op de fiets boodschappen gaan doen. Koen had de afwas meegenomen.

Fen keek op de klok in de caravan. Nog een kwartier.

Ze ging op haar matje in de tent zitten om haar veters opnieuw te strikken. Het grondzeil was warm onder haar hand. Mila’s boek lag dicht naast haar blauwe slaapzak, met het leeslint er scheef uit. Fen had zin haar even te vertellen dat ze nu echt ging. Ze hoefde er alleen niet voor te bellen. Mila wist het al.

Judit kwam haar halen met een opgevouwen kleed onder haar arm. De klem zat weer in haar haar. Haar zonnebril had ze in een hoesje gestopt.

Bij het informatiebord stonden zeven mensen. Een jongen die een paar jaar jonger was dan Fen trok kleine steentjes uit het profiel van zijn schoenen. Een oudere vrouw hield zijn rugzak vast. Er waren twee mannen die op elkaar leken en een stel met dezelfde soort pet. De vrouw naast het bord droeg een groene jas open over een donker shirt. Haar korte haar was lichter dan haar wenkbrauwen.

‘Judit en Fen?’ vroeg ze.

Ze hadden zich nog niet eens voorgesteld.

‘Ik heb een lijstje,’ zei de vrouw en ze hield een klein notitieboek op. ‘Ik ben Anouk.’

Fen had gedacht dat een gids een grote kaart om haar nek zou hebben. Anouk had alleen een gewone rugzak en een horloge. Ze wachtte tot iedereen er was, vertelde hoe lang ze ongeveer zouden lopen en vroeg of iemand onderweg ergens rekening mee moest houden. De oudere vrouw wees op haar kleinzoon.

‘Hij wil alles mee naar huis nemen wat hij vindt.’

De jongen keek verontwaardigd op. Hij had één steentje in zijn hand.

Anouk glimlachte. ‘Dan hebben we aan het einde een zware rugzak.’

Ze vertrokken over het pad achter het toiletgebouw. Fen kende het begin. Het was het pad dat ze maandag aan Mila had voorgesteld. Het grind ging over in hard zand. De caravanramen verdwenen achter een wal met struiken.

Fen liep eerst naast Anouk. Ze wilde zien waar het pad heen ging. Haar moeder liep een paar passen achter haar en praatte met één van de mannen.

Een tak streek langs Fens vest. Ze duwde hem opzij. Het bos rook niet zoals het campingveld. Minder naar warme stoelen en eten, meer naar stof dat net niet droog was. Op de grond lagen oude bladeren onder de naalden. Ze maakten bijna geen geluid onder haar schoenen.

Bij een splitsing ging Anouk rechts. Het brede pad bleef links doorlopen. Fen keek nog een keer achterom. Ze had uit zichzelf vast het brede gekozen.

‘Komen we hier terug?’ vroeg ze.

‘Niet op precies dezelfde plek,’ zei Anouk. ‘We maken een ronde.’

Fen trok de banden van haar rugzak een stukje strakker. Het was prettig dat zij die splitsing niet hoefde te onthouden. Ze kon gewoon verder kijken.

Na een tijdje begon de grond te stijgen. Tussen de bomen lag een licht stuk waar het zand kaal was. De jongen rende er een paar passen op en bleef toen staan. Zijn schoenen zakten weg.

Fen ging achter hem aan. Ze wilde niet rennen, maar boven was het al zichtbaar, dus ze maakte haar passen groter.

Halverwege moest ze stoppen. Er zat zand in haar rechterschoen. Veel meer dan in de andere. Ze probeerde met haar tenen te bewegen. Het schuurde langs haar sok.

Judit kwam naast haar staan. Ze zei niets, maar keek even naar de schoen.

Fen zuchtte en ging op de lage rand naast het pad zitten. Toen ze haar schoen omkeerde, viel er een klein bergje uit. De jongen keek er aandachtig naar.

‘Bij mij ook,’ zei hij.

Zijn grootmoeder legde zijn rugzak neer. Ze gingen samen hun schoenen legen. Fen klopte op de hiel, liet haar sok over haar tenen glijden en begon nog eens opnieuw. Pas toen alles weer goed zat, liep ze verder.

Fen en een jonger kind legen zand uit hun schoenen op de rand van het zandpad.

Boven stonden de anderen te wachten. Er was geen haastig fluitje, geen rij die zich alweer vormde. De wandelaars met de petten hadden hun waterflessen gepakt. Judit haalde de fles uit Fens rugzak en gaf hem aan haar.

Het water was niet meer heel koud. Het smaakte een beetje naar de fles, maar Fen dronk toch lang. Vanaf de rand kon ze over een open vlakte kijken. Het pad slingerde weg tussen lage begroeiing. Helemaal achteraan stonden bomen die door het licht blauw leken.

‘Daar gaan we straks doorheen,’ zei Anouk.

Fen keek naar haar schoenen. Ze had nog maar één keer zand uitgeklopt. De middag was nog lang niet afgelopen.

Ze liepen een stuk langs de rand van het open zand en gingen daarna weer het bos in. Op een beschutte plek hielden ze pauze. Er stonden twee banken, maar die waren niet groot genoeg voor iedereen. Judit maakte het kleed los van haar rugzak.

Fen hielp het uitvouwen. Er zaten dennennaalden op de grond. Ze duwde de dikste takjes opzij, zodat ze niet door het kleed heen prikten.

Zitten voelde veel fijner dan ze van tevoren had gedacht.

Ze aten hun brood en verdeelden een appel. Fen had de eerste helft bijna op voor ze zag dat haar moeder de schil in één lange krul van haar stuk probeerde te halen. De krul brak net voor het einde. Judit haalde haar schouders op en at de rest met schil en al.

De jongen liet zien hoeveel zand er nog in zijn sok zat. Zijn grootmoeder zei dat dat mooi daar kon blijven. Anouk schonk koffie uit een kleine thermosfles in de dop.

Fen legde haar rugzak achter zich en leunde erop. Tussen de boomtoppen dreef een wolk voorbij. Ze volgde hem tot hij achter een tak verdween. Een tak tikte zacht tegen een andere tak toen het begon te waaien.

Toen ze weer opstonden, pakte Judit haar laatste halve broodje uit de trommel. Ze zou het onderweg wel opeten. Fen vouwde mee aan het kleed en drukte het met haar knie plat.

Nog voor ze de bomen uit waren, hoorde ze geblaat.

Het kwam van achter de volgende heuvel. Eerst één keer. Toen een heleboel tegelijk.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.