Hoofdstuk 18 van 20
Niet alles mee
Bij de caravans rook het naar koffie. Michiel zette de fietsen neer en maakte de tas van zijn bagagedrager los. Koen bleef met zijn handen op het stuur staan om iets aan Romy te vertellen.
Fen liep meteen naar de tent. Ze trok de deur open en keek naar binnen.
De twee matjes lagen er nog. Er was niets op terechtgekomen terwijl ze weg waren. De roestbruine slaapzak lag aan haar kant en de blauwe aan die van Mila. Fen liet haar schouders zakken.
‘Ik ga eerst drinken,’ zei Mila achter haar.
Fen draaide zich om. ‘Ik ook.’
Ze dronken water uit de rode en gele bekers van de caravan. Fen voelde pas na een paar slokken hoeveel dorst ze had. De friet lag nog warm in haar buik. Ze wilde niets anders eten, tot Judit een schaal met stukken komkommer op tafel zette. Daar nam ze er toch twee van.
Ze bleven een tijdje in de stoelen zitten. Mila trok haar voeten onder zich. Fen liet de hare op het gras staan. Als ze haar ogen even dichtdeed, voelde het nog alsof de rups langs haar buik bewoog.
Romy haalde de schone handdoeken van de lijn. Ze legde Mila’s handdoek op haar schoot.
‘De rest ligt op je bed.’
Mila knikte. Ze was zo moe dat ze haar nek niet eens helemaal recht hield.
Fen keek naar de lage paallamp. Hij brandde nog niet. De zon zat achter het bos, maar het veld was helder genoeg. Ze kon het pad naar het toiletgebouw zien zonder op te staan.
Na een tijdje haalde ze haar nachtkleren uit de caravan. Het gestreepte T-shirt zat om het kleine grijze broekje gevouwen. Haar tandenborstel stak boven de toilettas uit. Ze pakte ook een schoon paar sokken en legde die daarna weer terug. Die had ze vannacht niet nodig.
Mila kwam met haar eigen tas naar buiten. Haar vader liep achter haar met een handdoek over zijn schouder.
‘Jullie eerst maar,’ zei hij bij het pad. ‘Ik moet nog even iets pakken.’
Bij de wastafels was het druk. Fen wachtte tot een vrouw met een dikke vlecht haar beker uitspoelde. Mila vond al een plek aan de andere kant. Ze keek via de spiegel naar Fen en trok haar wenkbrauwen op.
Fen stak haar tandenborstel omhoog.
Er klonk een douche achter de wand. Een klein kind wilde niet dat zijn moeder zijn haren weer nat maakte. Fen moest aan het zwembad denken, aan haar T-shirt dat niet over haar hoofd wilde. Ze poetste nog even en spuugde uit.
Terug bij de caravan trok ze haar nachtkleren aan. Ze borg haar T-shirt en korte broek in de kast. Het vest liet ze over de stoel hangen. Als ze het nodig had, kon ze het zo pakken.
Judit was de tafel aan het afnemen. Ze legde het doekje in een bak en keek naar Fens blote benen.
‘Ga je zo al liggen?’
‘Misschien nog even lezen.’
‘Dan laat ik je boek hier op het kastje liggen. Je kunt het komen halen.’
Fen pakte het meteen. Ze had nog maar een klein stukje te gaan. Het boek was na die eerste druppels van donderdag een beetje gaan golven aan de rand, maar de bladzijden lieten gewoon los.
Buiten stond Mila in haar lichtpaarse T-shirt en donkere korte broek op haar slippers. Ze hield haar boek onder haar arm.
‘Neem jij je lamp mee?’ vroeg ze.
‘Die ligt er al.’
Fen kroop naar binnen en haalde de lamp uit het zakje. Het oranje knopje was glad van het gebruiken. Ze deed hem kort aan. Het licht viel op de donkere rand rond de deur.
Mila schoof naast haar door de opening. Haar slippers bleven netjes buiten het binnendoek staan. Ze ging op haar matje zitten, legde haar boek bij het hoofdeinde en rolde haar schouders langzaam naar achteren.
‘Ik voel mijn rug,’ zei ze.
Fen probeerde hetzelfde. Bij haar kraakte er niets. Ze liet zich op haar zij zakken en trok haar slaapzak over haar benen.
Er kwam een beetje wind door de deur. Het rook naar gras dat al koeler werd. Onder de luifels begonnen de volwassenen weer te praten.
Mila bladerde in haar boek. Fen las de eerste bladzijde van het stukje waar ze gisteren gebleven was. Ze wist nog wie boos was en waarom. Nu wilde ze vooral weten of de brief eindelijk gelezen zou worden.
‘Wil je nog horen hoe dat meisje haar kat noemde?’ vroeg Mila ineens.
Fen hield haar vinger tussen de bladzijden.
Mila vertelde het zacht, met af en toe een lach waardoor ze opnieuw moest beginnen. Fen probeerde zich de pony voor te stellen die iedere keer een kattennaam hoorde. Ze vroeg of de pony daar iets van merkte.
‘Die niet,’ zei Mila. ‘Wij wel.’
Toen gingen ze weer lezen. Hun schouders raakten elkaar niet. De boeken lagen allebei op hun eigen matje. Er was nu precies genoeg ruimte voor wat ze deden.
Romy kwam even bij de ingang kijken. Ze vroeg of ze nog iets wilden drinken. Mila schudde haar hoofd. Fen ook.
‘Dan zie ik jullie morgen,’ zei Romy.
Ze liep terug naar de caravan. Fen volgde haar schaduw tot die achter de tafel verdween.
Ze keek naar haar boek. Nog vier bladzijden. Ze las de eerste zin, maar luisterde tegelijk hoe buiten iemand zijn stoel verschoof. Het was nog niet donker genoeg om de lamp nodig te hebben. Toch legde ze hem alvast tussen hun hoofdeinden, met het knopje naar boven.