Hoofdstuk 4 van 14
Geen mooie prijs
Jens koopt als eerste iets waarvan zijn vingers blauw worden.
Hij houdt het omhoog alsof hij niet wist dat dit bij de aankoop hoorde. Het ijsje is nog bijna helemaal heel. Het is vooral de onderkant die van plan lijkt ergens anders naartoe te gaan.
‘Je moet sneller,’ zegt Isa.
‘Ik eet al.’
Mats pakt zijn arm vast en draait hem een stukje, zodat het niet op Isa’s schoen drupt. Jens gaat opzij en neemt een veel te grote hap. Hij blijft meteen staan met zijn ogen dicht.
‘Goed zo,’ zegt Mats.
De muziek van twee attracties loopt door elkaar. Er hangt een geur van warme olie en iets zoets dat dichterbij komt als de wind draait. Mats staat nog met één voet op de stoep. Hij stapt eraf en moet oppassen voor een kind dat met een ballon voor zijn gezicht langs loopt.
Bij de ringentent ziet hij het bordeaux jack.
Ravi staat voor een lage balie met drie ringen in zijn hand. Naast hem houdt een meisje een opgevouwen briefje vast. Ze wijst naar een rij flessen. Ravi schudt zijn hoofd en mikt op een andere.
De ring raakt de hals, blijft heel even schuin hangen en valt dan terug.
‘Die zat,’ zegt Ravi.
Het meisje schudt meteen haar hoofd. Ze steekt haar hand op als ze Mats ziet kijken.
Ravi draait zich om.
‘Hé.’
‘Hé,’ zegt Mats.
Hij komt naast hem staan en legt zijn hand op de balie. Er zitten kleine putjes in het hout. Ravi heeft nog twee ringen.
‘Dat was niks,’ zegt het meisje. ‘Hij wilde dat ik niet kon zien waar hij op mikte.’
‘Hij zat bijna,’ zegt Ravi.
‘Bijna telt hier dus niet.’
Ravi kijkt van haar naar Mats. ‘Noura.’
‘Mats.’
Ze zeggen tegelijk iets wat op hoi lijkt. Noura wijst met het briefje naar de flessen. ‘Ik doe deze als hij klaar is.’
Jens en Isa komen er ook bij staan. Jens heeft een blauw stukje papier om zijn hand gewikkeld. Hij doet alsof dat met het ijsje niets te maken heeft.
Mats noemt hun namen. Ravi knikt en geeft hem één ring.
‘Laat jij dan zien.’
Mats kijkt naar de rij flessen. Hij heeft geen idee welke minder onmogelijk is dan de andere. Hij kiest degene waar Ravi naar gekeken heeft en gooit.
De ring vliegt eroverheen.
Heel ver eroverheen.
Jens buigt zijn hoofd. Isa trekt haar mondhoeken naar binnen. Mats draait zich langzaam naar hen toe.
‘Er stond toch dat je niet te zacht moest gooien?’
‘Dat stond nergens,’ zegt Ravi.
Hij lacht met zijn hele gezicht. Mats moet ook lachen. Hij heeft geen ruimte meer om ergens een betere uitleg neer te zetten. Het ding ligt achteraan de tent.
Ravi gooit de laatste. Hij komt op een rand terecht, maakt een klein rondje en blijft om de hals van een fles liggen.
Ravi doet zijn armen omhoog.
‘Ja!’
De man achter de balie kijkt even en haalt een bak van onder de tafel. Er zitten kleine kunststof dieren in. Ravi mag er één uitkiezen. Hij kijkt erin en begint opnieuw te lachen.
‘Allemaal?’ vraagt hij.
De man knikt. Hij doet het niet verontschuldigend. Het zijn duidelijk goede dieren, waarvoor deze bak precies de goede plek is.
Ravi pakt een groen ding met paarse ogen.
‘Wat is het?’ vraagt Mats.
‘Een kikker,’ zegt Noura.
‘Weet je dat zeker?’
Ze houdt haar hand op. Ravi geeft hem aan haar. Ze draait het beestje om. Aan de achterkant zit een staartje.

‘O.’
Isa bekijkt het van bovenaf. ‘Misschien is hij nog niet af.’
Ravi stopt het dier in het zijvak van zijn tas. Het staartje blijft uitsteken. Hij klopt tegen de groene stof zodat het dieper zakt en gaat weer bij de balie staan om Noura te zien gooien.
Zij neemt er de tijd voor. Dat maakt Ravi ongeduldig.
‘Je weet dat de kermis niet de hele week open is?’
Ze gooit zonder hem aan te kijken. De eerste ring blijft meteen liggen. Ravi houdt op met praten.
Mats kijkt naar hem. Ze kijken tegelijk weg en komen daardoor bijna met hun schouders tegen elkaar. Mats schuift niet achteruit. Ravi ook niet.
Wanneer Noura klaar is, gaan ze naar de kraam met friet. Isa wil eerst iets anders bekijken. Ze verdwijnt een eindje tussen de mensen door en komt terug met een felgekleurd mutsje waar ze niets over zegt.
Jens houdt haar tas vast terwijl zij het opzet. Het staat scheef. Ze laat het zo.
Bij de frietkraam staat een rij. Mats en Ravi houden een plek vrij op de lage rand daarnaast. Ze zitten een stukje uit elkaar, net genoeg voor het tasje dat Ravi tussen hen neerzet.
‘Hij is echt lelijk,’ zegt Mats.
Ravi kijkt naar het zijvak. ‘Hij heeft karakter.’
Mats begint te lachen. Ravi trekt de rits open en haalt hem er nog één keer uit. Hij houdt het beestje op zijn hand, met de ogen naar Mats.
‘Kijk dan.’
Mats kijkt. Het ding heeft één oog dat scheef staat en één dat zo recht zit dat het erger lijkt.
‘Hij kijkt je aan alsof jij iets moet uitleggen.’
Ravi zet hem terug in zijn tas wanneer Jens met de bakjes komt. Ze eten met vorkjes die al buigen voordat er veel aan hangt. Mats laat een stuk friet in zijn bakje terugvallen. Er komt saus op zijn duim. Ravi schuift hem een servetje toe.
‘Dank.’
Het is een heel gewone handeling. Mats krijgt het er toch warm van, midden tussen alle mensen die waarschijnlijk ook servetjes krijgen zonder zich er zo mee bezig te houden.
Noura wijst naar de attractie die boven de kramen uitkomt. De stoelen hangen naar buiten terwijl het hele ding draait. Er gaan mensen omhoog die je daarna even niet meer op dezelfde plek terugvindt.
‘Die,’ zegt ze.
Mats komt meteen overeind. Jens schuift zijn lege bakje in dat van Isa.
Ravi blijft zitten.
‘Jij niet?’ vraagt Mats, al weet hij het.
Ravi schudt zijn hoofd. ‘Ik ga met Isa daar even kijken.’
Isa heeft een handvol servetjes opgeraapt en wijst naar de kraam waar je door een doolhof van glas kunt lopen. Ze vertelt dat ze haar eigen spiegelbeeld daar vorig jaar een keer bedankt heeft omdat het opzijging.
Mats lacht en wijst naar de draaiende stoelen. ‘Wij zijn zo terug.’
In de rij staat hij naast Jens. Noura wiebelt op haar tenen en wil weten of ze hoger komen dan de muziektent. Mats zegt dat ze het zo zal zien.
‘Jij doet alsof je dat ding zelf in elkaar hebt gezet,’ zegt Jens.
‘Dan had het sneller gekund.’
Wanneer ze eindelijk zitten, trekt Mats aan zijn jas zodat de stof niet dubbel onder zijn rug zit. Het hek gaat dicht. Hij kijkt nog even naar Jens, die zijn handen op zijn knieën heeft gelegd.
Dan komt de stoel los.
De hele kermis zakt onder zijn voeten. Hij voelt de lucht langs zijn wangen en hoort Noura ergens naast hem lachen. Hij lacht terug, veel harder dan nodig is. Als de stoel hoger draait, wil zijn buik een andere kant op dan de rest van hem.
Jens roept iets. Mats verstaat het niet. Het geeft niet. Hij steekt zijn arm een klein stukje uit en laat de wind tegen zijn hand duwen.
Als ze weer beneden staan, moet hij zijn voeten opnieuw aan de grond laten wennen.
Noura zegt meteen dat ze nog een keer wil. Jens loopt een stukje rechtdoor en blijft dan staan alsof hij wil controleren of hij dat nog kan.
Bij de glastent steekt Ravi zijn hand op. Mats loopt naar hem toe. Er zit een grijns op zijn gezicht die hij niet helemaal wegkrijgt.
‘En?’ vraagt Ravi.
‘Hard.’
‘Dat zag ik.’
Mats kijkt naar hem en lacht opnieuw. Ravi staat met zijn hand om de band van zijn tas. Het staartje van het groene dier steekt er niet meer uit. Er ligt een beetje zon op zijn wang.
Ze blijven nog tot Noura ook in de glastent is geweest. Daarna lopen ze met z’n vijven naar de rand van de kermis. Bij de kruising pakken Jens en Isa hun fietsen. Noura zegt dat ze naar huis moet. Ravi blijft bij Mats staan tot de anderen hun eigen kant uit zijn.
‘Maandag?’ zegt hij.
Mats knikt. ‘Zonder hoogtevrees.’
‘Was je bang?’
‘Nee. Ik bedoelde jou.’
Ravi kijkt hem aan en haalt één wenkbrauw op. Mats krijgt alweer zin in de bus. Zelfs voordat Ravi hem gedag zegt.