← Het team van baan drie
Inhoudsopgave · hoofdstuk 2 van 14
  1. 1. Vier blauwe bandjes
  2. 2. Het einde van de rij
  3. 3. Handen die al weg zijn
  4. 4. Drie banen vol ogen
  5. 5. De bal tussen twee mensen
  6. 6. Niet nog een keer
  7. 7. De foto van vorig jaar
  8. 8. Geen stoel over
  9. 9. De eerste die wacht
  10. 10. De zonnebloem doet mee
  11. 11. De nacht voor de start
  12. 12. De lijn vlak voor zijn voeten
  13. 13. Voorbij is voorbij
  14. 14. Eén bankje voor vier

Hoofdstuk 2 van 14

Het einde van de rij

De blauwe bandjes waren zo ruim dat Daan de zijne over zijn knie kon trekken. Dat deed hij op het bankje, terwijl Feline bij de pion stond. Ze wilde zien of haar schaduw de witte lijn haalde. Het was laat in de middag. De schaduw haalde veel meer dan dat.

‘Ik ben al gefinisht,’ riep ze.

‘Je schaduw mag niet meedoen,’ riep Imre terug. ‘Die heeft geen bandje.’

Ze mochten tot vijf uur oefenen. Vera bleef met de doos ballen bij de andere kinderen. Aan de overkant speelden twee kleuters met hun vader. Het veld was gewoon open; niemand deed alsof de zomerestafette al begonnen was.

Sami pakte de bal uit het gras en wreef over het gele oppervlak. Er zaten kleine deukjes in die precies onder zijn vingertoppen pasten.

‘Wie begint?’ vroeg hij.

‘We kunnen allemaal een keer,’ zei Imre. ‘Dan weten we hoe het voelt.’

Dat vond hij zelf een goed idee. Hij kon zaterdag nog steeds de laatste beurt krijgen. Ze hoefden alleen niet meteen te zeggen dat hij dat wilde.

Hij liep als eerste. Toen Sami ‘ga’ zei, schoten zijn benen vanzelf weg. De bal was licht. De wind tikte langs zijn oren. Bij de pion maakte hij zijn bocht te ruim en zag plots het hele hek voor zich. Op de terugweg moest hij lachen, zomaar, omdat hij zo hard liep dat zijn lachen hikte.

Daan stond in het vak met beide handen vooruit. Imre remde af, gaf de bal en liep door tot naast het bankje. Hij voelde zijn hart in zijn keel. Het was een prettig bonken. Niemand had naar hem hoeven roepen.

Daar ging Daan. Hij rende met korte, snelle stappen. Vlak voor de pion hield hij bijna stil, liep eromheen en kwam terug. Hij keek zo ernstig dat Imre zijn eigen mond ook dichtdeed.

Feline nam de bal aan. Ze wachtte tot Daan losliet en was toen weg. De blauwe strook om haar bovenarm wipte bij elke pas. Om de pion draaide ze met haar ene schouder laag. Imre wilde weten hoe zij dat deed. Hij wilde ook dat ze iets langzamer ging.

Sami liep hun vierde beurt. Hij tilde zijn knieën minder hoog dan Feline, maar stopte niet bij de pion. Toen hij terug over de lijn was, stak Daan beide armen op.

‘Klaar! Wij hebben gewonnen!’

‘Van wie?’ vroeg Feline.

Daan keek naar de lege baan naast hen. ‘Van die.’

Daan wijst na hun eerste oefenronde naar de lege baan naast hen.

Ze gingen op het bankje zitten. De plank was heet aan Imres blote benen. Hij hield zijn voeten vlak naast elkaar en keek hoe Feline met haar schoen een dun sneetje in het stof trok.

‘Zullen we zaterdag zo lopen?’ vroeg ze. ‘Jij, Daan, ik, Sami?’

Sami schudde zijn hoofd. ‘Ik wil liever ergens in het midden. Aan het eind kijkt iedereen of je het nog haalt.’

‘Ik wil de laatste wel,’ zei Feline.

Imres vingers klemden om de rand van de bank. Het was zo makkelijk gezegd. Alsof die plek gewoon vrij was, een stoel waar je op kon gaan zitten.

‘Ik ook,’ zei hij.

Feline keek hem aan. ‘Dat kan niet allebei.’

‘Dat weet ik.’ Zijn stem klonk scherper dan hij bedoelde. Hij streek een grasspriet van zijn sok. ‘We hebben nog niet eens met mensen erbij geoefend.’

‘Dat klopt,’ zei Sami. ‘Woensdag is de open oefenmiddag. Dan proberen we het echt achter elkaar.’

Daan had zijn bandje weer van zijn knie gehaald. ‘Ik wil tweede of derde. Dan heb ik het begin al gezien.’

‘Morgen eerst de wissels?’ vroeg Imre. ‘En dan woensdag Feline, Sami, Daan en ik. Om te proberen.’

Feline trok haar wenkbrauwen op. Imre hoorde nu zelf wat hij had gezegd. Alle plekken lagen er al, met zijn naam op de laatste.

‘Omdat jij ook wil zien hoe het met publiek is,’ voegde hij eraan toe. ‘Daarna kunnen we nog veranderen.’

Ze dacht even na. ‘Eén proef. Ik wil daarna ook als laatste.’

Imre knikte. Feline mocht daarna ook een proef als laatste. Als het bij haar beter ging, zou ze dat zeggen. Dat wist hij. Zijn buik voelde minder licht dan tijdens het rennen.

Bij het weggaan wilde Daan een teamkreet proberen. ‘Blauw gaat…’ begon hij.

‘Gauw!’ riep Imre.

‘Niet flauw!’ zei Sami tegelijk.

Feline zei niets. Toen de anderen stil waren, riep ze: ‘Start!’

Ze waren allemaal op een ander moment klaar. Daan vond dat ze nog aan hun kreet moesten werken. Imre vond het wel goed zo. Hij kon hen nog horen toen hij het hek achter zich dichttrok.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.