← Een tent voor twee
Inhoudsopgave · hoofdstuk 2 van 20
  1. 1. De kleine tent
  2. 2. Ontbijt voor twee
  3. 3. Nog één keer van de glijbaan
  4. 4. Er liep iemand langs
  5. 5. Maandagochtend
  6. 6. Twee ijsjes
  7. 7. Op woensdag het bos in
  8. 8. Aan tafel bij de tent
  9. 9. Waar het zand begon
  10. 10. Aan de andere kant van de heuvel
  11. 11. Zand en haren
  12. 12. Alles even naar binnen
  13. 13. Twee matjes
  14. 14. Vrijdag aan het hek
  15. 15. De laatste cursusdag aan tafel
  16. 16. Boven de bomen
  17. 17. Mila voorop
  18. 18. Niet alles mee
  19. 19. De tent hoorde alles
  20. 20. Nog even blijven liggen

Hoofdstuk 2 van 20

Ontbijt voor twee

In de campingwinkel stond een koelkast die harder bromde dan die van thuis. Er lagen flesjes sinaasappelsap in, en bakjes yoghurt met zilveren dekseltjes. Boven op de koelkast stond een houten kip met een bril op.

‘Waarom heeft die een bril?’ vroeg Mila.

‘Om de prijzen te lezen.’

Fen keek op haar briefje. Ze had het op de achterkant van een oude parkeerbon geschreven, omdat Michiel niets anders bij de hand had gehad. Brood. Iets erop. Drinken. Bij dat laatste had haar vader een klein koffiekopje getekend.

‘Dat is voor hem,’ zei Mila.

‘Ja, dat doen we niet.’

Ze hadden samen acht euro meegekregen. Brood voor de volgende ochtend was er al, had Romy gezegd. Daar hoefden ze dus niet naar te zoeken. Alleen iets dat ze zelf lekker vonden en dat niet na één ontbijt op zou zijn.

Fen pakte een pot chocoladepasta uit het schap. Hij was klein genoeg om in haar hand te verdwijnen en kostte bijna drie euro. Daarnaast stond een veel grotere pot, maar die was nog duurder.

‘Als we de kleine nemen, hoeven we minder te dragen,’ zei ze.

Mila draaide de pot om. ‘En als we hem opeten, nog minder.’

Ze namen hem mee naar de koelkast.

‘Melk?’ vroeg Mila.

Fen keek naar het smalle pak. Ze had het liefst gehad dat alles voor hun ontbijt in één tas paste. Dan konden ze hun bordjes naar de tent brengen en hoefden ze nergens meer om te vragen.

‘Waar laten we die?’

‘In de koelkast.’

‘In de tent?’

Mila staarde haar aan. Toen begonnen ze tegelijk te lachen.

Een vrouw bij het rek met tijdschriften keek op. Fen beet op haar lip, maar het hielp niet. Ze zag het al voor zich: hun twee matjes, de slaapzakken en daartussen de koelkast uit de caravan. Met Koen op zijn buik erachter om de stekker te zoeken.

‘Bij ons,’ zei Mila, toen ze weer gewoon kon praten. ‘Het is hetzelfde veld.’

Ze nam het pak mee. Fen koos thee in een klein doosje. Mila zei dat er bij haar ouders al thee was. Fen legde het terug en pakte een tros bananen. Daarvan hoefde de tent niet aangesloten te worden.

Aan de kassa legden ze alles neer. Mila telde de munten uit. Fen zag dat de vrouw met de tijdschriften weer stond te kijken. Ze hield de tros bananen een beetje hoger, zodat er geen vrucht klem kwam tussen het kratje onder de toonbank en haar arm.

‘Voor bij de tent?’ vroeg de winkelier.

‘Ons ontbijt,’ zei Fen.

De man keek naar de chocoladepasta. ‘Dan zou ik de pot wel dichtdoen voor je gaat slapen.’

‘We slapen er niet naast,’ zei Mila.

Fen wilde zeggen dat dat eerst wel het plan was geweest, maar ze bedacht zich. Ze stak het wisselgeld in het kleine vak van haar korte broek. Daar zat ook een glad steentje in dat ze tijdens de autorit in haar sandaal had gevoeld. Het tikte tegen de muntjes.

Buiten reed iemand op een te kleine fiets langs. Zijn knieën kwamen bijna tegen het stuur. Hij hield met één hand een grote zak brood omhoog.

Mila bleef hem nakijken. ‘Dat gaat mij dus ook gebeuren. Mijn vader gaat een ochtend mijn fiets lenen.’

‘We kunnen hem verstoppen.’

‘Hij is geel. Dat helpt niet.’

Ze namen niet de weg langs de auto’s terug, maar het paadje achter het toiletgebouw. Fen hoorde water lopen. Er hing een geur van zeep en warme handdoeken. Bij een lage kraan probeerde een man een platte plastic kom vol te laten lopen. Telkens als hij de kraan losliet, hield het water op.

Hij keek op toen ze langsliepen.

‘Kunnen jullie er niet even tegen praten?’ vroeg hij. ‘Misschien helpt dat.’

Mila hield de knop voor hem ingedrukt. De man zette de kom rechter. Er dreven twee schuimvlokken in.

‘Dank je. Ik ben Rinus, trouwens. Achter jullie, bij die witte bus.’

Fen had zijn bus al gezien. Er hing een handdoek voor de voorruit en aan de spiegel zat een kleine knijper.

‘Fen.’

‘Mila.’

‘Gezellig. Wij zijn hier vanmiddag ook pas aangekomen.’

Hij tilde de kom met beide handen op en liep naar zijn witte bus.

‘Dank je voor het vasthouden,’ zei hij.

Mila liet de kraan los en ze liepen door.

Bij de caravans stonden de stoelen nu in een halve kring. Michiel zat met zijn schoenen uit en zijn voeten op een opgevouwen kleed. Judit prikte met een vork in een aardappel uit een pan.

‘Gelukt?’ vroeg ze.

Fen liet de tas op tafel zakken. ‘We hebben nog geld over.’

Ze legde de munten neer. Het steentje viel erbij.

Michiel pakte het op. ‘Was dit in de aanbieding?’

Fen griste het terug. ‘Die is al van mij.’

Mila zette de melk in hun caravan. Even later kwam ze terug met twee plastic bordjes, één geel en één rood.

‘Die mogen we gebruiken.’

Fen wilde meteen het gele hebben. Er stond niets op, maar de rand had van die ondiepe ribbels waar je met je nagel overheen kon gaan. Ze hield het bord plat op haar hand en keek naar de tent.

Het zou nog een hele nacht duren voor het zondag was.

Aan het eten begon niemand snel. Koen legde servetten op tafel. Romy zette de schaal tomaten bij het brood. Fen schoof haar stoel naar achteren zodat Mila erlangs kon.

‘We kunnen morgen ook daar eten,’ zei ze tegen Mila.

Mila zat met haar rug naar de tent en draaide zich helemaal om.

‘Op de grond?’

‘Met onze bordjes.’

‘En met de pasta.’

Fen knikte. Het klonk nog beter als Mila het zei.

Na het eten brachten ze de bordjes naar Fens caravan. Het brood lag daar al. Mila haalde een schepje uit het bestekbakje voor de chocoladepasta, maar Judit gaf haar een gewoon mes mee.

‘Ik dacht: dan kan er extra veel op,’ zei Mila zacht, toen ze weer buiten stonden.

Het was later geworden dan Fen had gemerkt. Het gras voelde koel tegen haar kuiten. Door de open deur van de Citroen zag ze dat haar bed al was uitgeklapt. Haar kussen lag erop, met de sloop die ze thuis zelf had gewassen en veel te vroeg van de lijn had gehaald. Eén hoek was nog gekreukeld.

Mila geeuwde.

‘Morgen dan,’ zei ze. ‘Na het zwemmen.’

Fen keek naar de tent. Hij stond er zo klaar bij dat ze bijna iets anders zei. Maar ze moest nog haar tanden poetsen en ze had in de auto ook al bijna geslapen.

‘Morgen,’ zei ze.

Ze legde de bordjes op elkaar. De rode rand verdween precies achter de gele. Daarna kroop ze de caravan in en trok de gordijntjes rond haar bed dicht.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.