← Zes haltes samen
Inhoudsopgave · hoofdstuk 5 van 14
  1. 1. Al gedrukt
  2. 2. Achter je rug
  3. 3. Een tas op de stoel
  4. 4. Geen mooie prijs
  5. 5. Met z’n tweeën
  6. 6. Wat later
  7. 7. Bij de fontein
  8. 8. Nog één spel
  9. 9. Zonder reserveplek
  10. 10. De verkeerde kant
  11. 11. Zes haltes
  12. 12. Niet nog een voorstel
  13. 13. Door het hofje
  14. 14. Morgen twee uur

Hoofdstuk 5 van 14

Met z’n tweeën

Maandag regent het op de ruit naast Ravi’s hoofd.

Er loopt één dikke druppel schuin door alle andere heen. Mats volgt hem tot hij achter de leuning verdwijnt. Ravi vertelt iets over Noura, die haar prijs van de kermis thuis op een plank heeft gezet en nu van haar moeder moet uitleggen waarom hij daar staat.

Mats hoort het wel. Hij lacht ook op de goede plek. Daarna kijkt hij weer naar die druppel.

Hij heeft gisteren bedacht wat hij gaat vragen. Onder de douche, tijdens het eten en terwijl hij iets zocht wat hij zelf in een andere zak had gestopt. Elke keer klinkt het eenvoudig.

Nu hoeft hij alleen nog op te houden met doen alsof hij iets op de ruit moet afmaken.

Bij hun halte stapt hij achter Ravi uit. Hij wacht tot de mensen met grote passen voorbij zijn. De bus trekt op. Het geluid schuift weg en ze staan naast de rand van het plein.

‘Heb jij zaterdag tijd?’ vraagt Mats.

Ravi kijkt naar hem. ‘Denk het wel.’

‘Om de stad in te gaan. Met mij.’

Hij heeft zijn hand onder de band van zijn tas gestoken. Hij trekt hem los voordat hij in zijn eigen vingers begint te knijpen.

‘Met z’n tweeën,’ zegt hij.

Ravi glimlacht een beetje. ‘Ja.’

Mats heeft nog één stukje over. Hij moet dat niet achterlaten alsof Ravi maar moet raden wat eronder zit.

‘Als een date,’ zegt hij. Het klinkt iets sneller dan hij bedoelt. ‘Bedoel ik.’

Ravi blijft naar hem kijken. Hij zegt niet meteen iets terug. Mats wil de ruimte al vullen, met een grap, een toevoeging, iets over als dat niet zo is. Hij houdt zijn mond.

‘Lijkt me leuk,’ zegt Ravi.

Naast het ochtendplein kijkt Ravi glimlachend naar Mats, die hem net voor een date heeft gevraagd.

Mats voelt zijn wangen warm worden. Hij knikt. Hij weet niet waarom hij knikt alsof iemand hem net de weg heeft gewezen.

‘Mij ook,’ zegt hij.

Dat is nogal overduidelijk. Hij heeft het zelf voorgesteld. Ravi lacht zacht.

‘Twee uur?’ vraagt hij.

Mats knikt opnieuw. Hij moet daar eens mee ophouden. ‘Bij de fontein?’

‘Ja. Dan lopen we wel even.’

‘Er is daar een speelhal.’

Ravi kijkt langs hem naar het plein. ‘Die daarachter?’

‘Ja. Met die flipperkasten. Kan leuk zijn.’

‘Kunnen we wel even doen,’ zegt Ravi. ‘En dan ergens wat drinken.’

‘Goed.’

Ze staan nog steeds midden op de rand van het plein. Er gaat iemand met een fiets achter hen langs. De bel is niet nodig, maar hij gebruikt hem toch.

Mats en Ravi doen tegelijk een stap opzij.

‘Ik moet,’ zegt Ravi.

‘Ik ook.’

Ze lopen elk naar hun eigen straat. Mats heeft na drie passen al zin om zich om te draaien. Hij doet het na vijf. Ravi kijkt niet achterom. Hij loopt gewoon door, met de tas tegen zijn been en de band losjes in zijn hand.

Mats draait zich weer naar voren. Er staat een vuilnisbak net voor zijn voet. Hij gaat erlangs zonder ertegenaan te lopen. Dat is vandaag lang niet de grootste prestatie, maar wel één die hem lukt.

Bij de fietsenrekken ziet hij Jens.

‘Ik heb het gevraagd,’ zegt hij.

Jens houdt zijn sleutel tussen zijn tanden. Hij haalt hem eruit. ‘Wat?’

‘Ravi.’

‘Ik dacht het wel. Je staat anders.’

Mats kijkt naar zijn eigen voeten. Jens schiet in de lach en klikt zijn fietsslot dicht.

‘Zaterdag,’ zegt Mats.

‘Leuk.’

Hij zegt het gewoon. Daarna wil hij weten of Mats na school mee naar de speelhal gaat. Isa moet ergens anders naartoe en Jens heeft geen zin om de hele middag thuis te zitten.

Mats zegt ja voordat Jens zijn vraag helemaal heeft afgemaakt.

Na school haalt Mats eerst thuis zijn fiets. Jens wacht bij de fontein. Samen lopen ze het laatste stukje van het plein over, met hun fietsen aan de hand. Er ligt een laag water onder de fontein, maar de sproeiers staan uit. Mats blijft even bij de rand staan. Vanaf hier kun je de ingang van de speelhal zien. Verderop staat een bankje waar je in de zon kunt zitten als er zon is.

‘Kom je?’ vraagt Jens.

Mats volgt hem naar binnen.

Het geluid verandert zodra de deur dichtvalt. Van buiten is het een gebouw met een paar lampen achter glas. Binnen komen de geluiden van alle kanten tegelijk. Er piept iets, er rinkelt iets, er rolt een bal met een dof gerommel door een baan achter in de ruimte.

Jens gaat naar de flipperkasten. Hij stopt bij de kast met het blauwe licht en tikt met zijn vingers op de rand.

‘Deze?’

Mats knikt. Hij haalt het geld uit zijn zak dat hij daarvoor heeft meegenomen. Zijn jas gaat over de leuning van de kruk naast de kast. Jens steekt zijn telefoon in zijn eigen tas en stapt opzij.

Mats legt zijn handen aan weerszijden.

Dit is fijn. De knoppen zitten waar hij ze verwacht. De bal springt de baan op. Hij volgt hem, drukt te vroeg, herstelt het en vangt hem nog net met de andere kant op.

Jens leunt op de kruk.

‘Je doet alsof hij weet wat jij van plan bent.’

‘Hij moet gewoon daarheen.’

‘Dat zal hem helpen.’

Mats raakt de bal goed. Er flitst licht door de kast en ergens gaat een veel te tevreden stem af. Jens kijkt op. Mats grijnst en wijst meteen naar het volgende stuk.

‘Daar. Zo.’

De bal glipt erlangs en verdwijnt.

Jens hoeft niets te zeggen. Hij haalt alleen zijn wenkbrauwen omhoog.

‘Die was mooi tot hij lelijk werd,’ zegt Mats.

Hij stapt opzij. Jens gaat staan en krijgt bij zijn eerste poging bijna hetzelfde voor elkaar. Alleen zonder het te willen. Hij begint te lachen wanneer de stem in de kast weer opduikt.

Ze spelen nog een keer om de beurt. Mats doet het langer. Hij kan op het laatste moment soms precies de goede beweging maken, en dat lukt Jens nog niet. Bij Jens gaat de bal op plekken heen waar Mats nooit naartoe mikt. Het levert af en toe onverwacht veel licht op.

Na afloop zitten ze op de rand buiten. Het is opgehouden met regenen. De lucht is wit boven de daken, niet blauw, maar er komt genoeg licht door om hun ogen even klein te laten worden.

‘Woensdag park?’ vraagt Jens.

Mats knikt. ‘Drie uur?’

‘Ik neem de rode mee.’

‘Ik ben er.’

Jens steekt zijn voet uit en houdt er een gevallen takje mee tegen. Hij duwt het langzaam van de stoep af. Dan vraagt hij of Mats nog mee een stukje gaat fietsen.

Mats kijkt naar de fontein. Hij ziet zichzelf hier zaterdag staan, maar ook Ravi die over de rand komt aanlopen en meteen weet waar hij moet zijn. Ze kunnen eerst naar binnen. Of eerst ergens heen lopen. Hij weet al waar je het beste wat te drinken kunt halen.

‘Eén rondje,’ zegt hij tegen Jens.

Ze pakken hun fietsen. Mats duwt af en moet meteen hard trappen om naast hem te komen. Jens kijkt niet achterom. Mats versnelt en tikt met zijn hand tegen zijn stuur.

‘Rustig.’

Jens gaat een klein beetje harder. Mats lacht, trekt zijn jas onder zich recht en zet door.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.