Hoofdstuk 27 · 6 minuten lezen
Een vrije dag die geen vrije dag was
Mam kwam voor de lunch terug van haar werk, met haar rechterpols in een steunverband en een uitdrukking die iedereen waarschuwde niet te schrikken. Leila, die die ochtend in het hotel was gebleven om een schriftelijke schoolopdracht af te maken, schrok onmiddellijk.
“Wat is er gebeurd?”
“Ik heb me onhandig opgevangen. Ik gleed uit op een trede.”
“Waar?”
“Bij een bezoek. Ik heb ernaar laten kijken.”
“Ben je gevallen?”
“Leila. Ik sta hier.”
Het antwoord was oneerlijk, en mam leek dat te beseffen zodra ze het had gezegd. Ze zette haar tas met haar linkerhand op bed en probeerde het opnieuw.
“Ik heb mijn pols bezeerd. Die heeft rust nodig. De coördinator regelt mijn bezoeken anders. Ik heb mijn nek niet gebroken en geen groot noodgeval voor je verborgen.”
Leila keek naar het verband. Een klein deel van mams lichaam zag er ineens medisch en breekbaar uit. De rest was vertrouwd: de versleten schoenen, de broek, een haarlok die aan haar wang plakte. Leila had nooit goed beseft hoeveel van hun leven ervan afhing dat die handen konden tillen, autorijden, wassen, dragen en dingen vastmaken zonder dat er eerst een vergadering over nodig was.
“En je werk?” vroeg ze.
“Ze regelen de komende dagen. Ik moet ze later nog spreken.”
“Krijg je betaald?”
Mam sloot even haar ogen.
“Ik moet precies nagaan hoe dat zit. Dat zal ik doen. Nu wil ik zitten en iets eten.”
Leila ging naar de tas met eten. Ze vond brood, kaas, een bakje tomaten. Een boterham maken had eenvoudig moeten zijn, maar elke beweging voelde te groot voor de kamer. Ze liet een tomaat vallen en kroop erachteraan onder Toby's vouwbed. Mam keek even toe en begon toen te lachen.
“Wat?” vroeg Leila fel vanaf de vloer.
“Niks. Sorry.”
“Het is niet grappig.”
“De tomaat doet wel erg zijn best.”
Leila kreeg hem te pakken, stootte zacht haar hoofd tegen het bedframe en vloekte. Mam lachte harder en vertrok toen haar gezicht doordat de beweging aan haar pols trok. Een paar seconden werd de hele situatie zo belachelijk dat Leila ook lachte. Dat betekende niet dat ze minder bang was.
Ze aten naast elkaar. Mam gebruikte haar linkerhand onhandig en klaagde over het ontwerp van de boterham. Leila sneed de volgende zonder te vragen in kleinere stukken. Mam bedankte haar en vroeg toen aan welke schoolopdracht ze had gewerkt.
“Engels.”
“Laat eens zien.”
“Je hoeft geen huiswerk te bekijken.”
“Ik wil graag even aan iets anders denken dan een incidentformulier.”
Leila haalde de laptop. Ze lazen de alinea waarmee ze worstelde. Mam kende de tekst niet goed genoeg om met de interpretatie te helpen, maar ze zag wel waar de zin zo lang was geworden dat Leila niet meer wist wat ze beweerde. Ze splitsten hem in tweeën. De tweede zin bleek niets te zeggen en werd verwijderd.
Om twee uur belde de werkcoördinator. Mam nam het gesprek in de gang aan omdat ze de afspraken wilde bespreken zonder dat Leila elk woord hoorde. Dat deed meer pijn dan Leila had verwacht. Ze wist dat het redelijk was. Ze bleef toch bij de deur staan tot ze zichzelf erop betrapte en wegliep.
Toen mam terugkwam, legde ze uit wat er voor de eerste dagen was afgesproken. Er moesten nog details bevestigd worden, maar er werd niet van haar verwacht dat ze de bezoeken met één hand voortzette. Janice zou helpen met de boodschappen. Een andere collega kon iets van kantoor meebrengen. Leila luisterde en zocht een gat dat zij kon vullen.
“Ik kan zaterdag met Micah afzeggen,” zei ze.
Mam keek op.
“Waarom?”
“Om hier te zijn.”
“Wat denk je dat ik doe als jij weg bent?”
“Ik weet het niet.”
“Ik ook niet. Misschien lezen. Misschien me ergeren aan de televisie. Toby gaat die middag naar Janice.”
“Misschien heb je iets nodig.”
“Ik heb een telefoon. En een linkerhand met beperkt enthousiasme maar voldoende basisvaardigheden.”
Leila vouwde de hoek van de lege broodverpakking om. Ze wilde iets te doen hebben, iets met een duidelijk begin en einde. Angst had dat niet. Als ze niets praktisch te doen vond, begon ze zich voor te stellen wat er hierna kon gebeuren: mam die wekenlang niet kon werken, het appartement dat onbetaalbaar werd, alle zorgvuldig opgebouwde mogelijkheden die door één gladde trede instortten.
Mam keek naar haar gezicht.
“Zeg het,” zei ze.
“Wat?”
“Het ergste wat je denkt. Het neemt het grootste deel van de kamer in beslag.”
Leila keek naar het verband.
“Wat als je niet kunt werken?”
“We doen wat de behandelaar en mijn werkgever werkelijk zeggen. We stellen vragen. We bouwen niet een hele toekomst op deze ene middag.”
“Maar—”
“Ik weet het. Er zijn dingen om je zorgen over te maken. Dat doe ik ook. Ik mag ook een pijnlijke pols hebben zonder dat het bewijst dat ik ons niet draaiende kan houden.”
Leila's gezicht werd warm. “Dat bedoelde ik niet.”
“Ik weet dat je dat niet bedoelde.”
Mam leunde achterover tegen de kussens. Ze zag er opeens ouder uit, niet door de verwonding maar doordat Leila zag hoeveel moeite het kostte de geruststellende persoon te blijven terwijl ze zelf bang was.
“Je hoeft niet nog een volwassene te worden die het voor me regelt,” zei ze zachter. “Geef me maar de afstandsbediening, want die ligt aan de kant waar ik niet bij kan.”
Leila gaf hem aan. Zo’n klein, concreet verzoek hielp.
Toen Toby terugkwam, staarde hij naar de pols en stelde zeven vragen achter elkaar. Mam beantwoordde de eerste drie en vroeg hem toen te gaan zitten voordat ze verderging. Hij wilde weten of ze nog eten kon maken. Leila begon hem te zeggen dat hij niet zo egoïstisch moest zijn en stopte toen. Eten was hoe hij de gewone wereld mat. Hij controleerde of die nog bestond.
“Wij kunnen eten maken,” zei ze. “Jij en ik.”
“Echt maken?”
“Binnen de grenzen van de magnetron.”
Hij aanvaardde dat als een redelijke technische voorwaarde.
Die avond werkten ze samen in de ontbijtzaal. Toby las de verpakkingen en stelde de tijd in. Leila droeg de hete bakjes. Hij morste wat water, maakte het zonder aansporing schoon en vroeg toen of ze mams eten op een dienblad naar boven konden brengen.
Mo vond een dienblad met een vervaagde reclame voor een koffiemerk dat het hotel niet meer schonk.
“Wel terugbrengen,” zei hij. “Het hoort bij onze historische collectie.”
Ze droegen het eten naar boven. Mam sliep met de televisie aan en haar bril die van haar neus zakte. Leila bleef in de deuropening staan met het dienblad. Ze wilde haar precies zo tekenen: moe, niet op haar hoede, met één hand open op het dekbed. Ze wist ook dat de tekening maken haar geen toestemming gaf om hem aan iemand te laten zien.
Toby fluisterde: “Moeten we haar wakker maken?”
“Zo meteen.”
Ze zetten het dienblad op het bureau, maakten ernaast ruimte vrij en gingen stil zitten tot mam haar ogen opende.