← Een tent voor twee
Inhoudsopgave · hoofdstuk 1 van 20
  1. 1. De kleine tent
  2. 2. Ontbijt voor twee
  3. 3. Nog één keer van de glijbaan
  4. 4. Er liep iemand langs
  5. 5. Maandagochtend
  6. 6. Twee ijsjes
  7. 7. Op woensdag het bos in
  8. 8. Aan tafel bij de tent
  9. 9. Waar het zand begon
  10. 10. Aan de andere kant van de heuvel
  11. 11. Zand en haren
  12. 12. Alles even naar binnen
  13. 13. Twee matjes
  14. 14. Vrijdag aan het hek
  15. 15. De laatste cursusdag aan tafel
  16. 16. Boven de bomen
  17. 17. Mila voorop
  18. 18. Niet alles mee
  19. 19. De tent hoorde alles
  20. 20. Nog even blijven liggen

Hoofdstuk 1 van 20

De kleine tent

Fen had al drie keer geprobeerd de tentzak over haar schouder te gooien. De eerste keer raakte ze het portier. De tweede keer bleef het hengsel achter haar elleboog hangen. Nu lag de zak tegen haar buik en moest ze eroverheen kijken om haar voeten te zien.

‘Je mag hem ook dragen,’ zei haar vader.

‘Dat doe ik.’

‘Ik zie het.’

Michiel pakte de andere tas uit de kofferbak. Hij zette hem onder de luifel.

Aan de overkant van het grasveld stond Mila naast de caravan van haar ouders. Haar zwarte vlecht hing over één schouder. Ze droeg een blauw T-shirt dat aan één kant uit haar korte broek was geschoten en ze had de vuilnisbak alvast opengezet met haar voet. Koen probeerde er een kapotte spanband in te krijgen.

‘Daar!’ riep Mila.

Fen tilde haar kin op. ‘Ik heb hem!’

‘Ik zie hem. Je gezicht zit erachter.’

Fen liet de tentzak vallen. Er klonk een doffe klap in het gras. Haar schouder werd meteen een stuk lichter.

De twee caravans stonden schuin tegenover elkaar. Die van Mila had een brede blauwe streep. Die van Fen had op de deur een oude sticker van een citroen. Fen had toen ze klein was gedacht dat alle caravans naar hun sticker werden genoemd. Tot haar achtste had ze hun caravan dus de Citroen genoemd. Michiel deed dat soms nog.

Tussen de caravans stond een lage houten paal met een lamp. Daarachter, een paar passen verder het veld op, had Koen de plek voor het tentje aangewezen. Er stond nu alleen een boodschappentas op, om te voorkomen dat iemand er een stoel neerzette.

Fen liep er meteen naartoe.

‘Hier de deur,’ zei ze.

Mila kwam naast haar staan. ‘Dan kijk je zo op die van ons.’

‘Dan hoeven we ’s morgens niet eens te roepen.’

Fen ging midden op de lege plek staan en draaide een halve slag. Aan de rand van het veld lag een haag. Er zaten openingen in naar andere veldjes. Over het pad trok een jongetje een lege bolderkar achter zich aan. Zijn vader liep er met een opgevouwen campingstoel in zijn armen achteraan.

‘Niet met het wiel over mijn voet,’ hoorde Fen de vader zeggen.

Het jongetje bleef stilstaan. De vader liep bijna tegen de kar op.

Mila grijnsde. ‘Daar ga jij dus iedere ochtend naar kijken.’

Fen legde de tentzak in het gras. Hun eigen tent. Geen caravanbed dat overdag een bank was, geen handdoek van haar moeder naast haar kussen, geen vader die ’s avonds nog zijn boek onder de tafel vandaan moest vissen.

‘Mag ik links?’ vroeg ze.

‘Waar is links?’

Fen wees. ‘Als je erin ligt.’

Mila ging voor de denkbeeldige deur staan. ‘Dan is het voor mij rechts.’

‘Ja, van buiten. Maar als je binnen bent niet.’

‘We hebben nog geen binnen.’

Ze hadden allebei gelijk en daar schoten ze niets mee op. Fen ritste de zak open.

Judit kwam met de doos haringen aanlopen. Ze had haar kastanjebruine krullen met een grote klem op haar hoofd vastgezet. Eén pluk was al ontsnapt. Haar zonnebril gleed steeds van haar neus terwijl ze de gebruiksaanwijzing bekeek.

‘Eerst deze eronder,’ zei ze. Ze gaf hun het opgevouwen grondzeil.

Fen en Mila trokken ieder aan een hoek. Het zeil schoot open en vouwde zich meteen om Fens knieën. Mila trok nog een keer. Fen huppelde uit het zeil en zette haar sandalen op de goede hoeken.

De tent was okergeel, met een donkergroene bodem en een smalle donkere rand rond de ingang. Fen had hem thuis op de oprit gezien. Toen hadden ze hem niet helemaal opgezet, omdat de buurvrouw met haar auto naar buiten moest. Ze had dus alleen de eerste helft van het huis van haar vakantie gekend.

Mila schoof een stok door de stoffen tunnel. Aan Fens kant kwam eerst een dun stukje uit en toen veel te veel stok tegelijk.

‘Ho,’ zei Fen.

Mila stopte. ‘Je zei toch door?’

Judit hield het uiteinde vast. Samen bogen ze de stok. Fen voelde hoe hard hij terug wilde. Het doek kwam omhoog. Michiel zette aan de andere kant een haring in de grond.

‘Niet op mijn hand,’ zei Koen, die de volgende hoek vasthield.

‘Ik mik op de haring.’

‘Dat hoopte ik al.’

Romy bracht een kan water naar buiten. Ze zette hem op de tafel tussen de caravans, streek haar korte donkerbruine haar achter haar oren en keek een ogenblik naar de tent.

‘Wat een groot ding,’ zei ze.

‘Hij is juist klein,’ zei Fen.

‘Ik bedoelde jullie caravan.’ Romy knikte naar de Citroen, waar Michiel net een stoel onder de luifel zette.

Toen de laatste lijn vastzat, trok Judit de rits omhoog. Er kwam een opening tevoorschijn waar Fen gemakkelijk doorheen kon kruipen. Een volwassene moest zijn hoofd behoorlijk buigen.

Mila ging eerst. Ze draaide zich binnen om en hield haar hand boven de ingang.

‘Niet op het doek gaan zitten.’

‘Ik zie het.’

Fen kroop achter haar aan. Het rook naar warme stof en een beetje naar de garage van haar opa, van wie de tent vroeger was geweest. Er lag nog niets. Fen schoof op haar knieën naar de achterkant. Als ze rechtop ging zitten, raakte haar haar het dak net niet.

‘Dit is goed,’ zei ze.

Mila lag al languit. Haar tenen staken onder de open deur door.

‘Wel als jij niet groeit vannacht.’

Ze legden twee matjes naast elkaar. Het matje van Fen was groen en rolde aan het hoofdeinde steeds weer een beetje op. Mila had een blauw matje dat zo plat bleef liggen dat Fen er even met haar hand over streek. Daarna kwamen de slaapzakken. Fen had een roestbruine met een losse voering; Mila’s slaapzak was diepblauw.

‘Ik lig hier,’ zei Fen.

Mila keek naar de matjes. ‘Dat was dus mijn rechts.’

‘Nu weet je het.’

Fen bracht haar weekendtas naar binnen. Hij paste precies in de ruimte bij haar voeten. Mila zette haar tas ernaast.

Er bleef bijna geen grond meer over.

Fen en Mila zitten met twee matjes en twee grote tassen in hun kleine gele tent.

‘Waar moeten onze benen?’ vroeg Mila.

Fen duwde met haar hak tegen haar eigen tas. Hij schoof tegen de andere. De deur bolde naar buiten.

‘Die hoeven er natuurlijk niet allebei in,’ zei ze.

Ze trok haar tas weer naar buiten. Het hengsel bleef achter haar voet hangen en trok haar sandaal half uit.

Mila deed alsof ze het niet zag. Ze hielp de tas opzijzetten en kwam daarna naast Fen in het gras zitten.

Aan het tafeltje klapte Michiel een stoel open. Koen verdween in zijn caravan en kwam terug met een klein, plat borsteltje.

‘Voor mij?’ vroeg Mila.

‘Voor maandag,’ zei Koen. ‘Anders ligt het er nog niet als jij alles wilt pakken.’

Mila nam het borsteltje aan en haalde haar duim langs de korte haren. Ze had haar ponyweek al in het voorjaar uitgezocht. Vijf dagen, van negen tot drie, op een manege waar ze niet hoefde te blijven slapen. Daarna was ze hier weer, op het veld, bij Fen.

Fen trok een spriet uit het gras.

‘Morgen zwemmen?’ vroeg ze.

‘En dan hier slapen.’ Mila knikte naar hun tent.

Fen keek door de open ingang naar de twee matjes. Ze kon zich al voorstellen hoe het zou zijn om daar wakker te worden. Je hoefde alleen een rits open te trekken en je hele dag lag buiten.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.