← Een tent voor twee
Inhoudsopgave · hoofdstuk 5 van 20
  1. 1. De kleine tent
  2. 2. Ontbijt voor twee
  3. 3. Nog één keer van de glijbaan
  4. 4. Er liep iemand langs
  5. 5. Maandagochtend
  6. 6. Twee ijsjes
  7. 7. Op woensdag het bos in
  8. 8. Aan tafel bij de tent
  9. 9. Waar het zand begon
  10. 10. Aan de andere kant van de heuvel
  11. 11. Zand en haren
  12. 12. Alles even naar binnen
  13. 13. Twee matjes
  14. 14. Vrijdag aan het hek
  15. 15. De laatste cursusdag aan tafel
  16. 16. Boven de bomen
  17. 17. Mila voorop
  18. 18. Niet alles mee
  19. 19. De tent hoorde alles
  20. 20. Nog even blijven liggen

Hoofdstuk 5 van 20

Maandagochtend

Toen Fen wakker werd, lag er een streep zon op de rand van haar kussen. Het gordijntje was half open. Aan de andere kant zat haar moeder met één been onder zich op de bank. Ze had haar boek op schoot, maar las niet. Ze pelde een mandarijn boven een leeg schaaltje.

‘Hoe laat is het?’ vroeg Fen.

‘Tien over acht.’

Fen ging zitten. De slaapzak schoof tot haar middel naar beneden. Buiten hoorde ze Koen de autodeur dichtdoen.

‘Mila moet zo.’

‘Ze is nog aan het eten.’ Judit brak de mandarijn doormidden. ‘Wil je?’

Fen nam drie partjes. De eerste smaakte zo zuur dat ze haar neus optrok. Haar moeder keek naar het schaaltje alsof zij daar ook niets aan kon doen.

Fen schoof haar voeten in haar sandalen en ging naar buiten. Mila zat aan hun tafeltje, al aangekleed. Ze droeg een grijs T-shirt en een beige rijbroek. Onder haar stoel stonden zwarte laarzen met vlekken op de neuzen. Haar vlecht was net gemaakt; er zaten nog geen losse haartjes in.

‘Hoi,’ zei ze.

‘Hoi.’

Fen ging aan de overkant zitten. Ze hield een mandarijnpartje in haar hand zonder het op te eten.

‘Kon je daar wel slapen?’ vroeg Mila.

Fen knikte. ‘Later wel.’

‘Ik heb niks meer gehoord. Alleen je vader. Die kwam je slaapzak halen.’

‘Ik hoorde dus alles.’ Fen trok het witte draadje van haar mandarijn. ‘Het was ook warm. Maar vooral al die stappen.’

Mila deed een poging haar boterham op te vouwen. Het brood brak. Ze duwde de losse hoek met haar duim weer tegen de rest.

‘Ik ben een keer wakker geworden omdat mijn arm onder mijn hoofd lag,’ zei ze. ‘Ik voelde mijn vingers bijna niet.’

Fen keek naar haar eigen vingers. Ze zaten vol kleine plakkerige draadjes van de mandarijn.

‘Vond je het stom?’ vroeg ze.

‘Dat je wegging?’

Fen knikte.

Mila dacht even na. ‘Ik lag wel ineens heel ruim.’

Daar moest Fen toch om lachen. Het kwam als een klein kuchje uit haar mond.

‘Maar ik vond het jammer,’ zei Mila daarna. ‘Ik wou je vanmorgen wakker maken.’

Fen peuterde aan de schil op haar hand. ‘Mij is het zo ook gelukt.’

Koen kwam terug van de auto. Hij legde een donkerblauwe rijcap op tafel en ging op de hoek van het bankje zitten.

‘Zullen we?’ vroeg hij.

Mila trok haar laarzen aan. Fen keek even naar haar oranje shirt. Ze had er gisteren bij het zwemmen een opgedroogde vlek in gemaakt. In de caravan pakte ze een schoon geel T-shirt en een vest. Het vest kon ze uit als het warm werd.

Ze reden met Koen naar de manege. Fen zat achterin naast Mila, met de cap tussen hen in. Ze konden hem allebei zien. Mila legde er haar hand op als Koen een bocht nam.

De auto draaide een erf op waar de schaduw van een grote schuur over de bestrating viel. Er stond een rij kinderen bij een houten hek. Sommigen hadden al een cap op. Een meisje met een roze elastiek om haar pols vertelde iets aan haar vader en wees steeds naar de paardenbak.

Fen rook stro. Er hing ook een zoete, warme dierenlucht, anders dan bij de kinderboerderij thuis. Achter het hek boog een pony zijn hoofd naar de grond. Zijn neus streek zo langzaam over de stenen dat het leek alsof hij iets las.

Een vrouw in een donkerblauwe polo kwam naar hen toe. Ze had donker haar in een korte staart en een paar stevige schoenen waar geen schoon stukje meer aan zat.

‘Mila?’ vroeg ze.

Mila knikte.

‘Ik ben Aline. Je mag je tas daar neerzetten. En jij bent?’ Ze keek naar Fen.

‘Fen. Ik kom alleen even kijken.’

‘Dan kun je met je vader daar bij de bank staan. Straks gebruiken we deze kant.’

‘Het is niet mijn vader,’ zei Fen.

Koen stak zijn hand op. ‘Ik breng er één en krijg er tijdelijk één bij.’

Aline glimlachte en wees hun de bank. Koen ging niet zitten. Hij bleef met één hand op de rugleuning staan terwijl de kinderen bij elkaar kwamen.

Mila luisterde met haar kin een beetje naar voren. Fen kende die houding. Mila keek zo als iemand de spelregels uitlegde en ze beslist niet degene wilde zijn die straks nog moest vragen wat ze moest doen.

Aline noemde de namen van de pony’s. Fen kon ze niet allemaal verstaan. Een jongen vroeg of hij dezelfde kreeg als de vorige keer. Een ander kind moest zijn cap nog laten nakijken.

Mila kreeg een bruine pony met een brede witte bles. Polle, hoorde Fen. Hij was niet de kleinste van de rij en ook niet de grootste. Zijn manen lagen aan één kant plat en aan de andere kant staken er korte haren omhoog.

Mila staat bij pony Polle en Aline, terwijl Fen met Koen vanaf de bank kijkt.

Mila keek even naar de bank. Fen stak haar hand op. Mila deed het niet terug. Ze had haar handen ergens anders voor nodig en draaide haar hoofd alweer naar Aline.

Fen liet haar arm zakken.

‘We blijven nog even,’ zei Koen.

Ze zagen hoe de groep met Aline meeliep naar de andere kant van het erf. Daar lagen borstels en andere spullen klaar. Mila hurkte naast haar tas om het kleine borsteltje eruit te halen dat Koen zaterdag had meegebracht.

Fen dacht aan hun tent. Daar had Mila precies dezelfde beweging gemaakt om haar boek neer te leggen. Alleen stond er nu een pony naast haar.

Ze schoof op de bank. Uit de schuur klonk een klap. De bruine pony bewoog zijn oren, maar bleef staan. Een meisje vroeg iets aan Aline. De vrouw kwam erbij staan en liet zien hoe ze een borstel langs de vacht liet gaan. Mila keek mee.

Fen vond het eerst interessant. Daarna kreeg ze dorst.

‘Is het al half tien?’ vroeg ze.

Koen keek op zijn telefoon. ‘Bijna.’

Ze zouden na de uitleg weer teruggaan. Dat hadden ze gisteravond zo besproken. Fen wist alleen niet dat uitleg zo veel dingen kon betekenen. Nu moesten de kinderen eerst weer ergens anders naartoe. Daarna kregen ze nog iets te zien. Mila was de hele tijd bezig, maar ze was geen enkele keer dichtbij genoeg gekomen om iets tegen haar te zeggen.

Koen nam afscheid met een opgestoken hand. Mila zag het deze keer en zwaaide snel terug.

‘Tot drie uur!’ riep ze.

In de auto deed Fen haar vest uit. Ze legde het op schoot en streek de mouwen glad.

‘Ga je vanmiddag weer mee?’ vroeg Koen.

Fen keek door de achterruit naar het hek dat al kleiner werd.

‘Ja,’ zei ze. ‘Dan is ze klaar.’

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.