Hoofdstuk 14 van 14
Morgen twee uur
‘Twee uur?’ vraagt Ravi.
Mats kijkt naar hem. Hun handen zitten nog aan elkaar. Dat maakt het moeilijk om ergens anders heen te denken dan precies hier.
‘Morgen?’
Ravi knikt.
‘Ja,’ zegt Mats. ‘Heel graag.’
Hij hoort hoe nadrukkelijk het laatste klinkt. Hij neemt er niets van terug.
‘Bij de fontein,’ zegt Ravi. ‘Dan kunnen we eerst hierheen. Of iets drinken. Samen kijken.’
Mats knikt. Hij begint te glimlachen en kan er niet veel aan doen dat zijn hele gezicht meedoet.
‘Als tweede date?’ vraagt hij.
‘Ja.’
Ravi knijpt zacht in zijn hand. Mats voelt het tot ergens in zijn buik.
‘Dat vind ik leuk,’ zegt Ravi.
‘Ik ook.’
Ze blijven nog even staan. Aan de andere kant van de straat loopt iemand van Mats’ school. Hij ziet Mats, steekt zijn hand op en gaat verder. Mats steekt zijn vrije hand terug op. Ravi staat naast hem, met zijn tas tegen zijn been en zijn ogen op Mats’ gezicht.
‘We moeten,’ zegt hij.
Mats kijkt naar de straat. Ja. Ze moeten nog steeds naar school.
Ze laten los. Het gaat niet vanzelf, alsof hun vingers het niet nodig vinden om zich meteen met de rest te bemoeien. Mats pakt de band van zijn rugzak en voelt het verschil.
‘Tot morgen.’
‘Twee uur.’
‘Ik weet het.’
Ravi lacht. Dan loopt hij zijn eigen straat in. Mats gaat de andere kant op en moet na een paar passen achter iemand langs die ineens afslaat.
Hij komt het schoolplein op terwijl Jens zijn fiets op slot zet.
‘Waar kom jij vandaan?’ vraagt hij.
‘De bus.’
Jens kijkt over zijn schouder naar de straat. ‘Die is er al lang.’
Mats gaat naast hem staan. Hij kijkt naar de deur, naar de mensen die naar binnen lopen en dan weer naar Jens.
‘Morgen nog een keer,’ zegt hij.
Jens haalt de sleutel uit het slot. ‘Met Ravi?’
Mats knikt.
‘Leuk.’
Mats geeft hem een duwtje. Jens duwt hem terug en moet meteen zijn fiets vasthouden omdat die van de standaard wil.
Isa komt uit de andere richting. Ze heeft haar plantje terug in een hele pot. Om de onderkant zit weer een zak. Ze houdt hem met twee handen vast.
‘Deze mag jullie kant niet op,’ zegt ze.
Jens steekt zijn handen omhoog. Mats neemt een grote stap opzij. Isa gaat tussen hen door naar binnen. Ze kijken haar na en lopen erachteraan.
De eerste les is veel gewoner dan Mats vindt dat hij vandaag zou moeten zijn. Iemand vraagt om een pen. Er valt een map van een tafel. Mats heeft het goede boek bij zich en het verkeerde schrift.
Hij schrijft de datum boven aan de bladzijde en zet daarna zijn naam op een plek waar die helemaal niet hoeft.
Hij moet er zelf om glimlachen en haalt er een streep doorheen.
Thuis vraagt zijn moeder of hij zijn tas tenminste deze keer ergens neerzet waar ze er niet tegenaan loopt. Hij hangt hem aan de haak en loopt de keuken in.
‘Ik spreek morgen met Ravi af,’ zegt hij.
Zijn moeder kijkt op. ‘Gezellig.’
‘Twee uur. In de stad.’
‘Ben je er met eten?’
Mats knikt. ‘Ja.’
‘Goed. Dan moet ik nog even bedenken wat dat wordt.’
Ze schuift de schaal met appels naar hem toe en gaat verder met wat er op haar laptop staat. Mats pakt een appel en draait hem om. Er zit een plek op die hij eerst weg wil hebben voordat hij erin bijt.
Zijn telefoon trilt. Jens vraagt of hij zondag weer naar het park kan. Isa komt ook. Deze keer willen ze verder naar de open kant, waar de bomen niet zo snel in de weg staan.
Mats schrijft terug: Drie uur?
Ja, komt er terug.
Hij zegt dat hij er is.
Daarna komt er een bericht van Ravi. Geen hele tekst. Een foto van de plant in het hofje, heel serieus van zijn goede kant genomen.
Mats begint hardop te lachen. Zijn moeder kijkt even op. Hij draait het scherm naar haar toe.
‘Een plant,’ zegt ze.
‘Ja.’
Dat is niet genoeg om haar uit te leggen waarom het leuk is. Het hoeft nu ook even niet. Hij steekt de telefoon weg en neemt een hap van de appel op de goede plek.
Zaterdag komt hij zeven minuten voor twee bij de fontein.
Het water staat aan. Er zijn mensen, een fiets die tegen de rand is gezet en een kind dat zijn schoen naar de straal beweegt terwijl zijn moeder het nog niet ziet.
Mats gaat op de rand zitten. Zijn jas hangt los om hem heen.
Bij de winkel met de hoge pet verschijnt het bordeaux jack.
Ravi loopt naar hem toe. Hij ziet Mats op de rand en begint al te glimlachen voordat hij er is.
‘Hé.’
Mats komt overeind. ‘Hé.’
Ze staan weer tegenover elkaar. De fontein ruist naast hen. Ravi kijkt even naar de straat en dan terug naar Mats.
‘Zullen we?’
‘Ja.’
Mats loopt naast hem het plein af. Bij het eerste paaltje maakt hij ruimte voor iemand die van de andere kant komt. Ravi blijft bij hem.
Ze slaan samen de hoek om.
