Hoofdstuk 8 van 20
Aan tafel bij de tent
De komkommer paste niet op de snijplank. Fen legde hem schuin. Nu stak hij aan twee kanten uit.
‘Ik denk dat we gewoon ergens beginnen,’ zei Mila.
Ze zaten aan het kleine klaptafeltje dat Koen uit de auto had gehaald. Fen had de grote schaal er midden op gezet. Mila had de twee borden voor hun ontbijt meegenomen, omdat ze daarop de stukjes konden bewaren. Er stond ook een vergiet op tafel, met de nog warme pasta erin. Judit had de pasta gekookt en afgespoeld en liet hen nu verder gaan.
Fen schoof het gele bord naar rechts en de schaal naar links. Mila tilde het vergiet op. Er liep nog een klein straaltje water uit, precies naast de tafelpoot.
‘Niet op mijn voet.’
‘Hij gaat ernaast.’
Het water trok snel het droge gras in. Mila hield het vergiet boven de schaal en schudde de pasta eruit. Er bleven twee kromme buisjes aan de rand hangen. Ze haalde ze er met haar vinger af en at er één op.
‘Deze is goed,’ zei ze.
Fen pakte het andere. Ze vond pasta zonder iets eraan eigenlijk niet zo lekker. Toch proefde ze, omdat Mila zo ernstig keek.
‘Deze ook.’
Mila glimlachte en ging de paprika wassen bij de caravan. Toen ze terugkwam, had Romy ook een klein blikje mais meegegeven. Fen had de komkommer inmiddels doormidden. Ze legde de helft die nog niet aan de beurt was op het rode bord.
‘Wil je kaas?’ vroeg ze.
‘Ja.’
‘We hebben ook nog tomaat.’
‘Dan doen we die er ook in.’
Ze hadden alleen niet bedacht dat ze alles ergens moesten neerleggen vóór het in de schaal kon. Het blikje stond al op de hoek, de komkommer op het bord, de paprika op de snijplank. Fen trok de schaal naar zich toe en kwam met haar elleboog tegen het brood dat in een zak aan haar stoel hing.
‘Zullen we dat gewoon daar leggen?’ Mila wees naar de lege campingstoel naast hen.
Fen legde de broodzak op de zitting.
Toen ging het beter.
Mila sneed kleine rode stukjes paprika en schoof ze in de schaal. Ze roerde met de grote lepel terwijl Fen de halve komkommer op de vrijgekomen plank legde en dikke plakken maakte. Sommige plakken werden veel dikker dan de andere. Ze sneed de grootste nog een keer door.

De zon viel schuin over de tafel. Er scharrelde een kevertje onder Fens stoel. Ze zette haar hiel een stukje opzij om het niet te raken. Aan de overkant zat Michiel met een boek op zijn knieën. Hij had een potlood tussen de bladzijden gelegd en keek naar de wolken boven het bos.
‘Waar denk je aan?’ vroeg Fen.
‘Aan niets bijzonders.’
Ze wachtte.
‘Dat is op vakantie soms de bedoeling,’ zei hij.
Fen wees met een plakje komkommer. ‘Je mag straks proeven.’
‘Dan bewaar ik daar vast ruimte voor.’
Mila stond op om de kaas te halen. Fen gooide de gesneden komkommer bij de pasta en roerde voorzichtig met een grote lepel. De schaal maakte een zacht schurend geluid op het tafelblad. Het zag er nu al uit als iets wat je met meer mensen kon eten.
‘Wat doen we erover?’ vroeg Mila toen ze terugkwam.
Fen wist het niet precies. Ze dacht aan die witte saus uit een fles die thuis altijd koud in de koelkast stond. Romy had yoghurt. Judit een potje mosterd. Ze zetten een klein kommetje tussen de borden en haalden om de beurt een lepeltje.
Mila wilde meer mosterd. Fen vond het eerste beetje al behoorlijk scherp. Ze deden er nog yoghurt bij en roerden opnieuw.
‘Nu proef je hem bijna niet meer,’ zei Mila.
‘Ik wel.’
Ze gaf de lepel aan Michiel. Hij proefde en knikte.
‘Voor mij is dit goed.’
‘Voor mij ook,’ zei Fen snel.
Mila nam nog een klein likje van een schone lepel. Ze kneep één oog dicht en dacht na. ‘Dan doe ik op mijn eigen bord nog een beetje.’
Dat was gemakkelijk genoeg.
Toen ze de schaal op de grote tafel zetten, schoven de volwassenen hun spullen opzij. Koen legde een stapel servetten neer. Romy zette water klaar. Judit kwam met het brood en de kleine pan die al op het kookstel had gestaan.
Fen ging zo zitten dat ze de schaal kon zien. Ze wilde weten wie het eerst zou opscheppen.
Dat was Koen. Hij nam een flinke lepel en moest daarna nog een keer, omdat de kaas aan een stukje komkommer bleef hangen.
Mila keek naar Fen. Ze zeiden niets, maar Fen voelde zich warm worden, anders dan van de zon.
‘Lekker fris,’ zei Romy.
Fen at eerst de pasta van haar eigen bord. Daarna een stukje paprika en toen een hapje met alles tegelijk. Er zat net genoeg saus aan. De mais schoot soms van haar vork. Mila ving die van haar op met een stukje brood.
Ze bleven lang aan tafel zitten. De volwassenen praatten over een dorp dat ze nog wilden bezoeken. Mila vertelde dat Polle vandaag bij het stilstaan steeds met zijn staart tegen haar been had geslagen. Ze deed het na met het uiteinde van haar vlecht.
‘Zó,’ zei ze en ze tikte tegen Fens bovenarm.
Fen hield haar bord buiten bereik. ‘Niet in de salade.’
Toen er nog maar een dun laagje op de bodem van de schaal lag, schepte Michiel dat op zijn bord. Fen schoof achterover in haar stoel en legde haar hand op haar buik.
‘Je hoeft niet meteen op,’ zei Judit.
Fen bleef zitten. Mila ook.
Pas toen Koen de lege broodzak meenam, pakten ze hun bordjes en het bestek bij elkaar. Ze droegen de afwasteil naar het gebouwtje achter het veld. Het water was daar warm. Fen hield de grote schaal schuin in de bak, terwijl Mila met de borstel langs de binnenkant ging.
Ze legden de schone borden op de handdoek. Fen droogde de schaal af en Mila veegde de laatste druppels van het bestek. Niemand had haast.
Bij de tent legde Mila het rode bord op het gele. Ze geeuwde midden in een zin over morgen.
‘Ik ga zo naar mijn eigen bed,’ zei ze. ‘Mijn benen doen het niet meer.’
Fen knikte. Ze had vandaag niet eens gevraagd of ze weer in de tent zouden slapen. De deur stond open en de matjes lagen erin. Ze ging even op haar knieën zitten om haar boek te pakken.
‘Zeg je morgen hoe het was?’ vroeg Mila.
Fen keek om. ‘De wandeling?’
‘Nee, je tanden poetsen.’ Mila grijnsde. ‘Ja, de wandeling.’
Fen hield haar boek tegen haar borst. ‘Jij moet dan ook vertellen.’
‘Als je om zes uur nog wakker bent.’
Ze brachten samen de laatste schaal naar de caravans. Fen hield de schaal nu onder haar arm. Mila droeg de bordjes.