Hoofdstuk 17 van 20
Mila voorop
De kermis was al te horen voordat Fen het plein zag. Er klonk muziek met een zware dreun eronder. Soms kwam er een stem overheen die veel dichterbij leek dan de luidspreker waar hij uit kwam.
Mila liep een paar passen voor haar. Haar vlecht zwaaide in een gelijkmatig ritme tegen haar rug. Ze droeg een paars T-shirt dat Fen nog niet had gezien. Aan haar pols zat hetzelfde horloge als in de tent, met een donkerblauw bandje.
Fen had haar dunne vest uitgedaan en om haar middel geknoopt. De zon scheen tussen twee huizen door op het plein. Er hingen al lampjes, al waren de meeste in het daglicht nauwelijks te zien.
Bij de hoek bleef Mila staan.
‘Daar.’
De rups draaide nog. De wagentjes gingen in een kring omhoog en omlaag, zo dicht achter elkaar dat Fen niet kon zien waar de voorkant ophield. Er zat een meisje met twee vlechtjes in dat bij iedere hobbel haar mond opende. Het geluid verdween in de muziek.
Koen en Romy kwamen naast hen staan. Judit en Michiel bleven een stukje verder bij een kraam met eten wachten.
‘Eerst even kijken?’ vroeg Romy.
Mila knikte, maar haar hand zat al aan het kleine tasje dat ze om had. Het was net groot genoeg voor haar geld en haar telefoon.
Fen haalde haar portemonnee uit haar broekzak. De rand plakte niet meer. Ze had hem met een vochtig doekje schoongemaakt. Binnenin zaten nog de twee gevouwen briefjes, maar ook een paar lege vakjes waar eerst munten hadden gezeten.
De rups ging langzamer. Fen zag de mensen in de wagentjes weer afzonderlijk. Een jongen tilde zijn hand op alsof hij nog in de lucht iets vast wilde houden. De man bij de bediening wachtte tot alles stilstond en opende het hek.
‘Ga je?’ vroeg Mila.
Fen keek naar het dichtstbijzijnde wagentje. De bekleding glom op de plek waar iedereen zat.
‘Ja,’ zei ze.
Ze kochten allebei een kaartje. Mila hield het hare tussen wijsvinger en middelvinger, zodat het niet weg kon waaien. Fen propte haar wisselgeld in haar portemonnee, stopte die weg en hield haar kaartje klaar.
Bij het instappen bleef haar vest even achter haar elleboog haken. Ze trok het los en ging naast Mila zitten. Er zat een kleine opening onderaan bij haar voeten. Door die opening kon ze het hek zien waar Koen en Romy stonden.
Mila legde haar hand op de beugel.
‘Ik ga echt niet tegen je aan schuiven,’ zei ze.
‘Jij wilde dit.’
‘Daarom.’
Fen zette haar voeten steviger neer. De man controleerde de beugel en liep door. De muziek werd even zachter. Ze hoorde iemand roepen of iedereen er klaar voor was, maar voor ze iets had bedacht, bewogen ze al.
Eerst was het bijna langzaam genoeg om te lopen. Fen ging een klein stukje omhoog en weer naar beneden. Mila keek haar aan met zo’n ingehouden lach dat Fen zelf ook moest glimlachen.
Toen ging het sneller.
De lage stukjes werden opeens veel lager. Fen voelde haar buik omhoogkomen terwijl de rest van haar naar beneden wilde. Ze pakte de beugel met beide handen vast. Bij de volgende bocht schoof Mila een stukje tegen haar aan.
‘Je zou niet schuiven!’ riep Fen.
Mila antwoordde iets, maar Fen verstond het niet.
De huizen aan het plein gingen telkens achter Mila’s hoofd langs. Fen probeerde haar ouders te zien. Ze herkende een arm, misschien die van Michiel, en daarna waren ze alweer voorbij.
De rups ging nog een ronde. En nog één. Fen wist niet meer wanneer ze het grappig vond en wanneer het vooral hard ging. Ze begon te lachen op een moment dat ze het helemaal niet van plan was geweest. Mila lachte nu ook, met haar hoofd naar voren en haar vlecht half op Fens schouder.

Toen de rit langzamer werd, voelde het alsof iemand de hele kermis een beetje terugduwde.
Fen bleef zitten tot het wagentje stilstond. Ze liet haar handen één voor één los. Er zaten smalle rode strepen in haar handpalmen van het vasthouden.
‘Nog een keer?’ vroeg Mila, toen ze door het hek liepen.
Fen schudde haar hoofd. ‘Even niet.’
‘Ik misschien straks nog.’
‘Dan kijk ik.’
Mila knikte. Ze pakte haar waterfles van Romy en dronk. Fen ging op een lage rand zitten en liet haar ellebogen op haar knieën rusten.
‘Goed?’ vroeg Michiel.
Fen hield haar duim op. Ze wilde even niet meer woorden gebruiken dan dat.
De muziek ging alweer harder. Er zaten nu andere mensen in hun wagentje. Het meisje op Fens plek pakte de beugel precies vast waar zij hem net had losgelaten.
Mila ging later nog een keer met haar vader. Fen bleef bij Romy staan. Ze zag Koen eerst heel rustig kijken. Bij de eerste snelle bocht verdween zijn hoofd bijna achter Mila’s schouder. Romy stak haar hand voor haar mond en lachte.
Fen zwaaide toen ze voorbijkwamen. Mila zag haar deze keer wel. Ze liet heel even haar ene hand los en stak twee vingers op.
Daarna liepen ze samen langs de andere attracties. Er lagen grote pluchen dieren in een kraam. Eén had een poot die zo groot was als Fens onderarm. Bij een andere kraam rolden gekleurde ballen over een helling. Mila bleef kijken, maar kocht niets.
Ze haalden een zak warme friet om te delen. De onderkant van de zak was al een beetje doorzichtig van het vet. Fen hield hem vast en Mila pakte telkens een dun frietje van de bovenkant.
‘Niet alleen de lange,’ zei Fen.
Mila draaide de zak een kwartslag. Nu lagen de korte boven.
Ze bleven op een bankje naast het plein zitten tot het drukker werd en er mensen voor hen langs moesten schuiven. Koen wenkte vanaf de hoek van de straat. Judit had haar vest al aangetrokken.
Mila pakte de lege frietzak van Fens schoot. Er zat nog één klein stukje onderin. Ze hield het omhoog.
Fen schudde haar hoofd. Mila at het op en bracht de zak naar de afvalbak.
Op de terugweg bleef de dreun van de muziek nog lang te horen. Fen dacht telkens dat hij al weg was. Bij de volgende bocht kwam hij toch weer zacht achter de bomen vandaan.