← Een tent voor twee
Inhoudsopgave · hoofdstuk 4 van 20
  1. 1. De kleine tent
  2. 2. Ontbijt voor twee
  3. 3. Nog één keer van de glijbaan
  4. 4. Er liep iemand langs
  5. 5. Maandagochtend
  6. 6. Twee ijsjes
  7. 7. Op woensdag het bos in
  8. 8. Aan tafel bij de tent
  9. 9. Waar het zand begon
  10. 10. Aan de andere kant van de heuvel
  11. 11. Zand en haren
  12. 12. Alles even naar binnen
  13. 13. Twee matjes
  14. 14. Vrijdag aan het hek
  15. 15. De laatste cursusdag aan tafel
  16. 16. Boven de bomen
  17. 17. Mila voorop
  18. 18. Niet alles mee
  19. 19. De tent hoorde alles
  20. 20. Nog even blijven liggen

Hoofdstuk 4 van 20

Er liep iemand langs

Fen richtte haar zaklamp op het tentdoek en hield haar andere hand in de bundel. Haar vingers verschenen als vijf dikke schaduwen boven haar hoofd.

‘Je bent net een kip,’ zei Mila.

Fen bewoog haar duim. ‘Deze?’

‘Nee, wacht.’

Mila kwam overeind, boog twee vingers en hield haar andere hand erachter. Op het doek stond iets wat op een hond leek, tot ze begon te lachen en het beest uit elkaar viel. Fen deed de lamp uit en legde hem naast haar matje. Van buiten maakte de paallamp nog een bleke vlek op het doek.

Buiten klapte een caravandeur dicht. Fen hoorde haar moeder iets aan Michiel vragen. Haar stem was duidelijk genoeg om te herkennen, maar niet duidelijk genoeg om de woorden te verstaan.

‘Waar ligt je zaklamp?’ vroeg Mila.

Fen tastte naast haar matje. ‘Hier.’

Ze had een klein grijs lampje met een oranje knop. Thuis gebruikte ze het alleen als ze onder haar bed moest kijken. Nu had ze het drie keer aan en uit gedaan om te zien of het echt werkte.

Haar weekendtas stond niet meer bij haar voeten. De meeste spullen hadden ze in de caravans gelaten. Mila had alleen een schone onderbroek, een T-shirt en haar boek in de hoek gelegd. Fen had hetzelfde gedaan, behalve het boek. Zij had haar boek op de campingtafel laten liggen. Ze dacht er even aan het alsnog te halen, maar dan moest ze haar slaapzak weer uit.

‘Hoe laat is het?’ vroeg ze.

Mila keek op het klokje dat om haar pols zat. ‘Bijna tien.’

‘Nog maar?’

Het leek later. Onder het doek was alles al smaller geworden. Fen kon haar benen niet meer zien, alleen de punten die haar voeten in de slaapzak maakten. De rits van haar slaapzak voelde koel tegen haar arm.

Mila vertelde iets over de gele mat. Ze deed voor hoe Fen eraf was gegleden. Daarbij kwam haar hand tegen Fens knie.

‘Niet duwen,’ zei Fen.

‘Dat deed je toen dus ook.’

Fen begon weer te lachen. Ze trok de slaapzak een beetje over haar mond om het zachter te maken.

‘Ze horen ons toch wel,’ zei Mila.

Even later kwam Judit langs de ingang.

‘Alles goed?’

‘Ja,’ zeiden ze tegelijk.

‘Wij gaan nog even buiten zitten. Roep maar als er iets is.’

Fen zag de schaduw van haar moeders benen op het doek wegbewegen. Ze luisterde hoe Judit een stoel verschoof en ging zitten. Daarna begon er verderop iemand te praten over een spel dat ze niet kende.

Ze fluisterden nog een tijdje. Mila had thuis al een paar paardrijlessen gehad, maar nooit vijf dagen achter elkaar. Ze wilde weten of de pony die ze zou krijgen bruin was, of grijs, of zo klein als die op het plaatje van de manege. Fen vroeg of ze dan steeds dezelfde kreeg. Mila zei dat ze dat maandag wel zou horen.

Daarna bleef het stil aan de andere kant van de tent.

‘Mila?’

‘Hm?’

‘Slaap je?’

‘Nee.’

Een paar minuten later vroeg Fen het nog een keer. Deze keer kreeg ze geen antwoord.

De paallamp bleef branden. Fen streek met een vinger langs het stiksel naast de lichte vlek. Daarna liet ze haar arm zakken.

Er liep iemand langs.

De stappen waren gewoon op het gras, wist Fen. Niet dichterbij dan wanneer iemand naast hun caravan naar de kraan liep. Toch hoorde ze iedere stap apart. Even hielden ze op. Er ritselde iets.

Fen hield haar adem in.

Toen ging de ritseling over in een kort schraapgeluid en liepen de stappen verder. Iemand had misschien een stoel opzijgezet. Of een tas opgetild. Of zijn slipper uit het gras gehaald.

Ze draaide zich op haar zij. Haar oor kwam op het dunne matje te liggen. Nu hoorde ze haar eigen adem zo hard dat ze zich opnieuw omdraaide.

Vanuit Mila’s slaapzak kwam een diepe zucht. Mila bewoog haar voeten en sliep door.

Fen ritste haar slaapzak een stukje verder open. Ze had het niet koud. Aan haar schouder plakte haar T-shirt een beetje. Ze ging rechtop zitten en voelde naar het lampje.

De eerste druk gaf geen licht. Ze had op de verkeerde kant gedrukt. Bij de tweede poging schoot een witte bundel langs het dak. Fen deed hem snel weer uit.

Buiten waren de stemmen zachter geworden. Haar ouders praatten niet meer. Ze hoorde nog een stoel en daarna hun caravandeur. De klik van de deur kwam haar zo bekend voor dat ze er bijna naar verlangde.

Ze kneep haar ogen dicht.

Er klonk een kort, hoog geluid aan de rand van het veld. Daarna nog een. Misschien een vogel. Fen kende vogels die overdag zo deden. Ze wist alleen niet of ze dat ’s avonds ook deden.

Ze telde langzaam tot twintig. Bij zeventien begon ze weer op de stappen te letten. Die waren er niet eens. Ze wachtte erop.

‘Mila,’ fluisterde ze.

Haar vriendin bleef stil liggen.

Fen raakte haar schouder aan. ‘Mila.’

‘Wat?’ Mila tilde haar hoofd op. Haar vlecht lag dubbel onder haar wang.

‘Ik ga even naar de caravan.’

Mila knipperde. ‘Naar de wc?’

Fen schudde haar hoofd, maar dat zag Mila waarschijnlijk niet. ‘Naar mijn ouders. Ik wil daar slapen.’

Nu kwam Mila een beetje overeind. ‘Gaat het niet?’

‘Ik hoor alles.’

Er viel een stilte. Fen voelde de bovenkant van haar slaapzak onder haar vingers. Ze streek steeds hetzelfde stukje glad.

‘Ik blijf wel hier,’ zei Mila. ‘Of wil je dat ik meega?’

‘Nee.’ Fen zei het snel. ‘Nee, blijf maar. Ik ga gewoon daarheen.’

Ze deed de lamp aan, zocht haar sandalen en schoof de rits van de ingang open. De lucht buiten was koeler dan ze had verwacht. Haar voeten werden meteen nat van het gras.

Fen maakt met de lamp bij de hand de tentdeur open, terwijl Mila wakker op haar mat zit.

‘Zeg je het tegen je moeder?’ vroeg Mila.

Fen knikte. Deze keer kon Mila haar zien. ‘Ja.’

De lamp aan de paal scheen op de twee caravans. Hun deur was maar een paar stappen verder dan overdag. Fen liep erheen met het lampje in haar hand, al had ze het niet nodig.

Ze tikte zacht. Toen nog een keer.

Michiel deed open. Hij had zijn leesbril op en keek eerst naar Fens voeten.

‘Kom maar,’ zei hij.

Binnen rook het naar thee en de doek waarmee Judit het tafeltje had afgenomen. Fen trok haar sandalen uit. Er zaten grassprietjes aan haar tenen.

‘Ik wil hier slapen,’ zei ze.

Judit legde haar boek neer. ‘Is Mila wakker?’

‘Ik heb het gezegd. Zij blijft daar.’

Haar moeder knikte. Ze pakte haar telefoon en stuurde Romy een kort bericht. Michiel schoof een kussen opzij en haalde Fens slaapzak uit de tent. Toen hij terugkwam, zei hij dat Mila al weer bijna sliep.

Fen kroop op haar gewone bed. Haar vader schoof het gordijntje half dicht, zoals hij thuis soms haar kamerdeur op een kier liet.

Nog voor hij weer zat, hoorde Fen buiten voetstappen.

Van hier klonken ze alsof iemand ergens anders liep.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.