← Zes haltes samen
Inhoudsopgave · hoofdstuk 9 van 14
  1. 1. Al gedrukt
  2. 2. Achter je rug
  3. 3. Een tas op de stoel
  4. 4. Geen mooie prijs
  5. 5. Met z’n tweeën
  6. 6. Wat later
  7. 7. Bij de fontein
  8. 8. Nog één spel
  9. 9. Zonder reserveplek
  10. 10. De verkeerde kant
  11. 11. Zes haltes
  12. 12. Niet nog een voorstel
  13. 13. Door het hofje
  14. 14. Morgen twee uur

Hoofdstuk 9 van 14

Zonder reserveplek

Jens antwoordt pas na het eten.

Was met Isa en Daan. Wat was er?

Mats zit aan de keukentafel met zijn telefoon onder de rand. Zijn bord is al leeg. Zijn vader pakt het van hem over en zet het op dat van zichzelf.

‘Nog meer?’

Mats schudt zijn hoofd.

Hij begint iets over de middag te typen. Daarna ziet hij de eerste regel van Jens opnieuw. Met Isa en Daan. Dat is dus wat zij gedaan hebben. Er waren meer mensen, meer middagen, andere dingen dan Mats die op een bankje zit omdat zijn eigen plan vroeg ophoudt.

Hij haalt zijn verhaal weg.

Kan ik je morgen even zien? schrijft hij.

Zijn vader trekt de stoel naast hem naar achteren om bij een gevallen vork te komen. Mats doet zijn voeten opzij en legt de telefoon boven op de tafel.

‘Stond die fontein aan?’ vraagt zijn vader.

‘Ja.’

‘Eindelijk. Ze hebben er lang genoeg iets omheen gezet.’

Mats knikt. Hij had de hekken al bijna vergeten. Zijn vader vindt de vork, houdt hem bij het handvat vast en loopt naar het aanrecht.

De telefoon trilt.

Ik ben rond één uur thuis, schrijft Jens. Daarna park.

Mats zegt dat hij dan komt. Daarna staat hij op om zijn glas weg te brengen. Er zit een klein randje water in dat hij pas ziet wanneer hij het te snel optilt. Hij veegt het van de tafel met het hoekje van de theedoek.

Zondag fietst hij naar Jens met zijn tas op zijn rug. Er zit een trui in en de fles van zijn vader. Het stukje tape heeft hij er afgehaald. De fles hoeft hem vandaag niets toe te roepen.

Jens doet open met één sok in zijn hand. Hij kijkt naar Mats’ jas en dan naar de klok achter hem.

‘Op tijd.’

Mats knikt. ‘Ja.’

Hij zet zijn fiets tegen de muur. Jens laat de deur open en loopt naar de trap. Hij gaat op de onderste trede zitten om de sok aan te trekken.

Mats blijft in de gang staan. Er hangt een natte jas aan een haak die daar nooit voor bedoeld kan zijn. Het hout zit een beetje scheef.

‘Woensdag,’ zegt hij.

Jens trekt de sok over zijn hiel en kijkt op.

‘Ik wilde liever even met Ravi mee dan naar het park.’

Hij kijkt naar Jens, die zijn sok hoger trekt.

‘Dat had ik wel door,’ zegt die.

‘Ik had het moeten afzeggen.’

‘Ja.’

‘En niet sturen dat ik later kwam.’

Jens knikt. Hij pakt zijn schoen van de vloer en draait hem om om te kijken of er niets in zit. Mats wacht.

‘Ik had die hele tijd niks te doen,’ zegt Jens. ‘Jij stuurde later. Dan denk ik: hij komt zo. Dus ik wacht.’

‘Sorry.’

‘Isa was ergens anders. Die moest ik dan ook weer vragen waar ze was.’

Mats kijkt naar de rand van de trap. Hij weet niet wat hij met zijn handen moet, dus laat hij ze aan de banden van zijn tas hangen.

Jens trekt zijn schoen aan. ‘Je mag best andere dingen doen. Maar ik ook.’

‘Ja.’

‘Dat is het.’

Hij staat op en loopt naar de keuken. Mats blijft even staan tot Jens vraagt of hij ook iets wil drinken. Hij zegt nee, hij heeft al water. Jens komt terug met een fles en de rode schijf onder zijn arm.

‘Ga je mee?’

Mats knikt. ‘Isa ook?’

‘Die komt zo. Ze wil eerst nog iets afmaken.’

Jens trekt zijn jas aan en controleert of de sleutel erin zit. Dan lopen ze naar buiten. Mats pakt zijn fiets. Jens haalt de zijne uit de smalle doorgang naast het huis.

Ze rijden een stukje naast elkaar. Bij een geparkeerde auto moet Mats achter hem gaan. Het gesprek valt stil. Hij laat het even zo.

In het park zijn meer mensen dan op dinsdag. Er liggen jassen en tassen onder de bomen. Iemand heeft een heel klein tafeltje meegenomen en zit daar met vier mensen omheen, alsof de rest van het gras niet beschikbaar is.

Jens zet zijn fiets tegen het hek. Mats zet de zijne ernaast. Ze lopen naar het stuk waar de bomen verder uit elkaar staan.

‘Dus,’ begint Mats.

Hij wil het over zaterdag hebben. Hij weet niet of hij begint bij de kast of bij het bankje. Misschien bij de fontein. Hij is daar al heel lang blijven staan voordat er iets mis kon gaan.

Jens haalt de schijf onder zijn arm vandaan en gooit hem.

Mats vangt hem niet.

Hij komt tegen zijn vingers, draait scheef en valt in het gras. Mats kijkt naar de schijf en dan naar Jens.

‘Ik stond nog niet.’

‘Dat zag ik.’

Mats pakt hem op. Hij houdt de rand vast, zwaait zijn arm een klein stukje naar achteren en gooit terug. Jens moet een stap opzij. Hij vangt hem met beide handen tegen zijn borst.

‘Mooie,’ zegt Mats.

Jens houdt de schijf omhoog. ‘Zo had je hem niet bedoeld.’

Mats begint te lachen. Jens doet drie stappen achteruit en steekt zijn hand op.

Mats gooit opnieuw.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.