Hoofdstuk 8 van 14
Geen stoel over
Donderdag was Daan er het eerst. Hij zat niet op de bank, maar erachter in het gras. Hij trok met een grasspriet een stipje aarde uit de zool van zijn schoen. Toen Imre aankwam, keek hij op en weer naar beneden.
‘Sorry,’ zei Imre.
Daan schoof de spriet in een ander groefje.
‘Van gisteren. Ik zei dat jij het deed. Maar ik stapte weg.’ Imre bleef aan de andere kant van de bank staan. ‘Ik zag geel al vertrekken. Toen wou ik ook.’
‘Ik kon niet harder,’ zei Daan.
‘Dat weet ik.’
‘Ik rende al hard.’
‘Ja.’
Daan peuterde het laatste kluitje los. Het viel als een klein plat koekje op het gras. ‘Je hoeft niet tegen me te praten alsof ik nog op de kleuterschool zit.’
Imre zakte door zijn knieën. Nu kon hij onder de bank door kijken. ‘Ik weet niet wat ik wel moet zeggen.’
‘Gewoon wat je bedoelt.’
Toen Feline en Sami aankwamen, zaten ze allebei achter de bank. Niet naast elkaar; er zat een plek tussen. Feline keek eerst naar de lege zitting en toen naar hun hoofden daarachter.
‘Mag ik ook ondergronds?’ vroeg ze.
Ze plofte in het gras. Sami ging aan het uiteinde zitten, waar de zon op zijn schoenen viel. Een tijdje praatten ze over de rode loper die voor de start maar bleef springen. Sami deed het na met twee vingers. Zijn vingers verloren duidelijk van Felines hand, die gewoon over zijn knie liep.
Imre moest lachen. Daarna kon hij niet nog langer wachten.
‘Ik wilde als laatste omdat ik vorig jaar niet mocht lopen,’ zei hij. ‘Ik was toen reserve. We waren vijf.’
‘Dit jaar vier,’ zei Daan meteen. Hij stak vier vingers op. ‘Er is niet eens iemand over.’
‘Nee. Maar ik dacht dat laatste het meest echt zou zijn.’
Sami keek naar zijn eigen vingers. ‘Ik was woensdag blij dat ik niet laatste was. Dat is ook echt.’
‘Ik wil het juist wel,’ zei Feline. ‘Dat iedereen kijkt. Maar ik vind wachten ook naar. Alleen niet zo naar als jij, denk ik.’
Imre plukte een wit bloempje en legde het op de rand van de bank. ‘Ik zei dat mijn band te strak zat. Dat was niet zo.’
‘Dat zag ik,’ zei Feline.

Hij keek haar snel aan. Ze zei geen zie je wel. Ze pakte alleen haar bandje en schoof het hoger op haar arm.
‘Gaan we nu kiezen?’ vroeg Sami.
Imre haalde adem. ‘Mag ik eerst nog een keer beginnen? Gewoon één beurt. Dat ging maandag fijn.’
Feline knikte. ‘Dan wil ik daarna ook iets proberen.’
Ze haalden de bal bij Vera. Die vroeg of ze nog iets nodig hadden. Daan vroeg een pleister, voor een blaartje op zijn hiel dat hij thuis al had laten zien. Vera stuurde hem met zijn schoen naar het tafeltje, waar hij rustig kon zitten. Er was tijd genoeg. Niemand zei dat hij zich moest haasten omdat zij wilden lopen.
Imre liep ondertussen met Sami naar de pion en terug. Ze telden geen passen. Sami wilde weten waar Imre keek als hij draaide. ‘Ik kijk naar waar ik heen wil,’ zei Imre, en merkte pas toen dat het waar was. Hij hoefde de pion niet steeds te blijven aankijken als hij er al naast was.
Toen Daan terugkwam, stond Feline klaar om als vierde te lopen. ‘Nog geen definitieve volgorde,’ zei ze. ‘We proberen dit eerst.’
Imre nam de bal mee naar de startlijn. Zijn buik trilde een beetje. Het veld was niet leeg: Vera stond bij de tafel en twee mensen keken vanachter het hek. Maar er was geen lange rij beurten die eerst voorbij moest.
Sami ging in het vak achter de voorste lijn staan om straks de bal aan te nemen. Daan gaf met twee vingers het startsein. Imre bewoog precies op het moment dat hij bewegen wilde.
De eerste paar passen waren heerlijk. Daarna moest hij gewoon nog naar de pion en terug. Hij was niet ineens sneller geworden. Zijn hart bonkte net zo goed. Alleen wist hij waar hij ermee naartoe kon.