← Zes haltes samen
Inhoudsopgave · hoofdstuk 12 van 14
  1. 1. Al gedrukt
  2. 2. Achter je rug
  3. 3. Een tas op de stoel
  4. 4. Geen mooie prijs
  5. 5. Met z’n tweeën
  6. 6. Wat later
  7. 7. Bij de fontein
  8. 8. Nog één spel
  9. 9. Zonder reserveplek
  10. 10. De verkeerde kant
  11. 11. Zes haltes
  12. 12. Niet nog een voorstel
  13. 13. Door het hofje
  14. 14. Morgen twee uur

Hoofdstuk 12 van 14

Niet nog een voorstel

Dinsdag typt Mats het bericht drie keer voordat het kort genoeg is om te versturen.

De eerste keer staat er vooral wat ze allemaal zouden kunnen doen. Het hofje, iets drinken, gewoon ergens zitten. De tweede keer heeft hij uitgelegd dat hij niet bedoelt dat het dan precies zo moet. Dat maakt het alleen langer.

Nu staat er:

Ik wil nog een keer met je afspreken. Jij ook?

Hij leest het hardop. Zijn eigen stem klinkt heel voorzichtig in zijn kamer. Hij zegt de zin nog een keer, sneller. Dat is beter. Hij verstuurt hem voordat hij opnieuw iets gaat uitleggen.

Beneden gaat de deurbel.

Jens is er.

Mats steekt de telefoon in zijn zak, pakt zijn jas en loopt de trap af. Hij heeft een uur geleden met Jens afgesproken. Isa komt ook. Ze gaan naar de kade om te kijken hoe hoog het water staat en daarna ergens iets halen. Jens heeft gezegd dat hij niet alleen maar wil gooien tot zijn arm niet meer omhoog kan.

‘Je tas?’ vraagt zijn moeder vanuit de keuken.

Mats kijkt naar de lege kapstokhaak waar hij zijn rugzak gewoonlijk aan hangt. Hij heeft hem boven laten staan.

‘Niet nodig.’

‘Water?’

Hij haalt de fles van het aanrecht. Zijn moeder kijkt op van haar laptop en knikt. Mats steekt de fles in zijn jaszak, waar ze nauwelijks in past.

Buiten staat Jens al naast zijn fiets. Hij kijkt naar de dikke jaszak.

‘Doe je hem op de fiets of wil je hem de hele stad tegen je been laten slaan?’

Mats haalt de fles eruit. Jens pakt hem aan en zet hem in het vak aan de zijkant van zijn eigen tas. Dan rijden ze weg.

Bij Isa duurt het even voordat er iemand opendoet. Ze roepen haar naam door de brievenbus. Het klinkt door de gang alsof er een heel ander soort bezoek staat. Isa verschijnt met haar jas half aan en zegt dat ze ook gewoon de bel hadden kunnen gebruiken.

Ze heeft een zakje broodjes bij zich. Er zitten er meer in dan ze nodig hebben. Ze zegt dat het beter is dan andersom. Jens vraagt of ze de zak dan ook zo goed dicht wil houden dat ze er nog zijn als ze bij het water komen.

Mats gaat met zijn fiets een stukje achter hen rijden. Hij ziet hoe Jens iets zegt en Isa haar hoofd omdraait. Ze praten even over iets van gisteren. Hij hoeft niet te weten waar ze beginnen om er toch naast te kunnen komen.

Bij de kade zetten ze hun fietsen tegen het hek. Er zijn strepen op de stenen muur waar het water anders heeft gestaan. Vandaag is er veel muur te zien. Op een lage rand zit een rij duiven, allemaal dezelfde kant op.

‘Die weten ook niet wat ze hier doen,’ zegt Jens.

Isa pakt een broodje uit de zak. ‘Ze houden hun plek vast.’

Er vliegt één duif weg. De rest schuift meteen een stukje op. Mats lacht.

Zijn telefoon trilt.

Hij haalt hem uit zijn zak. Ravi.

Ik wil er even over denken.

Mats leest de zin. Hij leest hem nog een keer. Hij had voor allebei de mogelijke antwoorden al iets bedacht en nu staat er een derde.

‘Wil je?’ vraagt Isa.

Ze houdt de zak broodjes voor hem open. Mats pakt er één uit zonder goed te kijken. Er zit suiker op. Hij heeft nu al zoete vingers.

‘Ja,’ zegt hij tegen haar.

Hij kijkt opnieuw naar het scherm. Dan schrijft hij aan Ravi: Goed.

Hij verstuurt het en steekt de telefoon weg.

Isa legt de zak naast zich op de rand. Jens heeft zijn broodje al half op. Hij moet even zijn hand onder zijn kin houden om iets op te vangen. Het lukt niet helemaal. Er valt een stukje in de rivier.

‘Daar gaat het,’ zegt Mats.

Ze kijken alle drie hoe het heel even blijft drijven en daarna verdwijnt. Eén van de duiven vliegt op. Hij is te laat.

Mats voelt zijn telefoon tegen zijn been. Hij kan Ravi nog vertellen dat hij het hofje niet vergeten is. Hij kan ook iets sturen over dat ze niet weer naar de speelhal hoeven. Het ligt klaar, ergens halverwege zijn vingers.

Jens vraagt of ze dat kleine trapje aan de andere kant eens gaan bekijken. Isa zegt dat ze eerst haar broodje opeet. Mats gaat naast haar op de rand zitten. Hij legt zijn handen op zijn knieën om de suiker niet in zijn jaszak te krijgen.

De volgende ochtend ziet hij Ravi in de bus. Ravi zegt hoi. Mats zegt het terug. Ze praten over een omgevallen bord bij de halte en over iemand die erlangs liep alsof het de bedoeling was.

Er is ook een stuk waarin ze niets zeggen.

Mats kijkt naar het raam. Hij voelt hoe Ravi naast hem zijn been anders zet. Hij blijft zitten. Bij hun halte komt hij overeind en wacht tot Ravi zijn tas gepakt heeft.

‘Vrijdag zit ik er nog,’ zegt Ravi op de stoep.

‘Ik ook.’

Ravi knikt en gaat zijn eigen straat in. Mats wacht tot iemand met een fiets voorbij is en loopt dan naar school.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.