← Een tent voor twee
Inhoudsopgave · hoofdstuk 7 van 20
  1. 1. De kleine tent
  2. 2. Ontbijt voor twee
  3. 3. Nog één keer van de glijbaan
  4. 4. Er liep iemand langs
  5. 5. Maandagochtend
  6. 6. Twee ijsjes
  7. 7. Op woensdag het bos in
  8. 8. Aan tafel bij de tent
  9. 9. Waar het zand begon
  10. 10. Aan de andere kant van de heuvel
  11. 11. Zand en haren
  12. 12. Alles even naar binnen
  13. 13. Twee matjes
  14. 14. Vrijdag aan het hek
  15. 15. De laatste cursusdag aan tafel
  16. 16. Boven de bomen
  17. 17. Mila voorop
  18. 18. Niet alles mee
  19. 19. De tent hoorde alles
  20. 20. Nog even blijven liggen

Hoofdstuk 7 van 20

Op woensdag het bos in

Op dinsdagochtend nam Fen haar boek mee naar buiten. Ze schoof haar stoel zo dat ze de weg naar de manege niet kon zien. Er kwam om deze tijd toch niemand terug.

Ze las vier bladzijden. Toen moest ze opnieuw beginnen, omdat ze niet meer wist waarom het meisje in het boek boos was. Er zat een korstje chocoladepasta op de hoek van haar bladzijde. Fen krabde het eraf en keek naar haar moeder.

Judit zette een boodschappenmand onder het tafeltje.

‘Ik ga naar het dorp,’ zei ze. ‘Wil je mee?’

Fen wilde eerst nee zeggen. Ze had zich juist voorgenomen niet de hele ochtend achter iemand aan te lopen. Maar op het lijstje stonden paprika en komkommer, en in het dorp was een bakker met een vitrine die ze zondag alleen vluchtig had gezien.

‘Hoe gaan we?’

‘Lopen. Ik wil even de benen strekken.’

‘Is het ver?’

‘Een klein stukje,’ zei Judit. ‘En we gaan bij de bakker langs.’

Fen schoof haar bladwijzer tussen de bladzijden en ging haar schoenen halen.

Het paadje naar het dorp liep eerst langs een houtwal. Onder de bomen was de grond koel en donker. Daarna kwamen ze op een gewone stoep. Fen hoorde ergens een radio en een deur die met een zwaar gerinkel dichtviel. Een vrouw zette een emmer bloemen buiten haar winkel.

Bij de bakker stond een rij. Fen ging met haar handen achter haar rug voor de vitrine staan. In het glas zag ze de winkelstraat achter zich weerspiegeld. Ze boog door haar knieën om de achterste rij broodjes beter te bekijken.

‘Neem maar iets voor onderweg,’ zei Judit.

Fen koos een rozijnenbol. Haar moeder nam hetzelfde. Ze aten ze op een bankje, zonder bord. Naast de bank stond een fiets met een krat vol lege glazen flessen. Er stak een plant tussen de flessen uit. Fen vroeg zich af of de eigenaar hem daar had gekocht of mee uit wandelen had genomen.

‘Je kunt morgen ook weer iets zelf kiezen,’ zei Judit.

Fen keek op. ‘Wat dan?’

‘Ik zag bij de receptie een wandeling. Die wilde ik misschien doen.’

‘Die hele lange?’

‘Dat weet ik nog niet. Daarom ga ik het vragen.’

Ze hadden de poster bij aankomst allebei gezien. Er stond een zandheuvel op, met een smal pad naar boven. Fen was er met haar vinger langs gegaan terwijl Michiel de slagboomcode opsloeg. Toen had ze vooral aan de tent gedacht.

‘Moet je een heel grote rugzak?’ vroeg ze.

‘Zullen we eerst boodschappen doen?’

Ze kochten hun groenten in een kleine winkel waar de eigenaar lege kratten onder een tafel had geschoven. Fen mocht de komkommer dragen. Ze hield hem aan de bovenkant vast, alsof het een zaklamp was. Judit deed de paprika’s en een zak pasta in haar mand.

‘Vanavond?’ vroeg Fen.

‘Als we er iets van maken.’

Fen voelde of de komkommer aan het uiteinde nog koud was. Ze had al een idee, maar bewaarde het tot ze terug waren.

Bij de receptie legde Judit haar boodschappenmand op de grond. Fen bleef naast de poster staan. De heuvel leek op de foto veel hoger dan de bomen erachter. Misschien was de foto van onderen genomen.

De receptioniste liet zien waar de groep ongeveer zou lopen. Ze gingen niet met een bus; ze vertrokken vanaf het informatiebord bij het toiletgebouw. Om één uur, de volgende middag. Tegen zes uur waren ze terug. Er was een lange pauze onderweg en de gids nam de groep mee langs het zand, de heide en de schaapskooi.

‘Kunnen kinderen mee?’ vroeg Fen.

‘Zeker. Als je wandelen leuk vindt en een middag op je benen wilt staan.’

Fen keek naar het pad op de foto. Ze zag zichzelf al omhooglopen, met haar haar uit haar gezicht. Ze zou warm worden, maar daarna kwam ze boven. Er stond geen hek waar ze achter hoefde te blijven kijken.

‘Ik wil wel,’ zei ze.

Judit draaide zich naar haar toe. ‘Echt? Het is langer dan naar het dorp en terug.’

Fen knikte.

Ze schreven hun namen op de lijst. Fen mocht de achternaam afmaken, omdat Judit de mand alvast weer optilde. Haar handschrift liep aan het einde een beetje naar beneden. Onder haar naam stond nog niemand.

Op het veld zette Fen de komkommer op tafel. Hij rolde tot tegen de pot chocoladepasta. Ze was er plotseling heel zeker van dat ze hem in blokjes wilde snijden, in een grote schaal, met de pasta erbij.

‘Kan Mila helpen?’ vroeg ze.

‘Als ze wil.’

‘Dan vraag ik het.’

Mila kwam die middag niet in de auto terug. Koen had haar lopend opgehaald en haar tas gedragen. Haar cap bungelde aan de sluiting in haar hand. Toen ze de camping opliepen, vertelde ze iets en maakte ze een grote stap opzij om het voor te doen.

Fen liep naar haar toe.

‘Ik ga morgen mee op die wandeling.’

Mila hield op met vertellen. ‘Welke?’

‘Met de gids. Door het bos, bij die heuvel. Met mijn moeder.’

‘De hele middag?’

‘Tot zes uur ongeveer.’

Mila liet haar cap tegen haar knie tikken. ‘Ik dacht dat we misschien konden zwemmen. Als ik terug was.’

‘Dat hadden we nog niet gezegd.’

‘Nee. Ik dacht het.’

Fen duwde haar handen in haar broekzakken. Ze wilde meteen uitleggen dat Mila op de manege was en zij anders weer zat te wachten. Maar ze wist hoe dat gisteren had geklonken, daar bij het ijs.

‘Het leek me leuk,’ zei ze alleen.

Mila knikte langzaam. ‘Oké.’

Koen liep door naar de caravan. Fen keek naar Mila’s cap, waar aan de onderkant een dun randje stof zat.

‘Wil je vanavond salade maken?’ vroeg ze. ‘Met pasta. Wij hebben heel veel komkommer.’

Mila keek op. ‘Hoeveel?’

Fen hield haar handen uit elkaar. Ze maakte de komkommer voor het gemak een stuk groter dan hij was.

‘Daar kom ik wel voor,’ zei Mila.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.