Hoofdstuk 42 · 4 minuten lezen
De avond voor de braderie
Vrijdagavond rook de bioscoop naar schone vloeren, cake en een beetje paniek die iemand met bloemen had proberen te verbergen.
De nieuwe draaggrepen werkten. Mensen verplaatsten de presentatiepanelen zonder hun knokkels open te halen of mij in iedere deuropening nodig te hebben. Een vrijwilliger paste een greep aan haar lengte aan met het etiket dat ik na Paps proef had herschreven. Ze keek niet rond om hulp. Het gaf me een voldoening die zo stil was dat ik hem bijna niet opmerkte.
Bex kwam met haar kostuum in een tas. Ze vroeg of ik één sluiting kon controleren voordat ze het aan het kledingrek hing.
‘Controleren of verbeteren?’ vroeg ik.
‘Controleren. Verbeteren moet apart worden aangevraagd.’
Ik vond een losse steek, verstevigde die en gaf het kostuum terug zonder te bedenken wat er met de zoom mogelijk was.
Ze bekeek het.
‘Perfect.’
‘Bruikbaar.’
‘Goed. Heel ontroerende bruikbaarheid.’
We omhelsden elkaar in de smalle ruimte tussen het rek en de muur. Geen van ons begon over september. Die maand kwam nog steeds. We hoefden hem niet in iedere kamer uit te nodigen om te bewijzen dat we hem niet vergeten waren.
Mae repeteerde zacht op de piano terwijl Peter naar het gerepareerde mechaniek luisterde. Ernaast stond een keyboard klaar voor de stukken die het nodig hadden. Mevrouw Vale controleerde de toegangslijsten en daarna of iemand anders ze ook begreep, zodat ze tijdens de braderie naar het toilet kon. Nora legde het programma op drie plaatsen neer, omdat mensen informatie steevast kwijtraakten als die maar op één plek lag.
Mam en Tess werkten samen bij de tafel met eten en drinken. Pap droeg op hun aanwijzingen dozen en leek opgelucht dat hij taken kreeg waarvan je kon zien of ze gelukt waren. Pip zat in een kinderstoel in de personeelskamer en onderzocht of stukjes banaan terugkwamen als ze die vaak genoeg liet vallen. Ollie was benoemd tot officiële bordjesdrager voor de kinderactiviteiten. Hij kon niet goed tegen de macht.
Het was gewoon en een beetje vreemd: mensen uit verschillende delen van mijn leven in dezelfde zaal, zonder dat die zaal van ons één eenvoudig gezin hoefde te maken.
Ik zette het demonstratieframe op en controleerde met Agnes de weerslapjes. Elk met één verzamelde weersomstandigheid. Elk geëtiketteerd, afgemeten en eerder getest. De opvangbladen stonden klaar. Rond de plek waar het weer vrijkwam bleef ruimte vrij. Geen demonstratie als de omstandigheden in de zaal buiten de vastgelegde grenzen kwamen. Ik kon de constructie ook uitleggen zonder iets open te maken.
‘En als het dak eraf valt?’ vroeg Ollie.
‘Dan gaat de demonstratie niet door,’ zei Agnes.
Hij schreef het op zijn klembord.
‘Handig noodplan.’
In de schuur wachtte de jas op zijn opvangblad. Het terugvoerframe was gecontroleerd, het erf vrijgemaakt en de droge oefenronde herhaald. Stan zou er vroeg zijn. Agnes en ik zouden de echte luchtstroom bekijken voordat we besloten of we konden beginnen. Eli hielp eerst de bioscoop klaarzetten. Als de ontlading doorging, kwam hij daarna bij ons.
De voorspelling gaf nog steeds een draaiende wind aan voordat het front voorbij was. Die konden we niet met een planning laten gehoorzamen.
Toen de zaal klaar was, deed Hazel de meeste lampen uit. Het gescheurde filmdoek was weer tegen zijn steun vastgezet. We hadden de oude schade niet verstopt. Daaronder wachtte de lege vloer op stoelen, stemmen en natte schoenen.
Ik bleef langer dan nodig in de deuropening staan.
‘Wat is er?’ vroeg Agnes.
‘Ik dacht altijd dat je een plek redde door hem te laten lijken op de fijnste tijd die je er had gehad.’
‘En nu?’
Ik keek naar de tafel met eten en drinken. Iemand had een pak papieren bekers aan de verkeerde kant opengemaakt.
‘Misschien is het mensen de ruimte geven om er iets anders te beleven.’
Ze duwde de bekers terug in hun doos.
‘Dat lijkt minder uitputtend.’
We liepen naar huis onder een lucht die te bewolkt was voor sterren. Mijn beoordeling was maandag. De braderie was morgen. Misschien werd de jas eindelijk weer een jas. Misschien maakten we nog een dag zorgvuldig aantekeningen over waarom hij er niet klaar voor was.
Voor het eerst in weken had ik af wat als eerste af moest. Wat daarna kwam, had ik achtergelaten in een toestand die iemand anders kon begrijpen.
Thuis legde ik droge kleren klaar, controleerde mijn wekker op de telefoon en stopte de portfoliobevestiging in een map waar ik hem kon terugvinden. Daarna ging ik naar bed.
Ik lag nog even wakker. Niet te organiseren of op te lossen. Ik luisterde alleen naar de eerste regen tegen de ruit en hoopte dat de mensen van wie ik hield een plek zouden hebben waar ze naar binnen konden.