← Een tent voor twee
Inhoudsopgave · hoofdstuk 13 van 20
  1. 1. De kleine tent
  2. 2. Ontbijt voor twee
  3. 3. Nog één keer van de glijbaan
  4. 4. Er liep iemand langs
  5. 5. Maandagochtend
  6. 6. Twee ijsjes
  7. 7. Op woensdag het bos in
  8. 8. Aan tafel bij de tent
  9. 9. Waar het zand begon
  10. 10. Aan de andere kant van de heuvel
  11. 11. Zand en haren
  12. 12. Alles even naar binnen
  13. 13. Twee matjes
  14. 14. Vrijdag aan het hek
  15. 15. De laatste cursusdag aan tafel
  16. 16. Boven de bomen
  17. 17. Mila voorop
  18. 18. Niet alles mee
  19. 19. De tent hoorde alles
  20. 20. Nog even blijven liggen

Hoofdstuk 13 van 20

Twee matjes

Zonder de matjes leek de tent veel kleiner. Fen hurkte voor de ingang en keek naar de strepen op de bodem. Er lag zand in de hoeken. En een geel pluisje dat waarschijnlijk van haar handdoek kwam.

Mila stond naast haar met een stoffer en blik.

‘Moet ik erin?’ vroeg ze.

Fen schoof opzij.

Mila kroop naar achteren. Ze veegde eerst heel voorzichtig, zodat het stof niet opstoof. Daarna kwam ze bij een hoek waar steeds weer korrels vandaan kwamen. Ze drukte het doek een beetje omhoog en veegde nog eens.

Fen hield het blik klaar.

‘Hier.’

Ze schoven het hoopje erin. Het zag er groter uit dan toen het verspreid lag. Mila pakte een dun takje tussen haar vingers.

‘Hoe komt dit nou binnen?’

Fen keek naar de open deur en naar hun voeten. Aan haar eigen sandaal zat nog een nat grassprietje.

‘Ik denk dat wij er wonen.’

Mila blies een los haartje van haar pols. Ze glimlachte kort. Fen was blij dat het kon, maar ze wist niet goed wat ze erna moest zeggen. Ze kiepte het blik leeg in de afvalbak onder de luifel.

De matjes lagen naast elkaar op twee stoelen. Judit had de onderkanten met een doek afgenomen. De slaapzakken hingen over een schone lijn die Michiel tussen de caravans had gespannen.

‘Zijn ze nat?’ vroeg Fen.

‘Een beetje klam aan de buitenkant,’ zei Judit. ‘Even luchten is prima.’

Ze ging verder met het ophangen van de handdoeken. De regen was helemaal gestopt. Van de rand van de luifel viel af en toe nog een druppel.

Fen pakte haar groene matje. Het wilde meteen weer in een rol springen. Ze klemde het tussen haar onderarm en haar buik en kroop ermee door de ingang. Mila schoof het blauwe achter haar aan.

Ze legden ze terug, deze keer met een smal strookje grond vrij bij de deur.

‘Je tas kan gewoon bij je caravan,’ zei Mila.

Fen knikte. Dat wist ze eigenlijk al sinds zaterdag, toen ze er bijna met haar voeten tegenaan had gelegen. Toch had ze telkens iets teruggebracht.

‘Jouw tas ook.’

‘Ja.’

Mila streek het blauwe matje recht. Fen zette het kleine zakje met haar lamp in de hoek waar ze er vanuit haar slaapzak bij kon. Haar boek bleef voorlopig in de caravan.

Fen en Mila leggen de twee matjes terug in hun opgeruimde tent.

Ze zaten naast elkaar op de lege matjes. Buiten hoorde Fen haar vader een plastic bak dichtklikken. Ze zag een stuk van Romy’s jurk langs de ingang bewegen, geel met kleine lichte blaadjes erop.

‘Ik vond het gisteren wel leuk,’ zei Fen.

‘Ik ook.’

‘Toen we hier zaten.’

Mila knikte. ‘Ik weet wat je bedoelt.’

Fen trok een draadje van haar knie. ‘Dat van nooit hier zijn was niet waar.’

Mila keek naar de ingang. ‘Dat weet ik ook.’

Het klonk niet boos. Ook niet alsof het haar niets had gedaan.

‘Ik wil niet steeds kiezen tussen dit en de manege,’ zei Mila.

‘Dat hoeft niet.’

‘Je zei het wel een beetje zo.’

Fen drukte haar duim in het opgerolde uiteinde van haar matje. Er ontstond een deuk die langzaam weer verdween.

‘Ja,’ zei ze.

Ze wilde er iets achteraan zeggen, over hoe lang een dag kon duren als je op iemand wachtte. Maar ze was gisteren zelf weggeweest. En dinsdag hadden ze salade gemaakt.

Mila trok haar benen onder zich.

‘Zaterdag ben ik de hele dag hier.’

Fen keek op. ‘Dat weet ik.’

‘Dan hoeven we toch niet de hele tijd hier te zitten?’

Fen schudde haar hoofd. Ze dacht aan de toren boven het bos. Als je daar stond, kon je misschien het zand van gisteren wel terugvinden.

‘Ik wil naar die toren.’

Mila boog voorover en keek naar buiten, hoewel je hem vanuit de tent nog steeds niet kon zien.

‘Hoe komen we daar?’

‘Dat kan mijn moeder vragen. Of ik.’

‘En ik wil naar de kermis.’

Fen had de poster op de receptiedeur gezien, naast die van de wandeling. Ze had vooral de gekleurde lampen onthouden. Onder de plaatjes stonden de dagen waarop de attracties open waren.

‘Met die rups?’ vroeg ze.

Mila knikte. ‘Die.’

Ze vertelde over een rups waarin ze een keer met haar nicht had gezeten. Eerst was hij heel langzaam gegaan. Daarna had Mila haar nicht bijna op schoot gehad. Ze wist niet meer precies hoe dat was gebeurd, maar ze moest nu al lachen.

Fen wilde vragen of hij ook achteruitging. Ze hield de vraag nog even vast.

‘Dan ’s morgens die toren,’ zei ze.

‘En ’s middags het dorp. Niet direct erachteraan.’ Mila streek langs haar knie. ‘Ik wil ook zitten.’

‘Dat wil iedereen steeds,’ zei Fen.

Mila keek haar aan.

Fen grijnsde. ‘Ik gisteren ook.’

Ze kropen naar buiten. Judit hing net het laatste wasknijpertje op. Fen vroeg haar naar de toren. Haar moeder zei dat er vanaf de camping een gewone wandelroute naartoe liep. Ze wilde wel mee. Romy keek de openingstijden van de kermis na op de poster die ze zaterdag had meegenomen.

De toren kon ’s morgens en de kermis begon ’s middags. Tussendoor konden ze terug naar de camping.

Fen bleef bij de tent staan terwijl de volwassenen nog even met elkaar praatten. Het doek trok langzaam droog. De donkere plek aan de onderrand werd kleiner.

‘En dan slapen,’ zei Mila naast haar.

Fen haalde diep adem.

‘Ik wil het nog wel proberen.’

‘Ik ook.’

‘Ook als ik weer lang wakker lig?’

Mila haalde haar schouders op. ‘Ik weet toch niet wanneer jij in slaap valt.’

Dat was waar. Fen keek naar het kleine grijze lampje in de hoek. Het lag er nu waar het hoorde. Ze hoefde tenminste niet meer eerst tussen de tassen te zoeken.

Mila schoof haar voet onder de rand van het grondzeil en trok hem er meteen weer uit.

‘Morgen mag je komen kijken,’ zei ze. ‘Als je wilt. Aan het einde.’

Fen draaide zich naar haar toe. ‘Bij de pony’s?’

‘Bij de buitenrit. We gaan morgen echt naar buiten, heeft Aline gezegd.’

Mila glom al voor Fen antwoord had gegeven.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.