Hoofdstuk 28 · 5 minuten lezen
Weggaan is niet tegen jou kiezen
Vrijdag kwam Bex langs met twee blikjes limonade en zonder naaiwerk.
‘Ik heb het gehoord,’ zei ze.
‘Van Mam?’
‘Van jou. Je stuurde een emoji van iemand die leek op te lossen. Toen ik je moeder vroeg of je goed thuisgekomen was, zei ze dat je thuis was.’
Ik liet haar binnen.
We gingen op de vloer van mijn slaapkamer zitten. De portfoliokoffer stond precies waar hij voor het gesprek had gestaan. Het was moeilijk geworden om de kamer te bekijken, omdat elk voorwerp leek te weten wat ik ermee van plan was geweest.
Bex maakte een blikje open.
‘Heb je nog contact met ze opgenomen?’
‘Nee.’
‘Ga je dat doen?’
‘Ik weet het niet.’
Ze knikte. Ik wachtte op advies. Dat kwam niet meteen, en daar had ik dankbaar voor moeten zijn. In plaats daarvan begon ik me te verdedigen tegen de stilte.
‘Het waren niet alleen zenuwen. Er speelde heel veel.’
‘Dat weet ik.’
‘De jas, de winkel, de braderie—’
‘Ik weet dat die dingen bestaan, June.’
‘Je doet alsof het makkelijk is.’
‘Ik heb niet gezegd dat het makkelijk was.’
Dat was waar. Ik nam het haar kwalijk dat ze zo dicht bij ons echte gesprek bleef, terwijl ik ruzie probeerde te maken met een versie waarin iemand al gemeen genoeg was geweest om mijn gevoelens te rechtvaardigen.
Ze zette het blikje op de vloer.
‘Ik ben niet boos omdat je bang was. Ik ben bezorgd dat je de rest van de zomer gaat proberen te bewijzen dat je wel moest wegblijven.’
‘Niet iedereen kan zomaar weg.’
Het kwam er scherper uit dan ik bedoelde. Bex’ gezicht veranderde.
‘Denk je dat ik dat doe?’
‘Ik bedoelde niet—’
‘Zomaar weggaan? Alsof ik niet gewerkt heb, me geen zorgen heb gemaakt, niet heb moeten uitzoeken hoe ik mijn kamer kan betalen?’
‘Ik weet dat je dat hebt gedaan.’
‘Doe dan niet alsof mensen weggaan omdat het ze minder kan schelen.’
Ik keek naar de vloer. Bij mijn voet was een draad van het achterdoek in het tapijt blijven haken. Ik trok eraan tot hij loskwam.
‘Het voelt alsof iedereen verder kan behalve ik.’
Even verzachtte Bex’ gezicht. Ik zag mijn kans en maakte het in mijn paniek erger.
‘Jij krijgt allemaal nieuwe mensen om je heen. Je denkt straks nauwelijks nog aan hier.’
Ze verstarde.
‘Dat was niet eerlijk.’
‘Ik weet het.’
‘Nee. Je kunt niet zo snel “ik weet het” zeggen dat ik er daarna niets meer over mag voelen.’
Ik hield mijn mond.
Ze stond op, pakte haar tas en liet het ongeopende blikje limonade naast de koffer staan.
‘Ik hou van je,’ zei ze. Het klonk vermoeid, niet dramatisch. ‘Maar ik ga mijn toekomst niet kleiner maken om jou dat te laten geloven.’
Na haar vertrek bleef ik lang op de vloer zitten.
Mam kwam boven vragen of ik wilde lunchen. Ik zei nee. Ze bracht toch geroosterd brood en vroeg toen of nee betekende dat ik geen honger had of dat ik nog niet naar beneden wilde. Ik waardeerde de vraag genoeg om een half sneetje te eten.
‘Ik deed gemeen tegen Bex.’
‘Wil je vertellen wat er gebeurde?’
Dat wilde ik. Al klonk ik met elke zin minder als de onbegrepen persoon die ik had geprobeerd te zijn.
Mam luisterde. Toen ik klaar was, zette ze haar ellebogen op haar knieën.
‘Nadat je vader uit huis ging, heb ik op sommige dagen te veel op je geleund.’
Ik keek op.
‘Je hielp omdat je lief bent en omdat er dingen moesten gebeuren. Ik heb daar een gewoonte van laten worden. Ik had vaker moeten vragen of je hielp omdat je wilde helpen, of omdat je dacht dat alles van jou afhing.’
‘Het lag niet allemaal aan jou.’
‘Dat weet ik. Ik heb het over mijn aandeel.’
Ze keek naar de portfoliokoffer.
‘Ik ben trots op je werk. Ik ben ook je moeder als je niet naar een gesprek gaat en iets onaardigs tegen je vriendin zegt. Je hoeft niet eerst een stoel te repareren voordat ik dat weer weet.’
Ik leunde tegen haar schouder. Ze sloeg een arm om me heen en zei niets over de natte plek die mijn gezicht op haar shirt maakte.
Die avond schreef ik Bex.
Ik deed alsof jouw vertrek een oordeel over mij was. Dat is het niet. Ik was gekwetst en bang, en ik gebruikte jou om daartegen te vechten. Het spijt me. Je hoeft vanavond niet te antwoorden.
Ik las het bericht twee keer om de zin die met Maar begon eruit te halen.
Toen verstuurde ik het.
Ze antwoordde die avond niet. Ik hield mezelf tegen toen ik nog een bericht wilde sturen om zeker te weten dat ze het eerste had begrepen. Begrijpen was niet hetzelfde als er klaar voor zijn om mij gerust te stellen.
Ik zette het ongeopende blikje limonade in de koelkast en haalde mijn portfolio uit de koffer. Het werk zag er precies zo uit als voor donderdag. Dat was bijna moeilijker te verdragen dan wanneer het duidelijk waardeloos was geworden.
Ik liet het op tafel liggen, waar ik het kon zien. Van verstoppen was ik niet moediger geworden.