Hoofdstuk 6 van 20
Twee ijsjes
Fen was om kwart voor drie klaar. Koen stond nog met Romy bij hun caravan. Hij had de autosleutel in zijn hand en keek naar een bericht op zijn telefoon.
‘We hoeven er niet om kwart voor drie te zijn,’ zei hij, toen hij Fen zag staan.
‘Ik weet het.’
Fen hield haar kleine portemonnee tegen haar been. Er zaten twee gevouwen briefjes in en een paar munten. Dat was haar vakantiegeld. Het hoefde niet meteen op, had haar vader gezegd. Maar twee ijsjes waren niet meteen alles.
Op de weg naar de manege vertelde Koen iets over een fietstocht die hij met Romy wilde maken. Fen luisterde half. Naast de schuur van de manege stond een klein verkooppunt. Ze had het vanmorgen gezien. Er hing een gekleurde vlag met een ijsje erop.
De man achter het luik verkocht ook koffie. Hij had een stapel papieren bekertjes naast zijn elleboog en twee ronde deksels op de ijsbakken.
‘Twee hoorntjes?’ vroeg hij.
Fen knikte. ‘Aardbei en chocola.’
‘Allebei allebei, of ieder één?’
Fen moest daar even over nadenken. ‘Eén aardbei. Eén chocola.’
Koen bestelde koffie. Hij zette zijn beker op een hoog tafeltje in de schaduw en keek op zijn horloge.
‘Nog tien minuten.’
Fen kreeg de hoorntjes tegelijk. Ze pakte er één met links en één met rechts. De aardbei was voor Mila. De chocola voor haar. Ze hield ze een beetje uit elkaar zodat ze elkaar niet konden raken.

Door het hek zag ze de pony’s. Er stond een groep kinderen tussen. Mila was bij Polle. Ze had haar cap nog op en trok een riempje los onder zijn hoofd. Aline stond vlak naast haar.
Fen wilde haar naam roepen, maar er sprak net iemand anders. Ze bleef bij het hek staan. Ze kon best tien minuten wachten.
Na een tijdje voelde ze iets kouds langs haar linkerduim lopen.
Ze keek naar het aardbeienijsje. Aan de ene kant van de bol zat een klein roze gootje. Fen draaide het hoorntje. Het gootje liep mee.
Haar chocolade-ijsje begon ook te glanzen.
Ze kon niet eerst van het ene likken en dan van het andere. Het aardbeienijsje was voor Mila. Fen keek achterom naar Koen.
‘Zal ik er eentje vasthouden?’ vroeg hij.
Ze gaf hem de aardbei. Ze had nu een hand vrij, maar het koude spoor zat al op haar duim. Ze likte haar eigen ijsje rondom af en veegde haar andere hand aan het papieren doekje dat Koen haar gaf.
Mila was nog steeds niet klaar. Ze bracht met een ander meisje spullen naar de schuur. Polle stond bij Aline. Een jongen kwam langs met iets wat Fen op een brede riem vond lijken.
‘Ze moeten nog opruimen,’ zei Koen.
‘Dat zie ik.’
Koen keek naar haar. Fen nam een hapje uit de bovenkant van haar ijsje, te groot. Haar tanden deden er pijn van.
Toen Mila eindelijk naar buiten kwam, had ze rode wangen en haar cap in haar hand. Haar vlecht was aan de onderkant bijna los.
‘Kijk,’ zei Fen.
Koen gaf het aardbeienijsje door. De bol was aan één kant scheefgezakt.
‘O, lekker.’ Mila nam meteen een lik. ‘Dank je.’
Fen wachtte. Ze wilde weten of Polle lief was geweest, of Mila al had gereden, of ze in dezelfde groep zat als het meisje dat naast haar had opgeruimd. Maar Mila stond eerst alleen haar ijsje te eten. Ze hield haar laarzen een beetje uit elkaar en steunde met haar schouder tegen de hekpaal.
‘Was het leuk?’ vroeg Fen.
Mila knikte. ‘Heel leuk.’
‘Wat hebben jullie allemaal gedaan?’
‘Van alles.’ Ze keek even naar haar vader. ‘Heb je drinken in de auto?’
Koen liep naar de auto en haalde een fles water. Mila dronk met grote slokken.
Fen liet haar ijsje zakken. Aan de onderkant van het hoorntje verscheen een donkere druppel.
‘Ik dacht dat we straks nog naar dat pad konden,’ zei ze.
‘Welk pad?’
‘Achter het toiletgebouw. Helemaal door, langs het bos.’
Mila schudde haar hoofd. ‘Nu niet.’
‘Het is niet zo ver.’
‘Ik wil eerst zitten.’
Fen keek naar de bank achter Koen. Daar had Mila gemakkelijk kunnen gaan zitten. Dat zei ze niet. Ze wist wel dat Mila de camping bedoelde.
‘Het is nog best vroeg,’ zei ze.
Mila keek op haar horloge. ‘Voor jou.’
De woorden kwamen hard aan, al had Mila ze niet hard gezegd. Fen draaide aan haar hoorntje. Het papier plakte aan haar vingers.
‘Ik ben vanmorgen ook al hier geweest.’
‘Ja. Maar ik ben hier de hele dag geweest.’
‘Dat wilde je toch?’
Mila ging rechtop staan. ‘Ja. Dat wilde ik.’
Koen schoof de fles in zijn tas. Hij zei dat de auto in de schaduw stond en dat ze daar verder konden eten. Mila liep meteen mee. Fen bleef nog een paar tellen bij het hek staan. Haar ijsje had inmiddels ook aan de onderkant een gat gekregen. Ze hield het schuin, zodat het niet op haar schoen drupte.
In de auto rook Mila naar warm stof en een beetje naar de manege. Fen had willen vragen of je die geur zelf ook rook. Nu keek ze uit het raam.
Halverwege begon Mila over Polle. Hij liep niet steeds de kant op die ze dacht. Aline had haar laten voelen hoe klein een beweging kon zijn. Toen Mila dat met haar vrije hand probeerde voor te doen, kwam ze met haar pols tegen de hoofdsteun.
Fen keek toch even opzij.
‘Je mag je ijsje wel vasthouden,’ zei ze.
Er zat een roze vlek op Mila’s grijze shirt.
Mila keek omlaag. Ze haalde diep adem en veegde met het doekje. De vlek werd groter.
Terug op de camping ging Mila bij haar ouders onder de luifel zitten. Ze trok haar laarzen uit en zette haar voeten op een laag krukje. Romy kwam met een boterham en nog een glas water.
Fen bleef bij het paadje staan.
‘Kom je erbij?’ vroeg Mila.
Fen had dat de hele dag gewild. Toch schudde ze haar hoofd.
‘Even naar onze tent.’
Ze kroop naar binnen en ging op haar mat zitten. Het opgerolde hoofdeinde kwam tegen haar rug. De deur stond open. Ze kon Mila’s blote voeten op het krukje zien, met de laarzen er keurig naast.
Ze haalde haar portemonnee uit haar broekzak. De rand was plakkerig geworden. Fen legde hem op haar schoot en schraapte met haar nagel een opgedroogd stukje chocola weg.
Van onder de andere luifel klonk Mila’s stem. Ze vertelde Romy iets over een pony die in een borstel had proberen te happen.
Fen legde de portemonnee naast haar mat. Even later trok ze haar eigen sandalen uit en schoof ze naar de deuropening. Haar voeten waren nog warm. Er zaten twee bleke stroken waar de bandjes hadden gezeten.