Hoofdstuk 14 van 20
Vrijdag aan het hek
Polle had een spriet hooi in zijn manen. Fen zag hem meteen toen ze het erf opliepen. De spriet zat vlak achter zijn oor en bewoog telkens als hij zijn hoofd draaide.
Mila zat al op hem. Ze droeg haar cap en hield de teugels laag voor zich. Aline liep langs de rij. Een andere volwassen begeleider zat op een grotere pony aan de kant van de poort.
Fen ging met haar moeder op de afgesproken plek bij de bank staan.
‘Niet te laat,’ zei ze zacht.
Judit keek op haar horloge. ‘Nee, precies goed.’
Mila had gevraagd of ze om kwart over twee wilden komen. Fen had geen ijs gekocht. Ze had onderweg zelfs niet naar het luik gekeken. Nu wilde ze zien wat Mila ging doen.
De pony’s stonden niet allemaal even stil. De kleinste verzette telkens één been. Een schimmel draaide zijn hoofd naar een kind dat naast de rij wachtte. Polle hield zijn neus zo laag dat Mila voorover moest kijken om zijn oren te zien.
Aline kwam bij haar staan. Ze zei iets, Mila knikte en daarna ging de groep bewegen.
Fen zag hoe ernstig haar vriendin keek. Het was bijna hetzelfde gezicht als maandagochtend, maar ze hield haar schouders anders. Minder opgetrokken. Ze keek niet meer bij iedere stap meteen naar de pony onder haar.
Bij de poort draaide Mila haar hoofd. Ze zag Fen en haar moeder. Haar mond ging een beetje open, alsof ze iets wilde roepen. Toen stak ze alleen kort haar hand op en keek weer vooruit.
Fen zwaaide terug, ook al zag Mila het misschien niet meer.
De begeleider ging voorop het pad op. De eerste pony volgde. De rest kwam erachteraan, in een rij die steeds even langer en weer korter werd. Aline ging als laatste mee.
Polle’s staart verdween achter het hek. Daarna zag Fen alleen nog bewegende caps tussen de struiken. En toen ook die niet meer.
Het erf werd onverwacht stil.
Judit ging op de bank zitten. Fen bleef staan tot ze zeker wist dat er niemand meer terugkwam om iets te halen. Ze keek naar de poort. In het stof lagen afdrukken van hoeven en schoenen door elkaar.
‘Zal ik een plek voor je bewaren?’ vroeg haar moeder.
Fen ging naast haar zitten.
Aan de andere kant van het erf was een vrouw bezig een emmer te vullen. Ze zette hem neer, keek er een ogenblik naar en tilde hem met twee handen op. Uit de schuur kwam een jongen met een lege kruiwagen. Hij ging niet hard. Het wiel piepte bij iedere omwenteling op dezelfde plek.
Fen leunde met haar ellebogen op haar knieën. Ze had gedacht dat ze nu van alles zou kunnen zien, maar het belangrijkste was net om de hoek verdwenen.
Haar moeder haalde een fles water uit haar tas. Fen nam een paar slokken en gaf hem terug.
‘Vond jij paarden leuk toen je klein was?’ vroeg ze.
‘Ik vond ze mooi.’
‘Niet erop?’
Judit schudde haar hoofd. ‘Mijn vriendin reed wel. Ik keek meestal.’
Fen liet haar blik langs de rij lage staldeuren gaan. Achter één ervan bewoog een neus. Een ander vak was leeg. Het deurtje stond open en er hing een touw over de rand.
‘Mila wil volgens mij morgen meteen weer,’ zei ze.
‘Dat kan best.’
Ze bleven zitten. Fen voelde de warmte van de bank door haar korte broek heen. Af en toe hoorde ze iemand uit de schuur iets vragen. Verder hoefde er hier even niets te gebeuren.
Ze zag de groep terugkomen voor haar moeder het merkte.
Eerst verscheen de donkere cap van de voorste begeleider boven de haag. Daarna kwamen de ponyoren en de hoofden van de kinderen. Fen stond op.
Mila zat nog steeds op Polle. Haar vlecht lag over haar ene schouder. Toen ze het erf opkwamen, keek ze naar de bank en begon breed te glimlachen. Niet snel even, maar zo dat Fen haar tanden kon zien.

‘Hij wilde onderweg stoppen!’ riep Mila.
Aline kwam naast de groep staan. Mila keek weer naar voren en hield op met roepen. Fen moest dus nog even wachten op de rest van haar verhaal.
Ze zag de kinderen afstappen. Mila bleef naast Polle staan en streek met één hand langs zijn hals. De spriet hooi zat er niet meer. Misschien was hij onderweg weggewaaid.
Toen Aline hen naar de kant liet komen, liep Mila bijna tegen Fen aan.
‘Echt naar buiten,’ zei ze.
‘Ik zag het.’
‘Ja, maar helemaal. Door zo’n smal stukje. En toen kwamen we bij een breed pad. En Polle dacht gewoon: hier kan ik wel eten.’
Ze trok haar kin naar haar borst en deed een stap alsof haar hele lijf naar beneden wilde. Fen herkende de beweging van het kleine schaap bij het paaltje.
‘Maar je bleef erop,’ zei ze.
Mila keek haar verbaasd aan. ‘Ja, natuurlijk. Aline hielp. En later ging hij gewoon weer.’
Ze vertelde hoe de voorste pony een keer was blijven staan en hoe ze zelf haar ene voet bijna uit de beugel had laten glijden. Bij dat laatste keek ze even naar Judit, alsof ze wilde controleren of het zo verteld mocht worden. Judit luisterde gewoon.
Daarna moest Mila terug naar Polle. Fen ging met haar moeder mee naar de rand van de plek waar de groep de dieren verzorgde. Aline bleef erbij. Mila haalde de borstel in lange halen langs de bruine vacht. Er bleven lichte haren aan vastzitten.
‘Zie je,’ zei ze tegen Fen. ‘Die krijg ik dus overal.’
Polle draaide zijn hoofd. Mila wachtte even en ging toen verder. De pony was niet bijzonder groot of glanzend. Er zat stof op zijn benen. Zijn witte bles liep aan één kant iets scheef.
Fen zag hoe Mila de borstel aan Aline gaf en meteen naar het rek voor de volgende spullen liep. Ze was hier de hele week geweest.
Later, buiten het hek, liet Mila haar cap aan haar vingers bungelen. Koen kwam hen tegemoet met een tas waar de bovenkant van haar fles uit stak.
‘En?’ vroeg hij.
Mila begon opnieuw. Deze keer bij de poort, nog voordat Polle ergens had willen eten.
Fen liep naast haar. Ze wist nu tenminste hoe de pony keek als hij zijn hoofd liet zakken. Dat kon Mila niet alleen vertellen, dat had ze zelf gezien.