← Zes haltes samen
Inhoudsopgave · hoofdstuk 3 van 14
  1. 1. Al gedrukt
  2. 2. Achter je rug
  3. 3. Een tas op de stoel
  4. 4. Geen mooie prijs
  5. 5. Met z’n tweeën
  6. 6. Wat later
  7. 7. Bij de fontein
  8. 8. Nog één spel
  9. 9. Zonder reserveplek
  10. 10. De verkeerde kant
  11. 11. Zes haltes
  12. 12. Niet nog een voorstel
  13. 13. Door het hofje
  14. 14. Morgen twee uur

Hoofdstuk 3 van 14

Een tas op de stoel

Woensdag zet Mats zijn rugzak tussen zijn voeten voordat de bus bij de halte komt.

Hij heeft zich voorgenomen daar niets bijzonders van te maken. Het is een tas. Die kan overal. Hij kijkt naar de deur en schuift zijn tas met zijn voet een stukje opzij, alsof Ravi anders niet door het hele gangpad zou passen.

Ravi stapt in. Hij kijkt even langs de stoelen, ziet Mats en komt naar hem toe.

‘Mag?’

Mats knikt. Hij gaat opzij, wat niet nodig is. Hij zit al bij het raam.

De groene schoudertas komt tussen Ravi’s voeten terecht. Uit het voorste vak steekt de hoek van het boek. Hij zit nog steeds om.

‘Dat wil niet meer, hè?’ zegt Mats.

Ravi kijkt naar de tas. ‘Wat?’

‘Die kaft. Je deed maandag zo.’

Mats strijkt met zijn hand over een denkbeeldige hoek. Zodra hij het doet, wil hij zijn hand weer terug. Hij heeft blijkbaar de hele tijd zitten kijken en laat dat nu ook nog even zien.

Ravi trekt het boek eruit. Hij houdt de omgevouwen hoek vast en buigt hem de andere kant op.

‘Ik heb hem zo gekregen.’

‘Dat zeggen ze allemaal.’

‘Echt. Hij is van Noura. Zij doet alsof ze heel netjes op haar boeken is, maar ze gebruikt er een koekverpakking als boekenlegger in.’

Hij doet het boek open. Er zit inderdaad een zilverachtig stukje papier tussen. Mats kijkt naar de kruimels in de vouw.

‘Niet eens zelf leeg mogen eten?’

‘Nee. Dat vind ik ook.’

Ravi stopt het papier verder tussen de bladzijden en doet het boek dicht.

‘Is het wat?’ vraagt Mats.

‘Ik ben nog niet zo ver.’

‘Hoe ver?’

Ravi spreidt zijn duim en vinger een heel klein stukje. Mats lacht.

‘Dat deed je maandag ook al.’

‘Ik ben wel wat verder.’

Ze kijken naar dezelfde dunne rand onder Ravi’s duim. Dan geeft Ravi het op. Hij laat het boek in de tas zakken en schuift de tas met zijn schoen onder zijn stoel.

Bij de volgende halte komt een vrouw met twee grote tassen binnen. Ze blijft voor hun rij staan en pakt de leuning. Mats trekt zijn benen in. Ravi zet zijn tas helemaal tussen zijn voeten. De vrouw kan erlangs en gaat achter hen zitten.

‘Ga jij zaterdag ook?’ vraagt Ravi.

Mats kijkt op. ‘Waarheen?’

‘Kermis.’

‘O. Ja. Met Jens en Isa.’

Hij vertelt het snel genoeg om te laten merken dat hij al een plan heeft. Dat was niet nodig. Ravi heeft alleen gevraagd of hij gaat.

‘Noura en ik gaan ook,’ zegt Ravi. ‘Zij wil in alles wat je ondersteboven hangt.’

‘Ik ook.’

‘Dan kun jij met haar.’

‘Ga jij niet?’

Ravi schudt zijn hoofd. ‘Ik vind het het geld niet waard om de hele tijd te kijken of ik nog recht zit.’

Mats begint aan een uitleg dat je in dat ene ding eerst gewoon moet loslaten en dan vanzelf goed blijft zitten. Ravi houdt zijn hand op.

‘Nee. Maar ga vooral.’

Mats sluit zijn mond. Hij had al een hele attractie voor zich gezien waarin ze samen zouden zitten. Jens gaat vast wel mee. En Noura dus.

‘We gaan rond twee,’ zegt hij.

‘Wij ook ongeveer.’

‘Zien we elkaar wel.’

Ravi knikt. ‘Bij de kraam waar je niets wint.’

‘Dat zijn ze allemaal.’

‘Precies. Je kunt niet missen.’

Mats weet even niet of ze iets hebben afgesproken of alleen iets leuks hebben gezegd. Het voelt allebei goed. Hij kijkt naar het raam. De bus is al over de brug. Hij heeft het water gemist.

Ravi vertelt over een lokaal op zijn school waar de klok altijd vijf minuten te laat staat. Niemand mag hem verzetten omdat je er niet bij kunt zonder op de kast te klimmen. Ze zijn er inmiddels zo aan gewend dat iemand laatst expres vijf minuten te laat de les uit ging.

Mats vertelt dat zijn docent de klok gewoon overplakt met een vel papier als hij er genoeg van heeft.

‘Dat is toch veel vervelender?’ zegt Ravi.

‘Ja, maar niet voor hem.’

Ravi lacht. Mats gaat verder. Hij vertelt over het papier dat een keer niet groot genoeg was, zodat je nog één wijzer kon zien. Ravi vraagt welke wijzer. Dat weet Mats niet meer. Hij doet alsof het heel belangrijk is en probeert met zijn handen te laten zien hoe de klok stond.

Bij de laatste halte moet Ravi hem tegen zijn elleboog tikken.

‘We zijn er.’

Mats pakt zijn tas. Er is een lus om zijn schoen blijven hangen. Hij trekt zijn voet erdoor en staat te snel op. Zijn knie komt tegen de stoel voor hem. Het doet pijn op een heel kleine plek.

‘Gaat het?’ vraagt Ravi.

‘Ja.’

Hij volgt hem naar de deur.

Buiten ritst hij zijn jas dicht. Ravi staat even naast hem, met het boek onder zijn arm. Hij heeft het bij het uitstappen uit de tas gepakt om er met zijn voeten niet op te gaan staan.

‘Tot zaterdag,’ zegt hij.

Mats wil morgen zeggen. Morgen is het donderdag en dan nemen ze allebei ook de bus. Hij zegt toch zaterdag terug. Dat klinkt nog beter.

Bij school vindt hij Jens op de rand van het lage muurtje. Isa staat ervoor en houdt een heel klein plantje vast. Er zit meer aarde aan de buitenkant van het potje dan erin.

‘Hij is uit elkaar gegaan,’ zegt ze.

‘De plant?’

‘De pot. Mijn tas is nu een tuin.’

Jens houdt een plastic zakje open. Ze zet het potje erin en trekt haar handen terug. Mats geeft haar een papieren zakdoek uit zijn jaszak. Ze wil hem openvouwen zonder de andere helft onder de aarde te zetten.

‘Zaterdag zijn er nog meer mensen,’ zegt Mats.

Jens kijkt op. ‘Dat leek me wel. Anders verdienen ze weinig.’

‘Ravi komt ook.’

‘Wie?’

‘Van de bus.’

Jens knikt langzaam. ‘Ravi.’

Mats wacht. Hij heeft geen zin in iets wat je van een heel eind kunt horen. Jens pakt het zakje van Isa over, draait de bovenkant dicht en zegt niets.

Als Isa binnen is om haar handen te wassen, gaat Mats naast hem op het muurtje zitten.

‘Ik vind hem leuk,’ zegt hij.

Jens blijft voor zich uit kijken. ‘Dat had ik ongeveer.’

‘O.’

‘Maar leuk is goed.’

Mats voelt de rand van het muurtje tegen zijn vingers. Hij kijkt even naar zijn eigen schoenen en dan naar het gebouw.

‘Ja.’

‘Heb je hem al iets gevraagd?’

‘We gaan zaterdag toch?’

Jens kijkt nu wel opzij. ‘We?’

Mats geeft hem een duw met zijn schouder. Jens laat zich gaan en glijdt een klein stukje over het muurtje. Hij komt meteen weer terug en duwt harder.

Isa verschijnt in de deuropening. Ze heeft geen plantje meer vast.

‘Wat doen jullie?’

‘Niets,’ zegt Jens.

Mats springt van het muurtje. ‘Hij neemt te veel plek in.’

Ze gaan naar binnen voordat Isa kan uitzoeken of dat iets met haar te maken heeft.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.